Skip to main content
  • Nieuws
  • Hoe circulair is onze (Oost-)Vlaamse economie al?

Hoe circulair is onze (Oost-)Vlaamse economie al?

  • 16/05/2022

Dankzij een circulaire economie reduceren we de milieu-impact van onze economie enorm, worden we minder afhankelijk van import van dure grondstoffen én materialen en creëren we kansen voor (sociale) innovatie en extra jobs. Driemaal goed nieuws, maar de weg naar een 100% circulaire economie is nog lang. Vlaanderen Circulair trekt mee aan de kar.

foto
Tekst: Sam De kegel

Alles van waarde is weerloos, dichtte de Nederlandse dichter Lucebert ooit betoverend mooi. In een circulaire economie heet dat dan: alles van waarde is waardevol. 

In een ideale, circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Afval is de nieuwe grondstof. We kunnen grond- en reststoffen opnieuw volledig inzetten door duurzaam design, reparatie, hergebruik, upcycling, refurbishing en recycling. Denk bijvoorbeeld aan het downcyclen of upcyclen van voedseloverschotten, tapijt, koffiegruis, bouwafval, kledij, enzovoort. 
 
Het tegenovergestelde van die circulaire economie is de klassieke, lineaire economie. Hierbij wordt geproduceerd volgens een 'maak, neem en gooi weg'-model. De tijd hijgt in de nek van die lineaire economie. Enerzijds zitten we in een ecologische crisis: ons gebruik van grondstoffen heeft een onhoudbare impact op de planeet. Die impact moet ingeperkt worden. Anderzijds zijn we erg kwetsbaar: de meeste grondstoffen in onze economie komen uit het buitenland. Schokken in de bevoorrading – één virus of een geblokkeerde tanker kan daar al voor zorgen – voelen we heel snel: aan de pomp, in de winkel, op de bouwwerf. De concurrentiestrijd om grondstoffen zal alleen maar toenemen. Die afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen moet dus ook ingeperkt worden. En terwijl we dit verhaal schrijven, exploderen door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne de energie- en grondstoffenprijzen, zoals die van aardgas, tarwe, oliezaden, nikkel en palladium. 

Veel efficiënter omgaan met grondstoffen, materialen, energie, water, ruimte en voedsel door kringlopen slim te sluiten wordt dus meer dan ooit de boodschap.

Circulaire knowhow exporteren

Ondertussen groeien steeds meer Vlaamse circulaire start-ups door tot scale-ups en exporteren ze hun circulaire knowhow. In de textielsector is één van de bekendste het Oost-Vlaamse Resortecs, opgericht door Cédric Vanhoeck. In het traditionele verwerkingsproces worden grote hoeveelheden kledij verbrand of tot kleine stukjes geshredderd. Knopen en ritsen belanden bij het afval, de kleine stukken textiel worden tot vezels afgebroken en in het beste geval gemengd met nieuw materiaal. 

Resortecs, dat reeds verschillende awards in de wacht sleepte, zocht en vond een oplossing om alle soorten kledij circulair te maken. Hun slim naaigaren smelt door warmte waardoor de stof, ritsen en knopen loskomen zonder dat er gesneden of geshredderd moet worden. Oude kleding dient zo gemakkelijk als grondstof voor nieuwe. Ondertussen heeft de start-up 1,4 miljoen euro opgehaald en testen bekende modemerken hun garen.

Ook in de bouwsector lopen er al heel wat circulaire initiatieven. Bij sloop- en bouwafval, dat vroeger zo snel mogelijk ‘weg’ moest, zie je nu een grote verschuiving naar een hoogwaardiger recyclage en zelfs hergebruik. Dat merkt ook Veerle Labeeuw, zij faciliteert en coördineert netwerken rond circulair bouwen voor Vlaanderen Circulair. Daarnaast verdiept ze zich ook in circulair aankopen en de jobs en skills rond circulair ondernemen. “Er komen steeds meer hergebruikinventarissen”, vertelt ze. “Steden, gemeenten en grote bedrijven die aanbesteden, vragen bij een nieuwbouw of renovatie om materialen van oude gebouwen die afgebroken worden, te hergebruiken. Soms hinkt de wetgeving nog wat achterop, maar je ziet echt een kentering.”

Veranderingsgericht – lees: modulair –bouwen, wordt een van de grootste uitdagingen voor de bouwsector in de nabije toekomst. “En niet enkel op het gebouwniveau, maar ook op het wijkniveau, zodat die later van functie kan veranderen indien nodig”, weet Labeeuw. “OVAM heeft een gids die uitlegt waarover je allemaal moet nadenken bij veranderingsgericht bouwen. Bij Vlaanderen Circulair hebben we een zogenaamde digitale ‘Ambitiekaart’. Je kiest op welke circulaire ambitie je wil inzetten en dan krijg je alle mogelijke strategieën. Je kan bijvoorbeeld de totale hoeveelheid materialen proberen te reduceren door hergebruik, refurbishing, upgraden of delen. Denk ook aan het delen van gebouwen. ’s Morgens zit de school er in, ’s avonds de sportclub.”
 
Maar ook: hoe kan je niet-hernieuwbare virgin input reduceren door bijvoorbeeld het aantal recycled of biobased content te verhogen. Of hoe kan je de gebruiksduur verlengen door garanties op te rekken, betere contractuele afspraken te maken rond onderhoud en herstel en door te ontwerpen voor lange levensduur. We moeten nu nadenken over hoe producten en materialen later gemakkelijker kunnen hergebruikt of gerecycleerd worden. Vooral dat laatste is soms moeilijk voor traditionele architecten, die denken dat dit nog een ver-van-hun-bedshow is, terwijl studies aantonen dat dit helemaal niet zo is.”  
 
Ook in de wereld van infrastructuur- en wegeniswerken beweegt een en ander. In Waasmunster gooit betonbedrijf De Bonte momenteel hoge ogen met hun circulair zwavelbeton in plaats van het klassieke cementbeton. De technologie van het duurzame beton is gebaseerd op het smeltpunt van zwavel. Hoewel je tijdens het productieproces van zwavelbeton warmte nodig hebt (ca.130°C), ligt de temperatuur veel lager dan bij de productie van cement waarbij je al vlug spreekt over 1.400°C. Daardoor is ook de CO²-uitstoot van een dwarsligger in zwavelbeton veel lager dan een ligger uit cementbeton.

In 2011 werd De Bonte gecontacteerd door oliemaatschappij Shell. Zwavel is een restproduct bij het raffineren van aardolie en die overschotten wilden ze gebruiken in nieuwe toepassingsgebieden. “Ze waren op zoek naar een partner met kennis van zaken. We waren meteen overtuigd van de meerwaarde die het product zou opleveren en gingen met hen in zee”, zegt Ellen De Bonte. Een jaar nadien ging een team van De Bonte aan de slag met de technologie om een duurzaam alternatief te maken voor spoordwarsliggers en rioolbuizen. Ondertussen is de technologie gevalideerd, is De Bonte op een site in het Waalse Bergen gestart met productielijnen voor zwavelbeton en is o.a. Infrabel klant. 

Hun product is volledig circulair omdat je het nadien kan smelten en hergebruiken. In de toekomst wil De Bonte ook zijn eindproducten leasen aan klanten zoals Infrabel. Zo blijven ze eigenaar van hun product en smelten ze die opnieuw als ze aan vervanging toe zijn binnen enkele decennia. Het kan de komende jaren een revolutie ontketenen in de bouwsector. “We weten dat we nu wereldwijd  heel ver staan met ons materiaal omwille van de CO²-reductie, de circulariteit en het duurzame karakter. Bij de productie van zwavelbeton wordt in tegenstelling tot cementbeton ook geen water verbruikt. Dat in combinatie met het gegeven dat zwavel een restproduct is van olie, zal in regio’s zoals het Midden-Oosten zeker van dichtbij bekeken worden.”

Onze allerbelangrijkste boodschap? Begin gewoon. Zet een haalbare ambitie, koppel dat aan mogelijke circulaire strategieën en laat je stakeholders zelf kiezen hoe ze die willen inzetten”

Veerle Labeeuw, Vlaanderen Circulair

Nieuwe, circulaire jobs

Een studie van PWC raamt het economisch potentieel van de circulaire economie in België tussen 1 en 7 miljard euro tegen 2030. Er zouden tot 100.000 extra jobs kunnen worden gecreëerd.  De overgang naar een circulaire economie is een  opportuniteit voor de creatie van lokale jobs, ook voor kort- en middelgeschoolden. Er ontstaan kansen voor sociale tewerkstelling, zowel rond de inzameling als de verwerking van afvalstoffen. Of denk aan jobs in herstel en onderhoud, wasdiensten van herbruikbare spullen, sorteerwerk, terugnamelogistiek enzovoort. Labeeuw: “Niet alleen in de fabrieken zullen andere jobs ontstaan, ook op de werven. Denk aan ‘materiaalscouts’ die bij een renovatie zullen onderzoeken welk materiaal nog kan hergebruikt worden en door wie. Voor deelplatforms heb je dan weer ict’ers nodig. Ik geloof sterk dat sociale en traditionele economie elkaar nog meer zullen aanvullen en samenwerken.” 

Uit de jongste veerkrachtenquête van Vlaanderen Circulair bleek dat tijdens de covid-crisis de meest succesvolle bedrijven steeds vaker kiezen voor circulaire strategieën. Wie meer inzet op circulariteit, wordt minder afhankelijk van de volatiele grondstoffenprijzen.  Labeeuw: “In de bouw zijn we gestart met een lerend netwerk van 200 aannemers, producenten van materialen, architecten, maar ook steden en gemeenten. Nu zitten we al aan 360 organisaties die zich geëngageerd hebben. Steeds meer bedrijven beginnen dus circulair te denken.” 

Maar de weg is nog heel lang. De Nederlandse stichting ‘Circle Economy’ schrijft jaarlijks een rapport dat nagaat hoe het wereldwijd gesteld is met de circulaire economie. De circulariteitskloof, dat is het percentage van onze economie dat nog niet circulair is, blijft hardnekkig steken boven de 90%.  
Bij onveranderd beleid zullen we tot 170-184 miljard ton aan grondstoffen verbruiken in 2050. De voornaamste reden waarom we nog niet richting circulaire economie bewegen? Het tempo waarmee we grondstoffen winnen, overtreft nog steeds de efficiëntieverbeteringen die we bereiken bij het terugwinnen van gebruikte materialen, waardoor de beschikbare secundaire materialen nog onvoldoende kunnen concurreren met nieuwe. Maar het kantelmoment is misschien wel in zicht. Recycled plastics stijgen bijvoorbeeld in waarde t.o.v. virgin materials door de hoge olieprijzen. 

Een interessante indicator om naar het verbruik van materialen in Vlaanderen te kijken, is de materialenvoetafdruk. OVAM berekende in 2021 de Vlaamse materialenvoetafdruk: die klokt af op 27,9 ton per inwoner. De materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie moet tegen 2030 worden verminderd met 30% en zelfs met 75% tegen 2050. Het Federale Actieplan Circulaire Economie dat de komende jaren wordt uitgerold, moet dat waarmaken. Een greep uit de maatregelen: productnormen wijzigen om hergebruik te vergemakkelijken, wegwerpproducten bannen (wat steeds meer gebeurt), circulaire overheidsopdrachten verbeteren en fiscale hervormingen. 

Eén ding staat als een paal boven water: wil je als ondernemer meer circulair worden, dan moet je eerst en vooral kijken wie er allemaal in je waardeketen zit. Labeeuw: “Wie heb je allemaal nodig en hoe kan ik gaan samenwerken met de anderen in die waardeketen? Dat is nieuw, want vroeger keken ondernemers enkel naar hun rechtstreekse klanten en leveranciers. Maar als je je kringloop wil sluiten, moet je verder durven kijken. Onze allerbelangrijkste boodschap is: begin gewoon. Zet een haalbare ambitie, koppel dat aan mogelijke circulaire strategieën, laat je stakeholders zoals leveranciers, aannemers en architecten zelf kiezen hoe ze die willen inzetten en geef hen de kans om daarin te groeien. Leg de lat na enkele jaren weer een stukje hoger, bijvoorbeeld van 10% recycled content in je materiaal naar 30%. Want als je te weinig ambitie toont, ga je ook niet vooruit”, besluit ze. 

Vlaanderen Circulair: knooppunt, inspirator en matchmaker

Vlaanderen Circulair is het knooppunt, de inspirator en matchmaker voor circulaire economie in Vlaanderen. Het is een partnerschap van overheden, burgers, bedrijven, non-profit en kenniswereld die samen actie ondernemen. Het operationeel team, dat voor de dagelijkse werking instaat, is ingebed in OVAM. 
Op hun website vind je o.a. handige b2b tools die je als ondernemer kunnen helpen om circulaire principes in de praktijk toe te passen.

Gent Jazz

Artikel uit publicatie