Skip to main content

Het gewicht van de zware beroepen

  • 28/03/2018

Het debat over de zware beroepen woedt momenteel hevig. Om de pensioenen betaalbaar te houden, moet een uitstap uit de arbeidsmarkt op te jonge leeftijd ontmoedigd worden. Bij uitzondering kunnen mensen met een zwaar beroep het recht hebben op een lagere pensioenleeftijd. Ondertussen worden vakbonden redacteurs van pensioenkranten en menig burger meent aanspraak te maken op de titel van ‘beoefenaar van een zwaar beroep’. Het is nu aan de regering om de knopen door te hakken.

  • We leZwaar beroepven vandaag gemiddeld vier jaar langer dan tien jaar geleden.
  • We gaan vroeger met pensioen dan gemiddeld in Europa.
  • Uitzonderingsregimes – voor zware beroepen, bijvoorbeeld – worden de facto gefinancierd door mensen die nog op de arbeidsmarkt actief blijven.
  • Om zware taken in een carrière draaglijk te maken, moeten we niet kiezen voor vervroegd pensioen, maar voor werkbaar werk.

De federale regering tracht de pensioenregeling te hervormen met als doel mensen langer te laten werken. De sociale partners van de privésector slaagden er niet in om tot een oplossing te komen over die zware beroepen. Een oplossing in de publieke sector kan een precedentswaarde hebben voor de regeling voor de privésector. Daarom wordt met veel interesse gekeken naar de oplossing die de minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, uitwerkt voor de publieke sector.

Feiten:

  • We leven gemiddeld vier jaar langer dan tien jaar geleden.
  • Met een effectieve pensioenleeftijd op 61,3 jaar voor mannen en 59,7 jaar voor vrouwen, behoren we tot de vroegste uittreders van de Europese arbeidsmarkt.
  • Met loopbanenlengtes van gemiddeld 32,6 jaar zitten we onder het Europees gemiddelde van 35,6 jaar.
  • Binnen de loopbaan zijn we een derde van de tijd niet beroepsactief omdat we tijdskrediet opnemen, ziek of werkloos zijn.  
  • Er komen enorme kosten en uitdagingen op ons af: Vandaag zijn er bijna vier actieve werknemers voor elke niet-actieve. Over dertig jaar zijn er volgens de voorspelde demografische evoluties nog nauwelijks meer dan twee werkenden voor elke niet-actieve. En in België betalen we de rekening van de pensioenen volgens het repartitiesysteem. Wat neerkomt op het doorschuiven van de factuur naar de volgende generatie. Nu al zijn er weinig andere landen in Europa waar zo weinig wordt gewerkt als hier.

Het is dan ook hallucinant dat men de indruk wekt dat het onrechtvaardig is om iedereen op te roepen om langer te werken.

Velen hebben een nobel, belangrijk en soms lastig beroep, maar niet noodzakelijk een beroep dat op zijn plaats is in de lijst van zware beroepen. Vandaag kan de kaartjesknipper van de trein op pensioen op 55 jaar en de militair, die misschien nooit buitendienst heeft gedaan, op 56 jaar. Tegelijk zijn er mensen in de publieke sector die veel zwaardere taken verrichten en dat gunstregime niet genieten. Dit kunnen we dan bezwaarlijk in stand houden. De herziening van die gunstregimes dringt zich op.

“Het is hallucinant dat men de indruk wekt dat het onrechtvaardig is om iedereen op te roepen om langer te werken.”

De gehanteerde criteria moeten objectief, meetbaar en controleerbaar zijn en moeten samengaan met een minimale administratieve last voor werkgevers. Dat wil zeggen dat emotionele en mentale belasting op zich nooit kunnen volstaan om als zwaar beroep erkend te worden. Daarnaast kunnen periodes zoals ouderschapsverlof niet meegerekend worden omdat men die periode het zware beroep níet heeft uitgeoefend. Het zware beroep moet ook voldoende lang uitgeoefend worden. Vijf jaar gedurende een volledige carrière is onvoldoende lang om te kunnen spreken van een zwaar beroep.

Het is essentieel om die parameters juist te zetten en bij twijfel eerder restrictief te interpreteren. In landen waar vervroegde pensioenregelingen voor zware beroepen bestaan, ligt het aandeel werkenden in zware beroepen tussen de 0,5% en 4%. In deze Europese context en de context van een gesloten budget voor de privésector moeten we erover waken dat in België niet de helft van de ambtenaren en werknemers een zwaar beroep claimen. Op termijn uitbreiden zal makkelijker zijn dan ontsporingen terug te draaien.

Door te veel mensen vervroegd op pensioen te laten gaan, verspil je niet alleen enorm veel menselijk kapitaal. Iemand zes jaar vroeger laten vertrekken is een serieus pensioencadeau waarvoor de dan actieven mogen opdraaien. Stel dat een ambtenaar een brutobedrag van 30.000 euro per jaar krijgt om zes jaar vroeger met pensioen te gaan, dan geef je een cadeau van 180.000 euro, dat verdiend moet worden door mensen die wel blijven werken.

In plaats van beroepsgroepen uit te sluiten moeten we ons eerder afvragen hoe we de ambtenaar en de werknemer tot 67 jaar kunnen laten werken. Daarvoor moeten ze niet per se tot 67 jaar voor de klas staan, patiënten wassen, branden blussen of dieven vangen. Om zware taken op een bepaald ogenblik in de carrière draaglijk te maken, moeten we opteren voor werkbaar werk, variatie en taakverschuiving.

Met verkiezingen in aantocht is de verleiding niet groot om onpopulaire doch noodzakelijke keuzes te maken. Zeker wanneer deze beslissingen pas hun vruchten afwerpen voor zij die vandaag nog niet stemgerechtigd zijn. Maar het is essentieel dat zowel in de publieke als in de private sector knopen worden doorgehakt en ervoor gezorgd wordt dat het aantal uitzonderingen op langer werken beperkt blijft.

Veronique Leroy - Adviseur Sociaal Recht & Arbeidsmarkt - veronique.leroy@voka.be - 0478 88 03 34
IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx