Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • "Het beleid denkt niet aan overmorgen"
Guy Tegenbos
  • 03/09/2020

"Het beleid denkt niet aan overmorgen"

De pijnpunten in de organisatie en financiering van welzijn en zorg: we kennen ze al een hele tijd. De coronacrisis legde ze nu ook bloot voor het brede publiek. Benieuwd? U ontdekt het op 29 oktober tijdens het congres van Voka Health Community. In de aanloop geven enkele toekomstdenkers hun visie op welzijn en zorg. Deze week aan het woord: Guy Tegenbos.
 

Guy Tegenbos was journalist bij De Standaard en schrijft nog tweewekelijks een column voor de krant. Hij volgde 30 jaar lang het gezondheidsbeleid in ons land op de voet. Daar bleef het niet bij, want hij speelde er ook een actieve rol in. Hij werkte mee aan enkele denktanks, zoals de Kievitgroep, waar de netwerkgedachte ontstond die de regeringen later overnamen. Hij was voortrekker bij de oprichting van de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg en is er nog steeds actief lid van.

"Het beleid denkt niet aan overmorgen" - Guy Tegenbos

“De crisis heeft aangetoond dat de eerstelijnszorg niet zozeer klachtengericht moet werken, maar populatiegericht. Daar moeten we nu mee verder gaan. Dat betekent ook dat we die anders moeten financieren.”

Guy Tegenbos

“Vandaag kijk ik met nog wat meer afstand dan vroeger naar wat zich afspeelt in de sector”, steekt hij van wal. “De coronacrisis toont duidelijk enkele tekorten aan, stel ik vast vanuit mijn rol van kritische kijker. De eerste zwakheid is het feit dat we totaal niet voorbereid waren op een pandemie. Ook al wisten we dat er ooit een pandemie zou uitbreken, toch was er geen voorbereidend werk gedaan, noch voor de ziekenhuizen, noch voor de woonzorgcentra. Het is een algemene ziekte van het Belgische beleid: er is geen langetermijnvisie. Het was het niveau van de ziekenhuizen zelf dat genoeg energie en mankracht kon opbrengen om de crisis te lijf te gaan. De woonzorgcentra hadden simpelweg te weinig personeel. De grootste verantwoordelijke is het politieke en administratieve beleid, dat niet aan overmorgen denkt.”
 
Tegenbos’ tweede conclusie is dat de eerste lijn de meest noodzakelijke schakel vormde. “De eerstelijnszorg heeft vrij snel triagecentra opgericht en zo hoort dat ook. Volgens mij heeft de crisis ons geleerd dat de eerstelijnszorg niet zozeer klachtengericht moet werken, maar populatiegericht. Daar moeten we nu mee verder gaan. Dat betekent ook dat we die anders moeten financieren. Door praktijken te betalen naargelang ze doelen bereiken – bijvoorbeeld een bepaald percentage patiënten laten screenen op darmkanker – zullen ze verantwoordelijkheid dragen voor hun patiënten.”
 
Een derde ontdekking is voor Tegenbos de verwaarlozing van de geestelijke gezondheidszorg. “Men heeft die zorg helemaal stilgelegd tijdens de lockdown, maar het is net in de geestelijke gezondheidszorg dat je vooral géén behandelingen moet stopzetten. Tijdens de bankencrisis hadden we al vastgesteld dat de angstsymptomen toenamen, nu zien we opnieuw dat de vraag naar psychische hulpverlening toeneemt – niet alleen bij zorgverleners maar ook bij de brede bevolking.” Die vaststelling hangt samen met het spanningsveld tussen de strikte gezondheidszorg en welzijn. “De afgelopen maanden hebben we gezien dat virologen en psychologen met elkaar in conflict kwamen. Vanuit een gezondheidsstandpunt is isolatie te verdedigen, maar welzijnsgewijs is het niet acceptabel. En we zijn er nog niet – kijk maar naar de schrijnende verhalen uit de woonzorgcentra.”
 
Versnippering
“De laatste les die getrokken moet worden, is dat de versnippering van bevoegdheden nefast is. Soms heb je nu eenmaal een eenheid van bevel nodig – en dat hadden wij niet. Als het federale niveau bevoegd is voor a, de deelstaten voor b, en die bevoegdheden zijn dan in sommige deelstaten nog versnipperd over verschillende ministers: wie beslist dan wat? Dat weet niemand. Laat ons maar de stap zetten naar een nieuwe staatshervorming in de gezondheidszorg. Op dat vlak ben ik het eens met Voka Health Community: we moeten de deelstaten een zo groot mogelijke bevoegdheid geven, wat niet wegneemt dat bepaalde operationele zaken federaal kunnen blijven.”
 
Hij benadrukt wel het belang van een langetermijnvisie om die structuren vorm te geven. “De structuren moeten gebaseerd zijn op een strategie. Er zijn nu ziekenhuisnetwerken gemaakt, die we op een aantal punten nog moeten corrigeren, maar het is duidelijk dat de aansluiting tussen die netwerken en de organisatie van eerstelijnszorg ook nog moet gebeuren.” Op de vraag of de coronacrisis in dat opzicht een katalysator kan geweest zijn, antwoordt Tegenbos volmondig ja. “Er zijn bruggen geslagen tussen huisartsen en ziekenhuizen enerzijds en ziekenhuizen en woonzorgcentra anderzijds. Dat is spontaan gegroeid, omdat de mensen bepaalde behoeftes zagen, niet omdat de structuren er op aanstuurden. Het komt erop aan dat nu te verankeren door de ziekenhuisnetwerken, eerstelijnszorg, woonzorgcentra en geestelijke gezondheidszorg in elkaar te vervlechten.”

Om de pijnpunten in de organisatie en financiering van welzijn en zorg te veranderen hebben we nood aan durvers, droomers en doeners. Hoort u daar ook bij? Wil u graag inspiratie van andere toekomstdenkers? Schrijf dan nu in voor het congres van Voka Health Community op 29 oktober in Brussels44Center, uiteraard #coronaproof! 

Ontdek hier de visie van onze andere toekomstdenkers.

Contactpersoon

Ria Binst

Projectmanager Health Community

Toekomstdenkers over welzijn en zorg gezocht!

Bent (of kent) u ook een toekomstdenker? En wil u uw visie op welzijn en zorg delen? Deel dan een filmpje of tekst op Twitter of Facebook met de hashtag (#) toekomstdenkers.
De meest opmerkelijke uitspraken delen we voor, tijdens of na het congres en nemen we mee als insteek voor verder studiewerk.

IMU - Toerisme Vlaams-Brabant
VZW - IMU - FIT
VZW - Staples - 409
ING
SD  Worx