Geen ‘Game Over’ voor technologie

12/01/2018 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Wordt 2018 het jaar van de grote ontgoocheling in de nieuwe technologie? Het is alvast de voorspelling van Vlerick-decaan Marion Debruyne in de krant De Tijd. Sta ons toe van mening te verschillen met de professor. Wij geloven dat technologie in 2018 niet gaat ontgoochelen. Hooguit zal de hype van de voorbije jaren wat gaan liggen. Dat schrijft Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka.

Debruyne schreef voor De Tijd-rubriek ‘De Glazen Bol 2018’ een interessante en Game over voor de technologie of niet?prikkelende bijdrage met de duidelijke titel ‘Game Over’. Er zijn de voorbije jaren torenhoge verwachtingen gecreëerd rond artificiële intelligentie, virtuele realiteit, robots, … In werkelijkheid zijn die technologieën vaak nog niet rijp en zitten ze nog in de gadget-fase. In 2018 zullen we dat massaal gaan beseffen en ontgoocheld geraken in de technologie. Daarbij komt nog dat techgiganten zoals Facebook of Google steeds met meer met argwaan door het grote publiek bekeken worden. Debruyne twijfelt absoluut niet aan de mogelijkheden die die technologie op lange termijn gaan creëren (daar zijn we het volmondig mee eens), maar denkt dat de verwachtingen op korte termijn overspannen zijn.

Debruyne wekt hiermee de indruk dat 2018 een soort parallel van 2001 wordt, toen de dotcom-bubbel volledig barstte. Eind jaren 90 was er een grote hype rond internet en draadloze communicatie, met duizelingwekkende waarderingen van techbedrijven die vaak niet eens één dollar aan inkomsten boekten (laat staan winst). De bubbel barstte toen bleek dat de internettechnologie in realiteit veel minder voorstelde dan wat iedereen verwacht had. De jaren erna was ‘dotcom’ een scheldwoord bij iedere belegger. Vastgoed en China was al wat de klok sloeg tussen 2001 en 2008.  Er ging na 2001 meer dan een decennium voorbij vooraleer technologie weer volop in de aandacht kwam. Terwijl in die tussentijd wel bedrijven als Google, Facebook of Amazon groot en rijp werden.

Twee fundamentele verschillen met 2001

Toch zijn er volgens ons fundamentele verschillen waardoor de voorspelling van Debruyne niet (of slechts heel gedeeltelijk) zal uitkomen. Het grote verschil met 2001 zijn de financiële positie van de belangrijkste technologiespelers en de veelheid van toepassingen die er momenteel in omloop zijn.

Vooreerst de financiële kant. In 2001 was er quasi geen enkel dotcom-bedrijf dat zwarte cijfers in de boeken kon schrijven. Zowat alle internetbedrijven waren verlieslatend en hadden constant extern kapitaal nodig om te overleven. Zodra de belegger zich van die bedrijven afkeerde, droogde meteen de financieringsstroom op en gingen die bedrijven failliet of moesten ze de ambities sterk inkrimpen.

In 2018 zijn de allergrootste technologiebedrijven zoals Google, Facebook, Apple en Microsoft extreem winstgevend en loopt hun gecumuleerde winst in de honderden miljarden dollar per jaar. Die winst halen ze uit advertenties of reële verkopen. Zelfs als de publieke opinie minder enthousiast wordt over nieuwe technologie, dan nog zullen die bedrijven extreem winstgevend blijven in 2018 en verder investeren in nieuwe technologie. Meer nog, stel dat een kleiner technologiebedrijf met een beloftevolle technologie in de financiële problemen komt, dan staan de grote techbedrijven met hun miljardendiepe oorlogskassen meteen klaar om het bedrijf in kwestie over te nemen en de technologie verder te ontwikkelen. Die hulplijn bestond in 2001 niet.

Technologie in de stad

Daarnaast investeren heel veel goed bij kas zittende bedrijven uit de klassieke sectoren - van een Ikea tot autoconstructeurs - massaal in nieuwe toepassingen die gebaseerd zijn op virtual reality, robots, AI… Dat zullen ze in 2018 blijven doen en ze zullen hier met wisselend succes nieuwe producten en toepassingen uit laten vloeien. In 2001 beperkte de investering van de meeste klassieke bedrijven zich tot het ontwikkelen van een website met basisinformatie over het bedrijf en een e-mailadres waarop het bedrijf te bereiken was. Veel meer dan dat was technisch nog niet mogelijk. Nu hebben grote traditionele retailspelers vaak al een volledige e-commercestrategie, analyseren ze hun klantendata met AI, hebben ze een VR-toepassing voor duurdere producten (bv. om te tonen hoe een tapijt er in een woonruimte gaat uitzien), voeren ze hun reclamecampagne hoofdzakelijk via social media…

Een tweede belangrijke kritiek op de voorspelling is de veelheid aan technologieën en mogelijke toepassingen. In de eerste dotcombubble ging het quasi enkel over één technologie – het internet – dat door de afwezigheid van een snelwerkend internet de verwachtingen nog niet kon waarmaken. Nu gaat het om heel veel soorten technologieën die op heel veel verschillende manieren toegepast worden en door heel veel bedrijven (vaak uit klassieke sectoren) ontwikkeld en toegepast worden. Natuurlijk zullen hier in 2018 veel mislukkingen bij zitten, net zoals er veel succesvolle diensten en producten op basis van AI, VR of robotica gelanceerd zullen worden.  Misschien dat contactloos betalen in 2018 volledig gaat doorbreken, terwijl driverless rijden mogelijk gaat ontgoochelen.

Wij geloven dus niet dat de techsector voor het jaar van de grote ontgoocheling staat. Misschien zal de realiteitszin na de wat overtrokken verwachtingen van de voorbije jaren terugkeren. Maar dankzij de veelheid aan toepassingen en de goede cashpositie van veel techspelers en klassieke bedrijven zullen er minstens evenveel successen als ontgoochelingen geboekt worden. De nieuwe technologieën zijn ook in 2018 blijvertjes. Alleen zullen we minder over grote technologierevoluties spreken, maar wel van minder spectaculaire technologie-evoluties.