Skip to main content
  • Nieuws
  • Evenwichtige handelsbalans: een kwestie van geluk?

Evenwichtige handelsbalans: een kwestie van geluk?

  • 02/05/2017

Een land als België, met zijn vergrijzingsproblemen en hoge staatsschuld, heeft best een overschot op zijn handelsbalans. In België is dat maar nipt het geval. In 2012 was er zelfs een tekort van 2,8% van het bbp waardoor onze economie dreigde terecht te komen in een neerwaartse spiraal zoals in Spanje. Voka onderzoekt in zijn jongste paper hoe we onze handelsbalans weer in een gezond evenwicht kunnen krijgen.

De daling van de prijzen van olie en gas is goed voor een verbetering tussen 1,5 en 2 procentpunt van het tekort op de handelsbalans.

 

  • Enkel met een overschot op de handelsbalans kunnen we voldoende goederen en diensten importeren.
  • Tussen 2002 en 2012 verslechterde de handelsbalans van ons land zeer snel.
  • Vandaag is er opnieuw een overschot, maar dat heeft vooral te maken met de prijsdalingen voor olie en gas.

 

België kende lang een groot overschot op de lopende rekening. Maar die lopende rekening en de onderliggende handelsbalans verslechterden in België snel tussen 2002 en 2012, tot uiteindelijk een tekort van 2,8% van het bbp. We stevenden af op Spanje-achtige scenario’s. In 2014 volgde gelukkig de kentering. Gelukkig, want een overschot op de lopende rekening is zowat de grootste garantie voor welvaart op lange termijn. Enkel met een overschot kunnen we voldoende goederen en diensten importeren en onze schulden financieren.

 

Belgische export

De voorbije jaren verloor België stelselmatig relatief marktaandeel in de snel groeiende wereldhandel van goederen. In de dienstensector is er beter nieuws: daar houdt België, anders dan onze buurlanden, wél goed stand op de wereldmarkt. België kent een mooi overschot op de dienstenbalans. Exporteerbare diensten zijn dus belangrijk. Denk dan aan de internationale positie van Brussel en aan de logistieke diensten rond de havens.

De Belgische export van goederen blijft sterk geconcentreerd in chemie, farma, diamant en voertuigen, vaak door grote bedrijven die in handen zijn van multinationals. Bovendien groeiden de meeste van deze sectoren de afgelopen tien jaar trager dan in de buurlanden. Dit duidt erop dat de Belgische export en dus de handelsbalans kwetsbaar zijn. Een vertrek van enkele grote chemie- of farmaspelers zou zwaar wegen op de handelsbalans.

Positief is dat in de voedingsindustrie en de optische en geneeskundige materialen de exportgroei sneller gaat dan bij de buren. Vaak gaat het hier wél om Belgische bedrijven. Meestal zijn het ‘stille kampioenen’: bedrijven die hun strategische posities (beslissingen, verkoop, onderzoek, ontwikkeling en productie) grotendeels in België hebben en met een dominante positie in hun productmarkt en een snellere groei dan het gemiddelde. Stille kampioenen moeten we dus koesteren en versterken.

 

Handelsbalans positief

Dat de handelsbalans weer positief raakt, heeft vooral te maken met de daling van de prijzen van olie en gas. Die zijn, vergeleken met 2011, goed voor een verbetering tussen 1,5 en 2 procentpunt van het tekort. Ook de daling van de euro heeft geholpen, net als het feit dat we de loonkosten sinds 2014 veel meer in lijn met de buurlanden konden brengen.

Behalve grondstoffenprijzen en loonkostenbeleid bepalen ook clustereffecten het concurrentievermogen. Die hebben meestal te maken met de aanwezigheid van een ganse keten: toeleveranciers, kennisinstellingen, geschoold personeel, transportwegen, nabijheid van klanten, … België heeft troeven: een centrale ligging aan grote zeehavens, kennisinstellingen, verticale integratie in heel wat sectoren, … Helaas hebben we te weinig echte clusters (behalve chemie en farma) en zijn ze in omzet relatief klein (voeding) of op de terugweg (vervoer).

De uitdaging is om alle actoren in België beter op elkaar te doen inspelen zodat we meer en sterkere clusters ontwikkelen. Kennisinstellingen die sterker samenwerken met het bedrijfsleven. Onderwijs dat goed afgesteld is op die clusters. Meer technisch personeel, meer durfkapitaal om clusters te versterken, meer snelgroeiende bedrijven die verticaal verankerd zijn in ons land (met beslissingscentra, R&D, verkoop, productie, …). Een nog sterkere logistieke positie die aansluit bij de creatie van toegevoegde waarde rond en buiten het havengebied.

Ook reshoring biedt een opportuniteit voor de Belgische handelsbalans. Activiteiten die terug naar hier keren, dat betekent: minder import, meer export. Reshoring zal in de praktijk niet betekenen dat productievestigingen in lageloonlanden dicht gaan ten voordele van Belgische, wel dat productielijnen dankzij nieuwe technologie (zoals 3D-printen of volautomatische lijnen) ook in België rendabel draaien, waardoor de trend om naar het buitenland te verhuizen zal zakken. Ook circulaire economie, met materiaalrecuperatie en productie dichter bij de eindklant, kan een troef zijn voor het centraal gelegen België.

 

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

 

Lees hier de volledige VokaPaper "Balans"

Contactpersoon

IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx