Geen enkele regering krijgt het zo lastig met pensioenen als de volgende

16/05/2018 , Tom Demeyer - Woordvoerder Voka - tom.demeyer@voka.be

Woensdag kwamen de vakbonden op straat om te protesteren tegen de hervorming van de pensioenen door Michel I. Maar de zwaarste jaren moeten nog komen: het ziet ernaar uit dat geen énkele regering zo’n zware kluif aan het pensioendossier krijgt als de volgende, die na 2019 in het zadel treedt. Politici die menen de hete aardappel wel tot na de verkiezingen te kunnen doorschuiven, dreigen uiteindelijk dus alleen maar zichzelf dieper in de puree te steken.

1. Er komt een recordaantal gepensioneerden bij

Hans Maertens
Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder Voka

Maar liefst 250.000 gepensioneerden extra. Zoveel Belgen zullen er tijdens de volgende regeerperiode (2019-2024) met rust gaan. Dat is een recordaantal. Zo kwamen er onder Michel I ‘slechts’ zo’n 180.000 gepensioneerden bij, net als de vijf jaar voordien.

Een evolutie die stamt uit een revolutie. Mei ’68 heeft veel erfenissen. Of je die nu toejuicht of afbrandt: vaststaat dat de successierechten ervan een serieuze duit kosten, die de komende jaren alleen nog maar oploopt. Want wie dacht dat de grootste golf babyboomers intussen al afscheid heeft genomen van de arbeidsmarkt, heeft het verkeerd voor.

Tussen 1959 en 1964 kwamen er in België jaarlijks rond de 160.000 kinderen bij. Die zwaaien pas de komende jaren massaal af. Door de pil en de betere arbeidsomstandigheden begon het geboortecijfer in de tweede helft van de jaren ’60 te dalen. De demografische omwenteling die rond 1968 is ingezet, zal zich nu pas volop laten voelen.

Zo zagen in 1975 slechts een kleine 120.000 kinderen het daglicht, een cijfer waar we ook de voorbije jaren rond schommelen. Er zijn dus steeds minder schouders om de pensioenlasten te dragen: nu zijn er voor elke 67-jarige nog 4 volwassenen op beroepsactieve leeftijd, in 2040 halveert dat bijna naar 2,6.

2. Veel dure ambtenaren gaan met rust

Meer gepensioneerden betekent meer pensioenuitgaven. In 2017 was die pot al goed voor zo’n 46 miljard of 6 miljard meer op amper 4 jaar tijd. Of dat veel is? Wat we jaar na jaar extra uitgeven aan onze pensioenen, is genoeg om er elke twee jaar een NMBS of leger bij te maken. Ja, het is dus een enorm bedrag.

Een groot stuk van die pensioenkoek gaat naar ambtenaren. Zij maken 19 procent van het totale aantal gepensioneerden, maar happen wel 35 procent uit het hele pensioenbudget. En de komende jaren gaan er véél ambtenaren met pensioen: tijdens de olie- en andere crisissen in de jaren ’70 nam de overheid massaal aan om de werkloosheid te drukken. Denk maar aan het leger, waar er duizenden met rust gaan. Of de spoorwegen, waar de helft van de 32.000 werknemers bij de NMBS en Infrabel tegen 2025 met pensioen gaat.

Door de gunstige berekening van het ambtenarenpensioen, kosten zij de staat na hun rust bijna evenveel als tijdens hun actieve loopbaan. Werknemers uit de privé krijgen een veel lager pensioen en dit wordt niet gecompenseerd door hun aanvullend pensioen: slechts 40% van de werknemers heeft er een (to check) en het daarin opgebouwde kapitaal compenseert het verschil met de riante ambtenarenpensioenen niet.

3. Het optrekken van de pensioenleeftijd laat zich nog niet voelen

Langer werken helpt om de pensioenkost onder controle te houden. Vergeleken met het Europese gemiddelde kennen Belgen een korte loopbaan. Wij houden er doorgaans al na 32,2 jaar mee op terwijl dat in Europa door de band pas na 35,6 jaar is, we werken dus 3 jaar minder dan andere Europeanen en dit terwijl ons leven en werk niet zwaarder is dan dat van hen.

In die context is het logisch om volop op langer werken in te zetten en de pensioenleeftijd omhoog te trekken. Dat laatste zal ook gebeuren, maar niet onder de volgende regering. De hogere pensioenleeftijd komt er pas over enkele jaren: in 2025 wordt de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken tot 66 jaar, in 2030 tot 67 jaar.

Met andere woorden: de opvolger van Michel I profiteert nog niet van deze maatregel. Die zal pas nadien vruchten beginnen af te werpen.

Olivier Chastel, de voorzitter van de Franstalige liberalen (MR) liet al verstaan een tweede regering-Michel na 2019 wel te zien zitten. Zijn partijgenoot en huidig minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, heeft er dan alle belang bij om nu nog een tandje bij te steken om de pensioenhervormingen concreet te verankeren het komende jaar, en dit ondanks het vakbondsprotest. Want het pensioenprobleem gaat na de verkiezingen over een jaar niet weg. Integendeel.

Hans Maertens - Gedelegeerd bestuurder Voka