Federale begrotingscontrole - Wat betekent dit voor ondernemingen?

30/03/2018

Het federale kernkabinet heeft vorige vrijdag een akkoord gevonden over de begroting. Daarbij moest de regering-Michel op zoek naar 1,4 miljard euro om het budget voor dit jaar op koers te houden. Met de begrotingscontrole heeft de regering een eerste groot dossier afgerond. Maar wat betekent dit nu voor u als onderneming? Voka zet voor u de belangrijkste maatregelen op een rijtje.

1. BTW onroerende verhuur

onroerende verhuur

De btw-regels inzake onroerende verhuur worden vanaf 1 oktober 2018 gewijzigd. In tegenstelling tot de ons omringende landen kunnen vastgoedontwikkelaars de btw die ze betalen aan de aannemers bij het bouwen of renoveren van een professioneel gebouw of gedeelten daarvan vandaag niet recupereren. Om de concurrentiehandicap met de buurlanden weg te werken, investeringen aan te moedigen en de btw-regelgeving verder te vereenvoudigen, wordt een optionele btw-heffing ingevoerd voor de verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen. De btw op gebouwen in ons land vormt tot op heden dus een kost voor de verhuurder. Dat zal veranderen. Vastgoedpromotoren zullen voortaan de optie krijgen om bovenop de huurprijs 21% btw aan te rekenen (optionele verhuur met btw). Ze zullen dan ook de btw die ze zelf verschuldigd zijn bij het bouwen of renoveren van de gebouwen (de input-btw) kunnen recupereren. De optie moet worden uitgeoefend door zowel de verhuurder als de btw-plichtige huurder. De nieuwe regels gelden enkel voor nieuwbouwprojecten, met inbegrip van fundamentele vernieuwbouw. Wordt er gekozen voor dit stelsel, dan geldt een herzieningstermijn van 25 jaar. Daarnaast wordt ook voorzien in een verplichte btw-heffing op de kortdurende verhuur van onroerende goederen met uitzondering van onroerende goederen die worden aangewend voor bewoning en voor handelingen van sociaal-culturele aard.

2. E-commerce

e-commerce

De Wet werkbaar en wendbaar werk en het Zomerakkoord van vorig jaar maakten het mogelijk om nachtarbeid in de sector van de e-commerce in te voeren. De ministers van Financiën, Werk, Sociale Zaken en Digitale Agenda zullen in overleg tegen uiterlijk begin juli 2018 een fiscale maatregel uitwerken om de activiteiten inzake e-commerce te stimuleren. Onder e-commerce wordt verstaan: het uitvoeren van alle logistieke en ondersteunende diensten verbonden aan de elektronische handel van roerende goederen (zie definitie opgenomen in het bijzonder kader voor e-commerce voorzien in de programmawet van 25/12/2017). Via deze maatregel moet België competitief worden voor e-commerceactiviteiten in vergelijking met onze buurlanden. Om de lasten op arbeid te verlagen zal men zich baseren op de huidige lastenverlaging voor nachtarbeid, waarbij ervoor zal worden gezorgd dat ook werknemers die prestaties verrichten tussen 20u en 24u onder de lastenverlaging zullen vallen. Deze maatregel moet nog aangemeld worden bij en goedgekeurd worden door de  Europese Commissie. De regering beoogt de uitwerking van deze gerichte loonkostverlaging tegen juli 2018

3. Voordeel van alle aard bedrijfsleiders

Voordeel alle aard bedrijfsleiders

Het hof van beroep te Gent heeft in een arrest van 20 februari 2018 geoordeeld dat – gelet op de vastgestelde schending van het gelijkheidsbeginsel – de algemene regel van de forfaitaire vaststelling dient te worden toegepast. Het verschil in waardering naargelang het gaat om een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon dan wel een natuurlijke persoon werd afgewezen door het hof. Om de algemene rechtsonzekerheid weg te werken zal het onderscheid bij de terbeschikkingstelling door een rechtspersoon of een natuurlijk persoon worden gelijkgeschakeld zonder de globale fiscale druk te verhogen. Daartoe zal eerst een verdere juridische en budgettaire analyse gebeuren, op basis waarvan nadien de minister van Financiën een voorstel indient bij de regering.

4. Minimumbezoldiging bedrijfsleiders

Minimumbezoldiging bedrijfsleiders

In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting is een minimale jaarlijkse vergoeding van 45.000 euro voorzien voor minstens één bedrijfsleider. Enkel dan kan uw vennootschap in aanmerking komen voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste 100.000 euro winst). Indien niet aan deze voorwaarde voldaan is, verliest uw onderneming niet alleen het recht op het verlaagde tarief. Daarenboven is ook een sanctie van 5,1% op het ‘vergoedingstekort’ verschuldigd tot 2020. Vanaf 2020 zou deze boete verhogen tot 10%. De regering besliste nu dat deze hogere sanctie van 10% vanaf 2020 toch niet zou worden toegepast. De sanctie blijft dus 5% vanaf 2020. Bovendien zou de recent verhoogde bedrijfsleidersvergoeding (van 36.000 euro naar 45.000 euro) deze zomer worden geëvalueerd.

5. Responsabilisering arbeidsongeschiktheid

Arbeidsongeschiktheid

De minister van Werk en de Minister van Sociale Zaken zullen op de Ministerraad van 30 maart 2018 een nota voorleggen die de stand van zaken en een beschrijving van het verder traject ter uitvoering van de notificatie aangaande de responsabilisering van arbeidsongeschikten toelicht. Voor werkgevers geldt een verplichting om de herinschakeling in het bedrijf te bevorderen. Bij manifeste onwil om re-integratie van een medewerker te ondersteunen, wordt de onderneming financieel beboet (800 euro). Criterium hier is het al dan niet tijdig indienen van een re-integratieplan (of een motivatie wanneer dat niet mogelijk is). De mate waarin de werkgever zijn verantwoordelijkheid opneemt, wordt opgevolgd via twee kanalen: via een automatische tool, en (eventueel) via inspectie. Het akkoord focust op de probleemgevallen: werkgevers die onvoldoende meewerken aan ondersteuning bij re-integratie. Het gaat over een beperkte groep: veel ondernemingen werken vandaag al actief aan re-integratietrajecten. Bovendien voorziet de regering een uitzondering voor kleine ondernemingen: zo worden kmo’s met minder dan vijftig medewerkers ontzien. Werknemers die ondanks de geboden mogelijkheden weigeren om mee te werken aan re-integratie, worden gesanctioneerd. De hoogte van de boete loopt trapsgewijs op en geldt voor maximum één maand (5% van de uitkering bij administratieve tekortkomingen vanwege de werknemer zoals het niet invullen van een vragenlijst, 10% bij afwezigheid op een gesprek in het kader van het re-integratietraject). Artsen worden eveneens geresponsabiliseerd in functie van hun attestering van arbeidsongeschiktheid en ondersteuning bij re-integratie via opvolging van het voorschrijfgedrag. De wettelijke basis zal opgenomen worden in een ontwerp van wet, dat in eerste lezing zal worden goedgekeurd op een Ministerraad in april 2018. Hiermee geeft de regering uitvoering aan het akkoord van april 2017. 

6. Vrij aanvullend pensioen loontrekkenden

Pensioen loontrekkenden

De ministers van Sociale Zaken, Financiën en Pensioenen zullen tegen eind mei 2018 een wetsontwerp aan de Ministerraad voorleggen dat het voor de werknemers mogelijk maakt om een vrij aanvullend pensioen in de tweede pijler op te bouwen via inhoudingen op het loon verricht door de werkgever. Het initiatiefrecht zal derhalve bij de werknemer liggen. De werknemers bepalen, binnen bepaalde grenzen, vrij het bedrag. De fiscale voordelen zullen gelijk zijn aan deze die van toepassing zijn voor aanvullende pensioenstelsels die door werkgevers worden ingesteld.