Skip to main content
  • Nieuws
  • “Gemeenten mogen stijgende kosten niet verhalen op bedrijven”

“Gemeenten mogen stijgende kosten niet verhalen op bedrijven”

  • 11/08/2022

persbericht

De stijgende kosten van de inflatie-en energiecrisis hebben ook een impact op de werking van steden en gemeenten in onze provincie. Voka – Kamer van Koophandel Limburg dringt er echter op aan om in het kader van de komende begrotingsgesprekken Limburgse bedrijven te ontzien van nieuwe verhogingen van de bedrijfsbelastingen. “Verschillende Limburgse gemeenten voerden sinds het begin van de legislatuur al een verhoging van de belastingen door”, stelt Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg. “Nu ook de meerjarenplannen van andere lokale besturen een stijging voorspellen richting het einde van de legislatuur vragen wij de steden en gemeenten om onze ondernemingen niet opnieuw op te zadelen met extra kosten, maar eerder kritisch te kijken naar de lopende uitgaven en intensief na te denken over verdere efficiëntie-oefeningen zoals gemeentefusies”, benadrukt Leten.

Ook de lokale overheden in onze provincie kampen met de hoge inflatiecijfers die goed op weg zijn om de economische impact van de coronacrisis te overstijgen. In de eerste plaats is de stijgende energiekost, die soms gaat over een verdubbeling of zelfs een verdrievoudiging van de energiefactuur, een groot probleem. Enkel steden en gemeenten die in het verleden al geïnvesteerd hebben in energiezuinige infrastructuur voelen dit minder.

Naast de energiekosten zijn ook de bouwkosten een streep door de rekening van veel gemeenten, en dat met nog maar twee jaar te gaan in deze legislatuur. Een studie van Belfius over de lokale financiën van 2022 spreekt van een stijging van 25%. Tot slot heeft de automatische loonindexering ondertussen al voor vier loonaanpassingen gezorgd voor het overheidspersoneel waardoor de lonen meer dan 8% zijn gestegen op een jaar tijd. Daarenboven kunnen de inkomsten die voorvloeien uit de stijgende lonen via de aanvullende personenbelasting echter pas volgend jaar geïnd worden.

Nieuwe belastingen als redmiddel

In totaal werd er in 2018 door alle Limburgse gemeenten samen €595.590.000 belastingen geheven. Op basis van de beschikbare meerjarenplannen zou dit in 2025 al €684.609.000 bedragen, oftewel 13% meer. Naast de klassieke belastingen zoals de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelastingen kunnen lokale besturen ook eigen bedrijfsbelastingen heffen.

De meest voortkomende bedrijfsbelasting zijn de oppervlaktebelasting, belastingen op drijfkracht en belastingen op masten en pylonen. Onder andere door deze specifieke bedrijfsbelastingen betaalden ondernemingen in Ham, Maaseik en Pelt sinds het begin van deze legislatuur al gevoelig meer belastingen. Pelt bijvoorbeeld introduceerde in 2020 een oppervlaktebelasting die in 2020 €764.000 opleverde, maar het schafte ook de archaïsche drijfkrachtenbelasting af (hoewel deze maar goed was voor €587.000 euro toen het werd afgeschaft).

“We vrezen dat deze nieuwe oppervlaktebelastingen in de praktijk vaak een duurdere vervanger worden van de bestaande bedrijfsbelastingen”, waarschuwt Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg. “Zo volgen de gemeenten Beringen, en vanaf dit jaar ook Maasmechelen, deze trend. Genk introduceerde vorig jaar zelfs een oppervlaktebelasting én een belasting op masten en pylonen zonder een andere bedrijfsbelasting te verminderen.”

Als we kijken naar de meest recente meerjarenplannen 2023-2025 zien we dat ook Bree, Houthalen-Helchteren en Maaseik nog bijkomende belastingen hebben ingeschreven. Voor Bree komt dit door de introductie van de belasting op masten en pylonen, voor Houthalen-Helchteren door een verhoging van de oppervlaktebelasting en voor Maaseik opnieuw een verhoging van de categorie ‘andere bedrijfsbelasting’.

Geen precedent scheppen

“Hoewel we begrip hebben voor de situatie van de stijgende kosten voor lokale overheden, geldt dit zeker ook voor bedrijven. Met de begrotingsbesprekingen voor 2023 die de komende maanden gepland staan, dringen wij er op aan om geen bijkomende belastinginkomsten te gaan halen bij de bedrijven”, stelt Johann Leten. “In het verleden is men ook al creatief geweest in het bedenken van allerlei bedrijfsbelastingen, maar in deze precaire periode kunnen onze Limburgse bedrijven extra kosten missen als kiespijn.”

De belastinginkomsten zullen de komende jaren sowieso stijgen door de koppeling aan de index. “Het uitstellen van investeringsprojecten is te gemakkelijk en niet wenselijk. Het is echter aangewezen om de lopende uitgaven kritisch onder de loep te nemen, en efficiëntieoefeningen – zoals o.a. gemeentefusies – ernstig te overwegen. Tot eind 2023 verbindt de Vlaamse overheid zich er nog toe om bij een fusie een deel van de schuldenlast van de gemeente over te nemen. Op deze manier kunnen lokale besturen meer investeren in zowel ondernemingen als de dienstverlening naar de Limburgers”, besluit Leten.

Contactpersonen

Menno van Gemeren

Adviseur belangenbehartiging

Jonas De Raeve

Directeur belangenbehartiging