Hoogconjunctuur, eindelijk

08/09/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

We hebben er tien jaar moeten op wachten, maar nu is het zover. België en Europa verkeren in het beste gedeelte van de conjunctuurcyclus. De vertrouwensindicatoren staan in Europa op het hoogste niveau in tien jaar, de werkloosheid daalt, de bbp-groei in de eurozone gaat richting 2%... Uniek is ook dat het herstel wereldwijd goed verdeeld zit. Zowel in de VS, China, de groeilanden… is de economie in goede doen en zijn er nog weinig wolken aan de lucht. Directe bedreigingen die tot een recessie zullen leiden, zijn er niet.

Een opvallende indicator die aanduidt dat de ganse wereldeconomie goed draait, is de wereldhandel. Die handel staat en stond onder druk. In 2016 lag de groei van de wereldhandel met 1% beduidend onder de 3%-groei van het globaal bbp. Dat kwam deels omdat landen terugplooien op zichzelf door protectionistisch beleid (hoewel het in de praktijk tot nu meevalt wat betreft protectionistische maatregelen). Structureler voor de wereldhandel zijn nieuwe productieketens en andere consumptiegewoontes. Door onder andere automatisering wordt in het productieproces minder met halffabricaten geschoven tussen landen. In plaats van outsourcing in het productieproces is er nu meer reshoring en concentratie. Daarnaast nemen diensten een steeds groter deel in van het consumptiebudget waarbij diensten veel meer dan goederen nog lokaal geproduceerd en geconsumeerd worden. Dat weegt allemaal op de wereldhandel.

Sinds begin 2017 echter zit de groei van het wereld-bbp opnieuw in de lift en bedraagt de zesmaandelijkse gemiddelde groei van die handel 4%, meer dan de groei van het wereld-bbp. Vooral Europese goederen lijken gegeerd, want de export uit Europa nam in de eerste helft van 2017 met 3,3% toe. Dat duidt erop dat het Europese herstel niet alleen te danken is aan een klassiek binnenlands conjunctuurherstel na jaren van slabakkende economieën tijdens de eurocrisis. Ook de exportmotor draait nu goed, wat het herstel een extra duw geeft.

Domper op de feestvreugde de voorbije twee maanden is de zorgwekkende evolutie van de euro. Die is opgeklommen tot 1,2 EUR/USD. Sinds begin dit jaar zijn Europese producten daardoor14% duurder geworden in dollartermen. Dat zal voor dollargevoelige bedrijven omzet kosten. Voor België specifiek is er wel een voordeel aan de hoge eurokoers. Import wordt goedkoper waardoor de inflatie in België gaat zakken. Aangezien we quasi het enige land zijn met een automatische koppeling van lonen aan inflatie, betekent dit dat de lonen minder snel stijgen dan in de buurlanden, wat goed is voor de Belgische concurrentiekracht binnen de eurozone.

Verontrustende signalen

Toch zijn er ook verontrustende signalen bij dit herstel. De bbp-groei trekt weliswaar aan maar blijft al bij al zwak. In België wordt slechts 1,5% verwacht dit jaar. In de eurozone 2%. In vorige fases van hoogconjunctuur – dus met een gelijkaardig niveau in de vertrouwensindicatoren en dalende werkloosheid – werden steevast veel hogere groeicijfers genoteerd. Om u een idee te geven: in 2000 werd in België nog een groei van 3,7% opgemeten en in 2007 2,9%. Het wordt meer en meer duidelijk dat een deel van de hoogconjunctuur niet meer wordt opgemeten in het bbp (we schreven hierover het boek ‘Groei of Schaarste’).

Tweede vaststelling is dat de cyclus snel dreigt vast te lopen door een gebrek aan capaciteit op de arbeidsmarkt en de wegen. Ondanks een werkloosheidscijfer van 7,6% wordt het voor veel bedrijven moeilijk om nog geschikt personeel te vinden. En als er geen extra personeel kan gevonden worden, kan er ook moeilijker meer geproduceerd worden, waardoor de groei stilvalt. Idem met de mobiliteit. Als de aantrekkende economie tot een dagelijks verkeersinfarct leidt waardoor productiefactoren zoals arbeid letterlijk vaststaan, kan ook moeilijk meer geproduceerd worden. Als we de hoogconjunctuur nog met een aantal jaren willen verlengen, moeten we dringend werk maken van een beter werkend arbeids- en vervoerssysteem.

Derde vaststelling is de verwarrende rol die centrale banken spelen. Die deden via ultra lage rentes en de injecties van honderden miljarden in de economie meer dan een duit in het zakje in het herstel. In een fase van hoogconjunctuur dienen ze die stimuli af te bouwen. Ze moeten dat doen omdat ze moeten verhinderen dat de economie oververhit. Daarnaast moeten ze ook voldoende munitie hebben om bij een volgende recessie opnieuw te interveniëren. Als die zich sneller dan verwacht aandient en de rente in Europa is nog steeds extreem laag, dan kunnen ze niet via renteverlagingen de economie stimuleren.

De meningen onder economen over het gevaar van het terugdraaien van het monetair beleid zijn sterk verdeeld. Volgens sommigen gaan de centrale banken net de volgende recessie veroorzaken, omdat ze door hun beleid financiële zeepbellen hebben gecreëerd die bij het terugdraaien gaan ontploffen (bv. de impact van renteverhogingen op de markt van staatsobligaties). Volgens anderen, zoals voormalig IMF-hoofdeconoom Olivier Blanchard, hebben de centrale banken met het creatief gebruik van kwantitatieve versoepeling net een nieuw krachtig wapen ontdekt dat een volgende recessie zal afzwakken. Daar waar ze vroeger enkel via lage rentes stimuli gaven aan een slabakkende economie, zijn de mogelijkheden nu veel ruimer om de vraag te stimuleren (met helikoptergeld aan het meest creatieve andere eind van de mogelijkheden).

Bovenstaande bedenkingen zullen normaal gezien geen impact hebben op de conjunctuur de komende kwartalen. De hoogconjunctuur lijkt zeker volgend jaar nog gegarandeerd. Tenzij natuurlijk het spierballengerol rond Noord-Korea escaleert, iets wat we niet verwachten als Trump en Kim Jong-Un zich rationeel gedragen. Geniet dus de komende kwartalen van het economisch herstel.