Skip to main content
Groei
  • 19/01/2018

Groei maakt leven aangenamer

‘Groei is de beste sociale zekerheid’. Deze leuze hanteerde Voka naar aanleiding van de verkiezingscampagne van 2014. We krijgen gelijk. Nu de groei tegen de 2% aanleunt, klaart de hemel op socio-economisch gebied open. We mogen ons nu niet, zoals we in dit land al deden in het verleden, te snel in slaap laten wiegen. Dat schrijft Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka.

Dit huis hamert Groei maakt leven aangenameral lang op het belang van economische groei. Die is niet alleen goed voor de bedrijven, ze is cruciaal voor de stabiliteit van het socio-economisch welvaartsysteem. Dankzij de economische groei gaan heel wat parameters in het groen. Wanneer het beter gaat, is er meer vraag naar diensten en producten, waardoor de werkgelegenheid stijgt en de (absolute) armoede zakt. Hierdoor nemen de belastinginkomsten uit arbeid en btw toe. Daarnaast zakken ook de uitgaven voor de werkloosheidsuitkeringen. Dat is dus dubbele winst voor de overheidsfinanciën.

Aangezien er meer jobs bijkomen dan verdwijnen, stijgt het vertrouwen bij de werknemers, wat het consumptievertrouwen doet aandikken. Dat creëert op zijn beurt meer vraag naar extra productie, waardoor de bedrijfsinvesteringen en het ondernemersvertrouwen nog meer toenemen.

Tijden van hoge groei maken dat het voor zowat alle burgers aangenamer leven is. Er is meer koopkracht, meer jobzekerheid en dus minder stress. Politici moeten minder op zoek gaan naar besparingen en dus minder pijnlijke beslissingen nemen. Bedrijven zien hun winst en hun omzet groeien en hoeven minder aan afdankingen of dreigende faillissementen te denken.

Boordtabel

Wie de boordtabel in België gadeslaat, ziet dankzij de groei veel parameters gunstig staan. Sinds 2014 kwamen er 135.000 jobs bij. Grote ontslagrondes – quasi dagelijks nieuws in tijden van crisis – komen nog slechts sporadisch voor in het nieuws. Het aantal vacatures daarentegen is in Vlaanderen opgelopen tot 250.000. Wie van werk wil veranderen, heeft nog nooit zoveel mogelijkheden gehad. Ook de overheidsfinanciën tonen beterschap. Van een begrotingstekort van 3,1% in 2014 gaan we naar een tekort van 1,5% in 2017 en volgens eerste ramingen naar een quasi evenwicht in 2018. Als de gunstige economie aanhoudt, duikt de overheidsschuld onder de 100% van het bbp in 2019.

De politieke discussie bij deze gunstige boordtabel is in hoeverre deze gunstige cijfers louter aan de Europese conjunctuur te danken zijn dan wel aan een ander regeringsbeleid. Een exact antwoord valt hier moeilijk te formuleren omdat meerdere effecten op elkaar inspelen.

Het is een feit dat in een Europese context de verbetering inzake werkgelegenheid, groei en begroting in België niet zo spectaculair oogt en eerder rond het gemiddelde hangt. Dus op het eerste gezicht lijkt het alsof het vooral een kwestie van geluk is. Wie dieper kijkt, moet wel vaststellen dat heel wat andere Europese landen door verschillende factoren (bv. een huizencrisis in Nederland en Ierland) een veel grotere klap hebben gehad tijdens de crisisjaren. Dus is het logisch dat ze in de huidige herstelperiode sneller groeien.

Als je minder naar de kwantiteit maar eerder naar de kwaliteit van de macrocijfers kijkt, dan zie je toch een ander en gunstiger verhaal voor de regering. Zo valt de jobgroei quasi volledig in de private sector te noteren. Dat is ten dele te danken aan een verbetering van de concurrentiepositie, het wegwerken van een aantal drempels om jobs te creëren en de keuze om het overheidskorps te saneren. In vorige jaren van gunstige groei, zoals 2004-2008, kwam de jobcreatie hoofdzakelijk op het conto van de overheid. Dus waren het gesubsidieerde jobs. De verbetering van het begrotingssaldo is er de voorbije jaren ook voor een groot deel dankzij besparingen gekomen, en minder door belastingverhogingen of eenmalige operaties (zoals de overname van pensioenfondsen of andere sale-and-lease-backoperaties).

Fouten uit het verleden niet herhalen

De belangrijkste les voor het beleid is de fouten uit het verleden niet te herhalen. De grote fout in België is dat het beleid zeer moeilijk noodzakelijke hervormingen kan doorvoeren omdat conservatieve krachten die te gemakkelijk kunnen afblokken. Als de groei tegenvalt, wordt het (uitgaven)beleid nauwelijks bijgestuurd, waardoor de schuldgraad sterk oploopt. In de jaren 70 en tijdens de bankencrisis zagen we daarom de overheidsschuld razendsnel oplopen. De reactiesnelheid op zo’n negatieve groeischok is in dit land tergend traag, zeker in vergelijking met andere landen.

De tweede vaststelling is dat België zich in tijden van hoge groei gemakkelijk laat in slaap wiegen. Het gaat goed, waarom hervormen en in de plaats daarvan niet wat meer uitgeven? Vooral in de periode 1999-2007 zondigde België hier hard tegen. De hoge groei en de daling van de rente werden omgezet in extra overheidspersoneel en uitkeringen, niet in de afbouw van de overheidsschuld of investeringen in de infrastructuur. Hervormingen in bv. de pensioenen werden eveneens uitgesteld.

Het is dus belangrijk dat de beleidsmakers hun kop dankzij de hoge groei niet laten zot maken en niet de budgettaire kraan opnieuw gaan opendraaien. De staatsfinanciën zijn op lange termijn nog altijd niet in evenwicht. De vergrijzingsfactuur gaat jaar na jaar blijven oplopen. Bovendien zal de hoge groei van deze jaren door een te lage structurele productiviteitsgroei en de vergrijzing niet aangehouden worden. De private tewerkstellingsgraad ligt nog altijd veel lager dan in de buurlanden. Het goede nieuws voor de beleidsmakers is dat het moeilijkste werk achter de rug ligt, maar de job is zeker nog niet af. En met de verkiezingen in zicht worden de verleidingen alleen maar groter.

Contactpersoon

IMU_Altez_1/04
ING
SD  Worx