Skip to main content
  • Nieuws
  • Federale begrotingscontrole vraagt andere methodiek

Federale begrotingscontrole vraagt andere methodiek

  • 28/03/2018

De federale regering dicht een groot begrotingsgat van 1,27 miljard met veelal technische aanpassingen. De begrotingsopmaak 2019 wordt wellicht mede daardoor nog een zware dobber. De invoering van een netto-uitgavennorm, samen met een effectief afdwingbare begrotingscoördinatie met de regio’s, is nodig om de begroting echt onder controle te brengen.

  • De fedBegrotingsmaatregelen erale regering beperkt het structurele begrotingstekort tot -0.68% voor entiteit I.
  • Ze houdt daarbij slechts in beperkte mate rekening met de verschuiving van de impact van de taxshift (462 miljard euro) naar gewesten en lokale besturen.
  • Vraag is hoe de lagere besturen die minderinkomsten zullen compenseren.
  • Voor ondernemingen zijn er op het eerste gezicht geen lastenverhogingen bij gekomen.

De federale regering beperkt het structureel tekort (na correctie voor de stand van de conjunctuur en voor eenmalige factoren) tot -0,68 % bbp voor entiteit I (federale overheid en sociale zekerheid). Maar om deze doelstelling te bereiken bewandelt ze in belangrijke mate een onorthodoxe weg met ‘technische aanpassingen’. De belangrijkste aanpassing (462 miljoen) is een gedeeltelijke verschuiving naar de gewesten en de lokale besturen van de impact van de taxshift. Door de verlaging van de personenbelasting in het kader van de taxshift zullen de gewesten en de lokale besturen op termijn ook 462 miljoen euro minder inkomsten ontvangen.  

“In 2019 zou de opbrengst van de vennootschapsbelasting wel eens kunnen tegenvallen.”

De federale overheid zal die daling dit jaar al merken in de bedrijfsvoorheffing, maar ze houdt daarmee geen rekening in haar begroting omdat die minderinkomst niet te haren laste valt. De vraag stelt zich dan wel of de gewesten en de gemeenten deze minderinkomst in 2018 willen compenseren. Dat valt sterk te betwijfelen. Hun budgetten zijn immers al opgemaakt. Bovendien waren zij wellicht ook niet betrokken bij deze federale ‘technische’ aanpassing. Te vrezen valt dan ook dat het globale Belgische begrotingstekort op het eind van dit jaar 462 miljoen hoger zal uitvallen als gevolg van dit gebrek aan begrotingscoördinatie tussen het federale, het regionale en het lokale overheidsniveau. De federale regering had dit eigenlijk moeten aankaarten in het Overlegcomité bij de opmaak van de begrotingen in september vorig jaar.

Een andere ‘technische’ correctie heeft betrekking op de voorafbetalingen van de ondernemingen. Het Monitoringcomité gaat voor 2018 uit van aanzienlijke extra voorafbetalingen (in vergelijking met de initiële begroting). Dat heeft veel te maken met de extra boetes die bedrijven nu te beurt vallen indien ze te weinig vooraf betalen. Het gevolg is een verdere verschuiving van inkohieringen in een volgend jaar naar voorafbetalingen dit jaar. Goed voor het budget in 2018, maar een risico voor het budget in 2019. In dat jaar zou de opbrengst van de vennootschapsbelasting immers wel eens kunnen tegenvallen. De federale regering houdt hiermee in mindere mate rekening. Het valt dus af te wachten of de Europese Commissie deze aanpassingen zal goedkeuren. Temeer daar de geleverde structurele inspanning al minder groot was dan de inspanning van 0,6 % bbp die het preventief luik van het Groei- en Stabiliteitspact voorschrijft.

Nieuwe maatregelen

Daarnaast bevat de begrotingsopmaak ook enkele specifieke maatregelen. Voor ondernemingen is het uiteraard van belang dat er op het eerste gezicht geen lastenverhogingen zijn bijgekomen.

Daarnaast zijn volgende maatregelen van belang:

  • De gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor e-commerce-activiteiten wordt verder uitgebreid. Ook werknemers die dergelijke prestaties verrichten tussen 20u en 24 u zouden zo onder deze lastenverlaging vallen. De maatregel moet wel aangemeld worden bij en goedgekeurd worden door de Europese Commissie. De regering beoogt de implementatie ervan in juli 2018.
  • In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting wordt een minimale vergoeding van 45.000 euro vereist voor minstens één bedrijfsleider. Het is een voorwaarde opdat de vennootschap in aanmerking zou kunnen komen voor het verlaagde tarief. Indien niet aan deze voorwaarde voldaan is, is een sanctie van 5,1% op het ‘vergoedingstekort’ verschuldigd. Vanaf 2020 zou de sanctie 10% bedragen, maar de regering besliste nu deze hogere sanctie van 10% in de toekomst niet toe te passen. De sanctie blijft dus 5%, ook na 2020. Bovendien zou de recent verhoogde bedrijfsleidersvergoeding (van 36.000 naar 45.000 euro) deze zomer worden geëvalueerd.
  • En dan is er de invoering van btw op de professionele verhuur van nieuwe of grondig verbouwde gebouwen. Anders dan in de ons omringende landen vormt de btw op constructies in ons land tot op heden een kost voor de verhuurder. Hij kan immers geen btw aanrekenen en dus ook geen input-btw verrekenen. Dit bemoeilijkt het aantrekken van buitenlandse investeerders. De nieuwe maatregel werkt deze concurrentiële handicap weg. Ze kan ook een belangrijke impact hebben op de kwaliteit van het vastgoedpatrimonium.
Karl Collaerts - Adviseur Fiscaliteit & Begroting - karl.collaerts@voka.be - 0478 29 69 76

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

VZW - eATA 2021
VZW - Take The Lead
IMU - btonic
VZW - DigiChambers 2021
ING
SD  Worx