Hervormers hebben moed en tijd nodig

20/10/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Het waren lastige weken voor de regering Michel I. Ondanks de hoogconjunctuur, de banengroei en stijgende koopkracht, kregen ze enkele tegenvallende analyses over zich heen. De prestatie van deze regering zou volgens de critici in een Europese context eerder zwak zijn en de meevallers zoals banengroei enkel te danken aan het conjunctuurherstel. De taxshift lijkt in die logica ook een maat voor niets.

De Gentse professor Gert Peersman was een van die stemmen die met deze sombere analyse naar klokbuiten kwam (in onder meer Knack en De Standaard). Vooral als je de bbp-groei en de daling van de werkloosheid vergelijkt met een aantal buurlanden, klopt de analyse dat de huidige cijfers voor België wat tegenvallen. Zeker in vergelijking met Nederland doen de Belgische cijfers pijn. Nederland kent een begrotingsoverschot, een schuld onder de 60% , een groot overschot op de lopende rekening en bovenal pensioenen die al bijna volledig vooraf gefinancierd zijn.

Toch zou het heel verkeerd zijn de Belgische regering volledig af te rekenen op dit soort kortetermijncijfers. Zeker in de wetenschap dat dit een hervormingsregering is die zich als doel stelde om in een star land als België enkele noodzakelijke hervormingen door te voeren. Het concurrentievermogen herstellen is de voornaamste hervorming. Hieruit vloeit dan de banencreatie en het herstel van de lopende rekening. Daarnaast moeten de overheidsfinanciën structureel verbeterd worden.

Een hervormingsregering zoals Michel I stuit hierbij op drie grote moeilijkheden:

1. Vruchten zijn niet meteen rijp

Een land dat moet hervormen is een beetje als een bedrijf dat door zware herstructureringen moet. Vaak duurt het enkele jaren vooraleer die herstructureringen zich in veel betere cijfers vertalen. De herstructurering kost geld, er moet geïnvesteerd worden in een nieuwe productlijn, klanten zijn niet meteen tevreden met nieuwe producten, concurrenten proberen tijdens jouw problemen klanten af te snoepen… Je moet als directie moed hebben om tegenover personeel, klanten en aandeelhouders door te zetten. Op landenniveau zie je hetzelfde fenomeen. Ingrepen op de arbeidsmarkt en bezuinigingen werken in de beginperiode vaak averechts op de arbeidsmarkt, de economische groei of op het vertrouwen. Dat is logisch maar heel vervelend voor verkozen hervormers die herkozen willen worden. In Duitsland was het bondskanselier Schröder die de Zieke Man van Europa omvormde tot de Economische Locomotief van Europa. Hij had alleen de pech dat de verkiezingen voor hem te vroeg kwamen en hij de prijs betaalde van een reeks onpopulaire maatregelen. Merkel kon de vruchten van het door Schröder gecreëerd herstel, plukken. In Nederland geldt min of meer hetzelfde, al heeft premier Rutte de kiezer wel kunnen overtuigen dat zijn hervormingen belangrijk waren (maar betaalde voormalig coalitiepartner PvdA wel een zware electorale prijs). Rutte III presenteerde vorige week een ambitieus regeerprogramma voor een economisch kerngezond Nederland. Dat kan Rutte III alleen maar omdat Rutte I en II zwaar durfden te hervormen.

2. De moeilijke ‘wat als’-vergelijking

Nog vervelender voor de hervormingsregering is dat je moeilijk de vergelijking kan maken wat zou gebeurd zijn als er niet was ingegrepen. Waar zou België nu staan zonder taxshift, indexsprong of bezuinigingen bij de overheid? Ongetwijfeld zou dat nu en in de toekomst geleid hebben tot een versneld inkrimpen van de Belgische bedrijven. Vergeet niet dat België door het verlies aan concurrentievermogen in een paar jaar tijd kleppers zoals Ford, GM en Caterpillar verloor. Wat niet alleen een klap was voor de arbeidsmarkt maar ook voor de exportcijfers, aangezien die bedrijven heel veel Belgische toegevoegde waarde in het buitenland verkochten. Zonder hervormingen zou de lijst van grote bedrijfssluitingen ongetwijfeld nog langer zijn of worden.

3. België is en blijft een log schip

Het grootste probleem voor de Belgische regering is dat het Belgisch bestel bijzonder log is. Je moet keihard aan het roer trekken om de boot ietwat meer in de juiste richting te duwen. De tegenwinden voor een hervormingsregering zijn groot. Neem opnieuw de arbeidsmarkt. Die trekt duidelijk aan dankzij de opwaartse conjunctuur en de verbeterde concurrentiepositie. Bedrijven creëren hierdoor heel wat arbeidsplaatsen. Maar wat is het probleem in België (en veel minder in Nederland en Duitsland)? Het arbeidsaanbod kan de vraag niet volgen, ondanks dat de werkloosheid hier structureel veel hoger ligt dan in Nederland of Duitsland. Met andere woorden, de bedrijven creëren veel jobs schipmaar er zijn te weinig geschikte werklozen om die jobs in te vullen, ondanks het relatief hoge aantal werklozen. Dat komt door een verkeerde (of geen) opleiding, verkeerde attitude, weinig bereidheid om zich te verplaatsen, grote regionale verschillen…. Dit zijn allemaal zaken die moeten aangepakt worden maar in de praktijk tijd vergen en lastig te realiseren zijn omdat het de inzet van veel verschillende actoren vergt. De vruchten van een onderwijshervorming kan je bijvoorbeeld maar jaren na datum plukken omdat een student eerst gans het hervormde studietraject moet doorlopen vooraleer hij op de arbeidsmarkt komt. De sanering van de overheidsfinanciën vormt eenzelfde probleem. De regering voelt nu volop de last van de door de vorige regeringen slecht voorbereide vergrijzing. De babyboom-generatie is nu op pensioen aan het gaan, wat betekent dat de pensioenuitgaven jaarlijks met 1,5 miljard euro stijgen. Dus je moet ieder jaar eerste 1,5 miljard euro zien te vinden vooraleer je de rest van het tekort kan beginnen wegwerken. Daarnaast moet je ook investeren in betere infrastructuur om het groeipotentieel op te trekken. Structurele besparingen in bijvoorbeeld het overheidsapparaat leiden ook niet in de eerste jaren tot gigantische besparingen of minder ambtenaren. De overheidsschuld is eveneens een logge erfenis uit het verleden. Die schuld is het resultaat van economisch wanbeleid in de jaren 70 waarvoor de huidige politieke generatie (in alle partijen) weinig schuld treft. Tot slot blijft België institutioneel een zeer log beestje met onduidelijke bevoegdheidsverdeling tussen allerlei overheden en partners. Partijen of groepen die geen verandering willen, hebben te vaak de wetgeving en het institutioneel kader aan hun kant.

Het is dus een beetje flauw de regering aan te vallen met het argument dat de hervormingen zich nog te weinig laten vertalen in cijfers. Zeker als je weet dat die hervormingen noodzakelijk zijn. We zijn er wel van overtuigd dat het werk nog niet af is en dat volgende regeringen verder (en dieper in de structuren) moeten gaan. En dat veel kiezers begrijpen dat hervormingen op lange termijn lonen, zowel voor zichzelf als voor hun nageslacht.

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72