Skip to main content

Het klimaat in België ná Trump

  • 09/06/2017

Er was de voorbije week veel terechte commotie rond de beslissing van de Amerikaanse president Trump om de VS uit het Parijs-akkoord te trekken. België moet zich hierbij niet teveel op de borst kloppen. Het akkoord van Parijs heeft vérstrekkende gevolgen voor dit land, en we beseffen de impact daarvan nog niet goed. Ook voor bedrijven betekent Parijs een grote omslag, bijna vergelijkbaar met de digitaliserings- en robotiseringsgolf die op ons afkomt.

Het klimaatakkoord is iets heel ongemakkelijks voor ons land. Politiek zijn we namelijk een land van plantrekkers die weinig nadenken over de lange termijn. Zo wordt al decennialang weinig gedaan om de overheidsfinanciën structureel gezond te krijgen. Echte keuzes maakt niemand in dit land en de politiek moddert maar wat aan inzake het beheer van de overheidsfinanciën. Begrotingen hangen met spuug en plaktrouw aaneen, net genoeg om te vermijden dat Europa ons op het strafbankje zet.

Er is een zekere analogie met het akkoord van Parijs. Tot nu toe konden we de Kyoto-doelstellingen wel halen met een Belgisch compromis en een samenloop van omstandigheden (bv. de sluiting van een hoogoven). Maar de 2020-doelstellingen halen – die onder meer een CO2-reductie van 15% voorzien - vergt al een heuse heksentoer. En vanaf 2020 wordt het pas echt menens. Het akkoord van Parijs voorziet dat de EU haar uitstoot tegen 2030 met 40% verlaagt tegenover 1990, met 60% tegen 2040 en met meer dan 80% tegen 2050. Dat is binnen respectievelijk 13, 23 en 33 jaar. In investeringstermen is dat niet veraf. Mochten we de vergelijking maken met onze overheidsfinanciën dan zou het klimaatakkoord betekenen dat we de overheidsschuld van nu 106% van het bbp tegen 2050 afbouwen tot 20%.

De inspanningen hoeven niet exact evenredig verdeeld te worden over de Europese lidstaten. Sommige lidstaten kunnen iets meer doen, andere iets minder. Maar heel sterk afwijken van de algemene doelstelling zal niet kunnen. België zal er niet mee wegkomen om in 2040 bv. slechts 30% te reduceren terwijl de Europese doelstelling 60% is. Zelf al zouden we een gunstig doelstelling van 50% krijgen, dan nog is dat een enorme opdracht.

De doelstellingen naast zich neerleggen is ook niet echt een optie. België is een groot voorstander van Europese en internationale samenwerking. Dus kunnen we het niet maken om normen die Europa (of de NAVO) ons opleggen zoals die rond begroting, tewerkstelling, militaire uitgaven… naast ons neer te leggen. Op al die vlakken zitten we nu al bij de kneusjes van de Europese klas.

De reductiedoelstellingen halen we evenmin door snel-snel links en rechts een windmolen bij te plaatsen, een extra subsidie voor elektrische auto’s te voorzien of extra isolatiemateriaal te plaatsen. Er zal (veel) meer nodig zijn. Zeker in de wetenschap dat de kerncentrales sluiten en die voor een belangrijk deel door snel aan en afschakelbare centrales (zoals gascentrales) zullen vervangen worden, waardoor de CO2-uitstoot zal stijgen.

Voor het halen van de normen uit het klimaatakkoord zijn er twee extra moeilijkheden. De eerste drempel is technisch van aard. Er bestaat al een hele schare aan technologieën om CO2-loos te werken, gaande van goedkoper wordende zonnepanelen, elektrische auto’s en fietsen , batterijen, passiefhuizen, elektrische warmtepompen… Die op grote schaal uitrollen zou ons al een eind op weg helpen. Maar er zijn ook heel wat sectoren waar er nog niet echt oplossingen zijn om CO2-neutraal te werken. Vrachtwagens of vliegtuigen voor de lange afstand elektrisch aandrijven blijft voorlopig onmogelijk vanwege de lage energiedensiteit van batterijen (het gewicht van de batterijen is te groot tegenover de te vervoeren massa). Ook in industriële processen waar veel warmte nodig is, is het vaak nog onmogelijk om zonder CO2-uitstoot te werken. Tot slot zit België met een verouderd huizenbestand. Vele oude huizen en appartementen kunnen niet passief gemaakt worden of aangesloten worden op een elektrische warmtepomp. En de versnippering van België maakt dat het moeilijk zal zijn om warmtenetten uit te rollen, zoals de Nederlanders op grote schaal van plan zijn.

De tweede grote narigheid is dat we die doelstellingen moeten halen in een context van budgettaire en economische krapte. Iemand die de industrie een koud hart toedicht, zou kunnen argumenteren dat we de doelstelling best realiseren door alle chemie- en alle metaalverwerkende bedrijven in België te sluiten. Dat zou inderdaad tot minder CO2-uitstoot leiden, maar tegelijkertijd zou dat honderdduizenden banen kosten en een economische en fiscale aderlating zijn. Omdat die sectoren rechtstreeks en onrechtstreeks heel wat belastingen betalen en vooral extreem belangrijk zijn in onze handelsbalans. Zonder die industrie zou België sterk gaan gelijken op Griekenland, dat in de problemen gekomen is omdat het geen goede exportsectoren telde. Het heeft ook geen zin dat de Europese engagementen ertoe zouden leiden dat bv. een efficiënte Belgische raffinaderij moet sluiten en een inefficiënte Poolse mag open blijven omdat het voor Polen veel gemakkelijker is om de doelstellingen te halen (bv door hun kolencentrales dicht te doen).

De budgettaire krapte maakt ook dat er zeer weinig ruimte is voor dure maatregelen om tegen 2050 quasi geen CO2 meer uit te stoten. Op het moment dat de vergrijzing het zwaarste weegt op de begroting, moeten we tegelijkertijd heel het economisch model CO2-neutraal maken. De middelen zijn zeer beperkt en er is dus geen ruimte om aan groene cadeaupolitiek te doen (zoals bv. destijds met de ondersteuning van zonnepanelen). Iedere euro die besteed wordt om de klimaatdoelstellingen te halen, moet zo optimaal mogelijk ingezet worden en moet tot een maximale CO2-reductie leiden. Liefst met een extra economische return, zoals het uitsparen van brandstof, creatie van jobs of een ander innovatief voordeel.

Pasklare en gemakkelijke oplossingen zijn er niet. Er moet in de eerste plaats een langetermijnvisie uitgewerkt worden. Een routeplan tot 2050 dient zich aan. Op die planning moeten enkele technologische deadlines (veeleer dan kwantitatieve emissiedoelstellingen) gezet worden, zodat bedrijven en particulieren hun investeringsbeleid hierop kunnen aanpassen. En zo voldoende tijd hebben om groene investeringen zoveel mogelijk in te schakelen in hun vervangings- en langetermijninvesteringsplanning (waardoor ze heel wat geld kunnen uitsparen). Ook moet gekeken worden welke out-of-the-box-maatregelen nodig zullen zijn voor drastische reducties in bijvoorbeeld de zware industrie. Innovatie zal hierbij de sleutel zijn. De opslag van CO2 in oude gasvelden – de zogenaamde Carbon Capture en Storage (CCS) – kan zo’n oplossing zijn, of de inzet van CO2 als grondstof voor nieuwe energie. Dat stappenplan moet transparant, haalbaar en vooral ook budgettair en economisch realistisch zijn.

Ook voor bedrijven is dit klimaatverhaal belangrijk. Klimaatbeleid was voor veel ondernemingen in het verleden vooral bedoeld om een positief imago te creëren en om te besparen op de energiefactuur. De engagementen die de lidstaten zijn aangegaan in het akkoord van Parijs zijn veel drastischer en betekenen dat zowat ieder bedrijf binnen 30 jaar zo goed als CO2-neutraal moet zijn. Veel ontsnappingsroutes zijn er niet voor de lidstaten. Dus hoe vroeger we hierop anticiperen, hoe vlotter en goedkoper die transitie zal gaan. Maar die omslag betekent ook dat er heel wat vraag zal zijn naar nieuwe CO2-neutrale technologieën, wat weer tot extra omzet kan leiden voor innovatieve bedrijven.

Op het Vokacongres Open Ondernemen, op 14 juni in Antwerpen, gaan we dieper in op de vraag wat ‘Open met de planeet’ juist betekent.

IMU - Altez 0110
VZW_IMU_GROUPS
IMU - Sport Vlaanderen
ING
SD  Worx