Skip to main content

Geen excuses meer

  • 02/02/2018

‘Never waste a good crisis’ is een economische wijsheid die in tijden van recessie vaak geldt. Het crisisgevoel maakt dat maatregelen die anders moeilijk liggen, in tijden van recessie draagvlak krijgen. Voor de arbeidsmarkt geldt het omgekeerde. Het is net in tijden van krapte dat we extra maatregelen moeten nemen om iedereen aan het werk te helpen. Dat schrijft Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka.

De krapte opGeen excuses meer de arbeidsmarkt en de slechte werking van onze arbeidsmarkt staan midden in het politieke debat. Dat is goed en het werd eindelijk tijd. Voka betoogt al jaren dat onze arbeidsmarkt slecht werkt en in tijden van hoogconjunctuur wordt dat extra pijnlijk: een hoog aantal vacatures gecombineerd met een zeer lage activiteitsgraad en dus een grote arbeidsreserve die aan de kant blijft staan. Het grote structurele probleem van België is net die lage private activiteitsgraad. Iedere extra werknemer in de private sector is dubbele winst: minder uitkeringen en meer netto-belastinginkomsten. De lage private werkgelegenheidsgraad is één op één ook gelinkt aan de hoge belastingdruk en hoge overheidsschuld.

Een anomalie op onze arbeidsmarkt die weinig aandacht kent, is dat Vlaanderen zowat de hoogste werkgelegenheidsgraad van Europa kent voor 25- tot 49-jarigen. 85,2% van die groep is aan het werk (cijfers 2016). Dus de Belgische arbeidsmarkt is extreem onevenwichtig opgebouwd. Vlamingen die tussen de 25 en 49 jaar zijn en geen specifieke arbeidshandicap kennen, zijn bijna allemaal aan het werk. Het probleem in Vlaanderen zit hem bij de lage activiteitsgraad bij mensen met een migratie-achterstand en bij ouderen. En in België zit het probleem vooral in Brussel en Wallonië.

“Je kan nu op een sociale manier het brugpensioen afschaffen, de werkloosheidsuitkering in de tijd beperken en de te grote overheidstewerkstelling aanpakken.”

Dat die drie groepen een te lage activiteitsgraad hebben, heeft zo zijn historische redenen. Het brugpensioen en de anciënniteit zijn heel nefast voor de activiteitsgraad van de 50-plussers. Slechte talenkennis, gebrekkige scholing, te hoge minimumlonen, … zorgen voor de lage arbeidsparticipatie van allochtonen. De staal- en mijncrisis van de jaren ‘70 en ‘80 en verkeerde antwoorden vanuit het beleid de decennia daarna, zorgen nog steeds voor de hoge werkloosheid in grote delen van Wallonië.

Weinig aanwervingen

Wanneer het economisch maar zozo gaat, verandert er automatisch weinig aan de structurele arbeidshandicaps. Bedrijven gaan in economisch moeilijke periodes weinig aanwerven. Ze kunnen het zich ook permitteren om kritisch te zijn en enkel personen aan te werven die perfect in het jobprofiel passen, de juiste ervaring hebben en betaalbaar zijn. En dat zijn dan meestal geen mensen die het Nederlands niet machtig zijn, 50+ zijn, in Wallonië wonen, … Het beleid durft in die tijden dan geen structurele maatregelen te nemen, zoals het afschaffen van het brugpensioen of het beperken van werkloosheid in de tijd, omdat er te weinig arbeidsvraag is en men vreest dat men die mensen in de armoede zou duwen.

Dit geldt nu niet. Er is een zeer grote vraag naar arbeid. Werkgevers kunnen het zich niet permitteren om kieskeurig te zijn. Geen ervaring? Geen probleem, bedrijven gaan u zelf opleiden. Het Nederlands niet machtig? We praten op de werkvloer wel (tijdelijk) Engels of Frans. De werkvloer lijkt de laatste maanden nu toch wat te verkleuren en te diversifiëren (bijvoorbeeld met ouderen). Aangezien de hoogconjunctuur niet meteen verdwijnt en de grote babyboomgeneratie de arbeidsmarkt begint te verlaten, zal de krapte op de arbeidsmarkt aanhouden.

Te weinig aanwervingenDat betekent ook dat er geen excuses meer zullen zijn voor de lage activiteitsgraad. We hoeven het brugpensioen niet langer als laatste redmiddel aan te houden omdat oudere werknemers geen werk vinden. Franstalig België kan zich niet langer achter de desindustrialisatie van 40 jaar terug verschuilen om het hoge werkloosheidscijfer te verantwoorden. Zeker in de wetenschap dat er vlakbij Brussel en Henegouwen tienduizenden vacatures zijn, ook voor laaggeschoolden.

Het is dus nu tijd om komaf te maken met een aantal mechanismes die de activiteitsgraad in België al jarenlang te laag houden. Je kan nu op een sociale manier het brugpensioen helemaal afschaffen, de werkloosheidsuitkering in de tijd beperken en de te grote overheidstewerkstelling aanpakken. Er is werk genoeg om bij het nemen van deze maatregelen niemand te verarmen. Tegelijkertijd moet je ook een beleid voeren dat mensen uit de risicogroepen nog meer helpt te activeren zoals gerichte opleidingen, taalcursussen, pendeldiensten tussen de gewesten, …

De regering heeft gelukkig al een aantal maatregelen genomen die de ‘long tails’ van de arbeidsmarkt aanpakken. Het brugpensioen wordt afgebouwd en de werkloosheidsuitkering is al wat degressiever gemaakt. De taxshift zorgt er ook voor dat wie werkt aan een eerder laag loon, er netto beter van wordt en financieel beter af is dan werkloos te blijven. In sommige delen van Wallonië lijkt beterschap op komst. Die trends zijn voorlopig nog niet zo goed zichtbaar in de cijfers, maar hopelijk zien we binnen enkele maanden beterschap in de activiteitsgraad van ouderen, allochtonen en in Franstalig België.

De krapte op de arbeidsmarkt moeten we dus in de eerste plaats bestrijden door de grote arbeidsreserve te activeren. Dat moeten we doen via een wortel- (opleidingen, hoger nettoloon, …) en stokbeleid (geen gemakkelijke uitkeringen). Dat is in het voordeel van iedereen; voor de werkgever die wel personeel vindt, voor de betrokkene omdat hij werkt en ervaring opdoet en voor de belastingbetaler omdat een hoge private activiteitsgraad zeer voordelig is voor de overheidsfinanciën. ‘Never waste a good crisis’, in deze tijden is de vertaling eerder dat we ‘het dak moeten repareren wanneer de zon schijnt’.

 

Contactpersoon

VZW_IMU_GROUPS
IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
ING
SD  Worx