Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Graag een sociale zekerheid die responsabiliseert
Pieter Van Herck
  • 16/05/2017

Graag een sociale zekerheid die responsabiliseert

De Vlaamse regering finaliseert het decreet Vlaamse Sociale Bescherming, als basis van de Vlaamse sociale zekerheid. Dit omvat uitkeringen en zorgdomeinen die (deels) overkomen van het federale niveau. De focus ligt vooral op ouderen, personen met een beperking, psychische problemen en revalidatienoden. Vlaanderen gaat in grote mate voor een kopie van het federale systeem. Dit is goed voor de continuïteit, maar het laat de gelegenheid onbenut om onze sociale bescherming op punt te stellen. Nochtans is er nood aan meer vraagsturing, efficiëntie, sociale activering en responsabilisering. Als de regering nu niet bijstuurt, is het momentum voorbij.

Voka vraagt om werk te maken van vraagsturing, transparantie, efficiëntie en sociale activering in de nieuwe Vlaamse sociale zekerheid.

  • De nieuwe Vlaamse Sociale Bescherming bulkt van mooie woorden, maar we kijken vooral naar de uitwerking daarvan.
  • Er lijkt nog niet veel ruimte voor sociaal ondernemerschap.
  • Het kan anders. We formuleren vier voorstellen.

De doelstellingen van de Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) zijn positief en ambitieus. We creëren een volksverzekering, waarbij elke burger die bijdraagt van de sociale voordelen geniet. Het ontwerp van decreet spreekt in termen van behoeften, vragen en doelstellingen van de persoon, de kwaliteit van leven, het behoud van de regie of het herwinnen en en verhogen van de zelfredzaamheid, met vraagsturing op maat. Men beoogt ook efficiëntiewinsten en transparantie voor de burger. Dit zijn mooie woorden, maar de uitwerking blijft voorlopig achterwege.

Immers, in concreto voorziet de regering enerzijds de integratie van de relevante uitkeringsstelsels (zorgverzekering, etc.). Anderzijds wil ze een betere koppeling van de zorgfinanciering met de individuele behoefte door een uniforme inschaling (‘BELRAI’). Beide systemen van uitbetaling worden uitgevoerd door de zorgkassen, als variant op de federale ziekenfondsen.

Hierbij zijn zeker enkele pluspunten, zoals de aandacht voor de continuïteit bij de overgang van het federale naar het Vlaamse beleidsniveau. Ook een bredere objectieve behoeftemeting is positief en versterkt de samenwerking binnen de zorg zodat deze meer naadloos kan verlopen.

Maar hoe je ook zoekt in de huidige teksten naar de concrete uitwerking van vraagsturing, regie en transparantie voor de burger, je vindt deze niet terug. Men benoemt de zaken als ‘persoonsvolgend’, ‘zorgticket’, enz. maar in se blijft de VSB een systeem waarin ziekenfondsen (zorgkassen) en aanbieders via comités en expertenpanels de inhoud en financiering bepalen. Bovendien verloopt de publieke financiering rechtstreeks via zorgkassen naar aanbieders, en niet via een rugzakje voor de eindgebruiker (zoals in de gehandicaptenzorg). Ook de gebruikersbijdrage wordt aan banden gelegd, wat de ruimte voor sociaal ondernemerschap in toenemende mate in het gedrang brengt.

Kan het anders en beter? Jazeker. We overlopen de alternatieve pistes die de VSB terug op de rails kunnen zetten:

  1. Vraagsturing en regie: We kunnen leren uit de lessen van de gehandicaptenzorg. Enerzijds dient de eindgebruiker werkelijk financieel te kunnen kiezen uit de diverse ondersteuningsvormen van welzijn. Anderzijds zijn er operationele en financiële grenzen aan keuze en is er zeker ook steeds goede afstemming nodig met zorgprofessionals. VSB dient in die zin te evolueren naar een systeem van financieel co-beheer door samen de keuzes te maken vanuit het zorgbudget van de betrokkene. Dit is een ander verhaal dan cash versus voucher als financieringsvorm, wat voortdurend tot polarisatie leidt.
  2. Transparantie: indien je de eindgebruiker mee aan zet brengt, zal dit per definitie de transparantie versterken van kwaliteit en kosten en van rechtvaardige toewijzing. Beide gaan hand in hand. De burger zal om transparantie vragen om mee keuzes te kunnen maken.
  3. Efficiëntie: de regering schuift overal een extra laag van zorgkassen tussen, zonder de meerwaarde hiervan te expliciteren. Dit leidt tot extra administratiekosten, transitiekosten, versnippering en sociale risico’s. Immers, de noodzaak om aan te sluiten bij zulke intermediaire instellingen creëert een extra drempel, niet in lijn met rechtstreekse, automatische rechtentoekenning. Ziekenfondsen zouden wel een rol kunnen hebben bij punt 1 en 2 in ondersteuning van hun leden.
  4. Sociale activering en responsabilisering: net zoals bij de kinderbijslag is er ook hier nood aan sociale aanmoediging via participatiepremies om welzijnsondersteuning daadwerkelijk te benutten in plaats van louter passieve uitkeringsstelsels. Ook de zorgaanbieders dienen meer rechtstreeks financieel afgerekend te worden op de kwaliteit die ze bieden.

Voka vraagt daarom aan de Vlaamse regering om van vraagsturing, transparantie, efficiëntie en sociale activering daadwerkelijk werk te maken bij de lancering van de Vlaamse sociale zekerheid. Dit momentum doet zich geen twee maal voor.

Contactpersoon

Pieter Van Herck

Senior Adviseur Welzijns- en Gezondheidsbeleid

ING
SD  Worx