Het mobiliteitsbudget in 15 vragen en antwoorden

07/12/2018

Het wetsontwerp tot invoering van een moMobiliteitsbudgetbiliteitsbudget werd op 3 december 2018 ingediend in de Kamer. Daarmee komt het mobiliteitsbudget stilaan in de laatste rechte lijn terecht. 

Via dit systeem zullen werknemers die al voldoende lang beschikken over (of in aanmerking komen voor) een bedrijfswagen, deze kunnen omzetten naar een mobiliteitsbudget. Binnen dit budget kiezen ze dan voor een combinatie van vervoermiddelen die hen het vlotst en op de meest milieuvriendelijke manier op het werk krijgt.

Hier vindt u de informatie over deze nieuwe regeling aan de hand van enkele vaak gestelde vragen
 

1. Ben ik als werkgever verplicht om het mobiliteitsbudget in te voeren?

Neen.

Het initiatief voor de invoering van het mobiliteitsbudget gaat uit van de werkgever. De werkgever beslist of hij al dan niet de mogelijkheid zal bieden de bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget.

2. Geldt het mobiliteitsbudget onvoorwaardelijk voor alle werknemers?

Neen.

De werkgever beslist of hij zijn werknemers al dan niet de mogelijkheid zal bieden hun (recht op een) bedrijfswagen om te zetten in een mobiliteitsbudget.

Hij kan hieraan voorwaarden verbinden met betrekking tot welke werknemers en welke wagens wanneer in aanmerking komen voor de omzetting. Het spreekt voor zich dat een eventueel onderscheid tussen werknemers geoorloofd moet zijn.

Deze voorwaarden moet de werkgever uiterlijk bij de invoering van het systeem communiceren aan alle werknemers.

3. Is een werknemer verplicht in het systeem te stappen?

Neen.

Wanneer de werknemer behoort tot de categorie van werknemers die kunnen instappen in het systeem, is de werknemer vrij om te beslissen om al dan niet in te gaan op dit aanbod.

Een werknemer kan m.a.w. nooit verplicht worden de bedrijfswagen in te leveren in ruil voor het mobiliteitsbudget.

4. Kan elke werknemer instappen in het mobiliteitsbudget?

De werkgever kan enkel een mobiliteitsbudget toekennen aan werknemers die effectief over een bedrijfswagen beschikken of er voor in aanmerking komen.

Komen in aanmerking voor een bedrijfswagen: werknemers die deel uitmaken van een functiecategorie waarvoor het bedrijfswagenbeleid van de werkgever in een bedrijfswagen voorziet.Het bedrijfswagenbeleid definieert men als de door de werkgever vastgelegde voorschriften met betrekking tot de toekenningsvoorwaarden en het gebruik van de bedrijfswagen. Denk bijvoorbeeld aan de car policy.

5. Kan ik als werkgever onmiddellijk starten met het mobiliteitsbudget?

De werkgever kan de mobiliteitsvergoeding maar invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde van één of meerdere werknemers.

Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn, is deze minimumtermijn niet vereist.

6. Kan elke werknemer onmiddellijk instappen in het mobiliteitsbudget?

Neen.

Een werknemer die over een bedrijfswagen beschikt (of ervoor in aanmerking komt), kan maar een aanvraag voor het mobiliteitsbudget indienen wanneer hij bij de huidige werkgever:

  • in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen (heeft) beschikt (of ervoor in aanmerking kwam); EN
  • op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikt (of ervoor in aanmerking komt).

De periode van 36 maanden geldt niet wanneer de werknemer in dienst komt van een startende werkgever.

MAAR…er bestaan uitzonderingen

De minimumtermijnen gelden:

  • nooit bij aanwerving van een nieuwe werknemer. Wie nieuw in dienst komt, kan bijgevolg meteen instappen in het mobiliteitsbudget. Uiteraard op voorwaarde dat men terecht komt in een functiecategorie waaraan een bedrijfswagen verbonden is.
  • niet voor wie door een functieverandering of promotie terecht komt in een functiecategorie waaraan het recht op een bedrijfswagen gekoppeld is. Dit geldt enkel op voorwaarde dat deze functieverandering of promotie plaats vindt vóór 1 januari 2019. Wie promotie maakt na 1 januari 2019 of dan pas van functie wijzigt, zal deze wachttermijnen wél moeten doorlopen.

7. Moet ik nog tussenkomen in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer, eens de bedrijfswagen werd ingeruild voor het mobiliteitsbudget?

Neen.

Vanaf de eerste dag van de maand waarin de werknemer een mobiliteitsbudget krijgt, vervalt elke verplichting die op de werkgever zou rusten om tussen te komen in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer. En dit ongeacht het gebruikte vervoermiddel.

Uiteraard mag u nog altijd tussenkomen, maar weet dan dat deze tegemoetkomingen niet langer vrijgesteld zijn, maar beschouwd worden als loon, te onderwerpen aan socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.

Enkel voor wie (het recht op) de bedrijfswagen al voldoende lang combineerde met een vrijgestelde werkgeverstussenkomst openbaar vervoer, een fietsvergoeding of een bedrijfsfiets geldt een uitzondering op deze strikte regel.

8. Welk bedrag aan mobiliteitsbudget levert de inlevering van de bedrijfswagen op?

De reële jaarlijkse werkgeverskost van de bedrijfswagen die men opgeeft (of waarvoor men in aanmerking komt) bepaalt de grootte van het mobiliteitsbudget.

In deze zogenaamde Total Cost of Ownership of TCO, zit de financieringskost van de wagen vervat, maar ook alle bijhorende kosten voor brandstof, verzekeringen, de CO2-solidariteitsbijdrage, nietaftrekbare btw, …

Werkgevers die eigenaar zijn van de bedrijfswagen, vervangen de financieringskost door een jaarlijkse afschrijving van 20%.

9. Ligt de grootte van het mobiliteitsbudget voor eens en altijd vast?

Neen.

Het mobiliteitsbudget is geen statisch gegeven. Een promotie of demotie, waardoor een werknemer in een hogere of lagere wagencategorie terecht komt, kan de grootte van het budget in positieve of negatieve zin beïnvloeden.

Het mobiliteitsbudget is niet onderworpen aan een verplichte indexering.  Maar de werkgever kan wel een eigen indexmechanisme op poten zetten. Het resultaat van zo'n bedrijfseigen aanpassing mag nooit hoger zijn dan wanneer men het mobiliteitsbudget gewoon volgens de sectorale loonindex zou aanpassen.

10. Waaraan kan men het mobiliteitsbudget spenderen? 

Werknemers kunnen het mobiliteitsbudget besteden in 3 pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling.

Pijler 1: milieuvriendelijke bedrijfswagen

De bedrijfswagen kan deel blijven uitmaken van het mobiliteitsbudget, Maar niet elke wagen komt in aanmerking.
Zo moet de TCO van de wagen passen binnen de TCO van de bedrijfswagen die aan de basis ligt van het mobiliteitsbudget.
Bovendien moet de wagen die men binnen deze pijler kiest, milieuvriendelijk zijn. 

Milieuvriendelijke wagens zijn :

  • elektrische wagens; OF 
  • wagens die gelijktijdig beantwoorden aan volgende voorwaarden: 
    • een CO2-uitstoot hebben van max. 95 gr/km; 
    • de emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen moet ten minste overeenstemmen met de geldende norm voor nieuwe voertuigen; 
    • wanneer het een oplaadbare hybride wagen betreft, moet de capaciteit van de elektrische batterij minstens gelijk zijn aan 0,5 kWh per 100 kg wagengewicht;
    • minstens even milieuvriendelijk zijn als de wagen die aan de basis lag van het mobiliteitsbudget. 

De wagen die men binnen deze pijler kiest, ondergaat dezelfde sociale en fiscale behandeling als de "gewone" bedrijfswagen. 

Pijler 2: Duurzame mobiliteit

Elke besteding die de werknemer binnen deze pijler maakt, is volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.


Zachte mobiliteit

Hieronder vallen de aankoop, huur, leasing onderhoud en verplichte uitrusting van: 

  • volgende modi met maximale snelheid van 45 km/uur: 
    • rijwielen: ongeacht het type van fiets dus gewone stadsfiets, e-bike, speed pedelec, bakfiets, mountainbike, enz. 
    • voortbewegingstoestellen: monowheel, hooverboard, elektrische step, enz. 
    • bromfietsen. 
  • motorfietsen die uitsluitend elektrisch aangedreven zijn.

Openbaar vervoer


Met het mobiliteitsbudget kan de werknemer zowel abonnementen als vervoersbewijzen financieren.


Voor abonnementen is voorzien dat deze op naam moeten staan van de werknemer en betrekking moeten hebben op diens woon-werkverkeer. Een abonnement op naam van één van de kinderen van de werknemer om naar school te gaan, valt hier dus niet onder.


Losse tickets voor het openbaar vervoer kunnen dan weer wel zuiver privé gebruikt worden door de werknemer en zijn gezin. En dit niet alleen voor reizen binnen België maar binnen de ganse Europese Economische Ruimte.
Men kijkt niet alleen naar de officiële aanbieders van openbaar vervoer. Ook andere initiatieven, zoals de waterbus, vallen hieronder.

Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer

Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer is niet noodzakelijk door de werkgever georganiseerd. Maar kan ook via een groep van werkgevers verlopen of zelfs via derden. 

> Zo kan de werknemer met zijn mobiliteitsbudget ook verplaatsingen met de kantoorbus financieren.

Gedeeld vervoer

Deze rubriek omvat alle mogelijke vormen van gedeeld vervoer, zoals deelfietsen, -auto's, -scooters, -steps, … Ongeacht of ze toebehoren aan een vloot dan wel aan een particulier.

Ook het gebruik van een taxi of de huur van wagen met chauffeur (Uber) valt hieronder. Wel is vereist dat beiden in orde zijn met de regelgeving die op hen van toepassing is 
Tot slot kan men ook de huur van een wagen (zonder chauffeur) voor maximaal 30 kalenderdagen financieren met het mobiliteitsbudget.

Huisvestingskosten

Dichtbij het werk wonen is bij uitstek een duurzame mobiliteitsoplossing.

Wie binnen een straal van 5 km van de normale plaats van tewerkstelling woont, kan het huurgeld of de intresten van een hypothecaire lening financieren met het mobiliteitsbudget.

Bedrijfsfiets en fietsvergoeding

Werkgevers kunnen hun fietsende pendelaars via het mobiliteitsbudget fietsen ter beschikking stellen en/of een fietsvergoeding toekennen.

Pijler 3: cash

Op het einde van elk kalenderjaar gebeurt een afrekening. 

Het deel van het mobiliteitsbudget dat de werknemer niet gebruikte voor de financiering van een milieuvriendelijke bedrijfswagen en/of duurzame mobiliteitsmodi, zal hem één keer per jaar in geld uitbetaald worden. En dit uiterlijk samen met het loon van januari van het daaropvolgende jaar.

Het gedeelte in cash is geen zuiver netto-gegeven. De uitbetaling gebeurt na aftrek van de bijzondere werknemersbijdrage inzake sociale zekerheid van 38,07%.

Ter compensatie van de hoge prijs die de werknemer hiervoor moet "betalen”, zal het saldo opgenomen worden in de berekeningsbasis voor de ziekte- en werkloosheidsuitkering én meetellen voor pensioenopbouw. 

Het is wel vrij van belastingen: voor de werknemer is het saldo in cash een vrijgesteld sociaal voordeel. Voor de werkgever vormt het een aftrekbare beroepskost.

11. Moet ik alle voordelen van de 2e pijler aanbieden of mag ik een selectie maken?

Neen.

Een werkgever kan zelf kiezen welke voordelen hij al dan niet aanbiedt, rekening houdend met het eigen mobiliteitsbeleid en de mobiliteitsbehoeften van zijn werknemers.

Bovendien kan de werkgever ook rekening houden met de administratieve beheersbaarheid van de mobiliteitskeuzes.

12. Moet een werknemer het mobiliteitsbudget in alle pijlers besteden?

Neen.

Een werknemer kan vrij kiezen binnen welke pijler hij zijn mobiliteitsbudget wil aanwenden. In het meest extreme geval kiest de werknemer ervoor om zijn mobiliteitsbudget volledig cash te laten uitbetalen. Hij moet daar dan wel een hoge prijs voor betalen, onder de vorm van de bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%.

13. Is het recht op het mobiliteitsbudget van onbepaalde duur?

Neen.

De toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt uiterlijk de eerste dag van maand waarin de werknemer: 

  • een functie uitoefent waarvoor geen recht op een bedrijfswagen voorzien is in het loonbeleid van de werkgever; 
  • beschikt over een mobiliteitsvergoeding (cash for car-regeling);
  • terug over een andere bedrijfswagen beschikt dan de milieuvriendelijke wagen gekozen in de eerste pijler

14.Wordt het mobiliteitsbudget toegekend bij langdurige afwezigheid?

De werknemer heeft inzake het mobiliteitsbudget enkel recht op: 

  • de terbeschikkingstelling ervan door de werkgever; 
  • een behandeling die gelijk is aan de behandeling van het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen. 

Dit betekent onder meer dat een werknemer het recht op het mobiliteitsbudget behoudt gedurende afwezigheidsperioden gedekt door gewaarborgd loon. 
Ruimere rechten die zouden bestaan op sector- of ondernemingsvlak inzake behoud bedrijfswagen (bijvoorbeeld bij langdurige schorsing arbeidsovereenkomst) moet men ook doortrekken naar het mobiliteitsbudget.

15. Een werknemer heeft gelijktijdig de beschikking over meerdere wagens voor persoonlijk gebruik. Krijgt hij daardoor een groter mobiliteitsbudget?

Wie meer dan één bedrijfswagen ter beschikking heeft, kan maar één wagen inruilen voor een mobiliteitsbudget. De inlevering van een extra wagen zal dus geen aanleiding geven tot bijkomend budget.

SD WorxDeze FAQ werd samengesteld door SD Worx. Wilt u meer advies over het mobiliteitsbeleid in uw bedrijf, dan kan u terecht bij de consultants van SD Worx. Zij hebben heel wat expertise rond specifieke vervoersmiddelen, waaronder de (bedrijfs)wagen, de fiets en het openbaar vervoer. Aarzel niet om contact met hen op te nemen. Mail naar mobility@sdworx.com.