Hinderpalen bij de groene transitie

19/05/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Nieuwe, milieuvriendelijke technologieën zoals zonne-energie en elektrische wagens breken snel door. Dat zorgt voor economische kansen. Maar die opportuniteit kunnen we ook verprutsen, zoals twee nieuwsitems van de voorbije weken aantonen.

Het eerste item is de investering door Umicore van 300 miljoen euro in fabrieken die onderdelen voor elektrische batterijen moeten produceren. Volgens de Belgische non-ferrogroep staat elektrisch rijden voor de grote doorbraak. Umicore heeft de expertise in huis om in die transitie een stevige rol te spelen. De krant De Standaard had naar aanleiding van die investering een interview met Marc Van Sande, het Vlaamse brein achter heel wat innovaties van Umicore.

Van Sande legt uit hoe het 20 jaar duurde voor Umicore om tot unieke kennis over batterijtechnologie te komen. Op zich lijkt dit goed nieuws; een Belgisch bedrijf dat sterk kan winnen bij een belangrijke groene technologierevolutie.

Maar dan komt het minder goede bericht. De investering van Umicore in batterijen vindt plaats in haar vestigingen in China en Zuid-Korea. Niet in België of Europa. “De technologie voor herlaadbare batterijen zit nu eenmaal in Azië, Europa en de VS hebben grotendeels de boot gemist”, verklaart Van Sande in het interview. En dus is het logisch dat Umicore investeert waar de afnemers zitten.

Toch is het voor Europa nog niet te laat. De aanpak van de grote Europese automerken is hierbij essentieel. Momenteel kopen ze hun batterijen in Azië. Maar bij een grote doorbraak zullen er ook batterijen in Europa geproduceerd moeten worden. En als dat kantelpunt er komt, zal je volgens Van Sande snel moeten schakelen. “En dat is precies het grote probleem. Europa is traag en ik heb niet de indruk dat er de voorbije jaren werk gemaakt is om industriële investeringen vlotter te laten verlopen.” En in België is het volgens de Umicore-man nog erger en vergt het proces om aan de nodige vergunningen te komen nog meer tijd en is er ook niet echt plaats voor het soort installaties dat nodig is om batterijen te produceren.

Met andere woorden, Europa is een van de belangrijkste groene doorbraaktechnologieën aan het missen omdat het te traag en te log is. Deels doordat een aantal bedrijven een trend te laat hebben ingeschat, maar vooral omdat het wetgevend kader te traag werkt om snel te kunnen schakelen in een groene industriële omwenteling. Het cynische is dat die traagheid vaak veroorzaakt wordt door te complexe milieuwetgeving. Groene wetgeving dreigt de uitrol van de productie van groene technologie net tegen te houden.

Faillissement van Solarworld

Een ander nieuwsfeit van de voorbije week is hiermee verwant: het faillissement van het Duitse Solarworld. Die producent van zonnepanelen was ooit het trotse Europese antwoord op de Amerikaanse Bush-strategie om goedkope energie via oorlogen in het Midden-Oosten te halen. Duitsland zou via zware subsidies de uitrol van zonne-energie sterk aanmoedigen en hierdoor zou het ook de industrie en energie van de toekomst bezitten. Solarworld werd samen met andere Duitse zonnepanelenproducenten als Q-Cells en Conergy als het potentiële Microsoft of Exxon van Europa aangezien. Q-Cells had voor de kredietcrisis een beurswaarde van 8 miljard euro en Solarworld 4,3 miljard euro. Zelfs België had toen een producent van zonnepanelen, Photovoltaic in Tienen.

Die producenten moesten het gulle subsidiebeleid voor zonne-energie verantwoorden. Dankzij de subsidies zouden we veel banen creëren en dankzij de (op dat moment) Europese leidende positie in zonnecellen zouden we de subsidies via extra export en bedrijven terugverdienen. Helaas is dat niet gebeurd. Photovoltaic, Q-Cells en Conergy zijn al een tijd failliet en nu doet Solarworld als laatste Europese producent de boeken dicht.

Grosso modo zijn er twee oorzaken. De omzet van die bedrijven viel door de kredietcrisis fel terug. Landen gingen retroactief snel besparen op de subsidies op zonne-energie, waardoor er bijvoorbeeld in Spanje of Italië nog nauwelijks zonneparken werden bijgebouwd. In de tweede plaats kwam op datzelfde moment China sterk op de proppen als producent van goedkope zonnepanelen. China kon profiteren van de kennis van de Europese pioniers en de Chinese staat ondersteunde de uitrol van grote Chinese producenten van panelen fors. Dankzij subsidies van de Chinese overheid konden die onder de prijs van de Europese producenten verkopen. In Vlaanderen werden via riante subsidies vooral Chinese panelen op de daken gelegd. En we creëerden dus jobs in China en niet in Vlaanderen.

Europa verkoos een snelle uitrol van zonne-energie (met te goedkoop verkochte niet-Europese panelen) boven het aanpakken van Chinese dumping en de bescherming van de eigen industrie. Niet dat Europa aan protectionisme moet doen, maar het mag ook niet naïef zijn als andere landen via agressieve (gesubsidieerde) prijzen een technologisch strategische markt willen innemen. Europa moet hier sneller schakelen en bij aantoonbare dumping extra tarieven aanrekenen. En die meteen opheffen als het andere land stopt met dumpen, zodat het aantoont dat het zeker handel wil drijven en niet protectionistisch is tegenover een ander land, maar enkel een gelijk speelveld wenst bij die handel.

Europa en België moeten zich nu goed bezinnen. In de ICT-revolutie stond Europa met bedrijven zoals Nokia, Alcatel, Ericsson, Infineon, … tot 2008 sterk, maar zijn we die voorsprong volledig kwijt en we staan nu zowat achteraan. Zo goed als alle belangrijke digitale platformen zijn nu Amerikaans. In de groene technologie die nu gaat doorbreken, stond Europa initieel aan kop. Het peloton heeft ons nu bijgehaald en het lijkt dat we door onze eigen traagheid en een gebrek aan industriële visie het peloton moeten lossen. Tijd dat we een energiereep nemen en opnieuw versnellen.