Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Een halve eeuw succes in Vlaams-Brabantse familiebedrijven
Familie Sarens
  • 01/03/2017

Een halve eeuw succes in Vlaams-Brabantse familiebedrijven

In oktober 2016 publiceerde prof. dr. Johan Lambrecht (KU Leuven) een studie naar de hefbomen en factoren die ervoor zorgen dat een familiebedrijf op lange termijn kan overleven en succesvol blijft. Wij gingen op bezoek bij drie succesvolle Vlaams-Brabantse familiebedrijven die al meer dan 50 jaar bestaan: Sarens Group, zuivelfabriek Olympia en The JAVA Coffee Company.

De nieuwe generatie krijgt de keuze om al dan niet in het bedrijf te stappen. Winst wordt telkens opnieuw geïnvesteerd in het bedrijf. Het aantal aandeelhouders wordt zo klein mogelijk gehouden. Het zijn maar enkele zaken die meteen opvallen bij elk van hen. Maar wat het meest van al opvalt, is de passie waarmee de ondernemers praten over hun bedrijf.

Sarens Group is wereldwijd het grootste familiebedrijf in de sector van zwaar wegtransport en hijswerk. De eerste generatie startte als boerderij, waar ze de paarden af en toe ook inzetten voor het transport van kermisattracties en bomen.

 

Internationaal bedrijf met 4.300 medewerkers

Nu er al 4 ‘Sarensen’ van de vierde generatie – naast de 6 van de vorige generatie – meedraaien in het bedrijf, is Sarens een internationaal bedrijf met 4.300 medewerkers en met filialen over de hele wereld. Maar wat is de geheime succesformule voor deze enorme groei? “Het grote voordeel van een familiebedrijf is dat het kapitaal geduldig is”, zegt Ludo Sarens, voorzitter van Sarens Group. “We werken niet met dividenden, maar herinvesteren alle winst die gemaakt wordt. Daardoor is het mogelijk om sneller te groeien dan andere bedrijven.”

Familie Sarens“Verder helpt het ook wel dat iedereen van de familie eigenlijk een stukje voor zichzelf werkt, waardoor de betrokkenheid en inzet erg hoog is. Onze medewerkers zien de eigenaars van het bedrijf dan weer dagelijks aan het werk, wat een nauwe band creëert. Bovendien bieden we zoveel mogelijk stabiliteit en zekerheid aan onze medewerkers.”

Maar natuurlijk moeten in een familiebedrijf ook moeilijke beslissingen genomen worden. Hoe gaan ze daarmee om? “Om te beginnen hebben we ervoor gezorgd dat het aantal aandeelhouders niet te groot werd. In 2003 zijn we daarom van 38 aandeelhouders naar 5 aandeelhouders gegaan. Een moeilijke opgave, maar noodzakelijk voor het welzijn van het bedrijf. Want te veel versnippering is dodelijk”, aldus Sarens.

En dat brengt hem bij een andere uitdaging: “Naast het managen van je bedrijf, moet je ook je familie managen. Want als daar een haar in de boter zit, heeft dat een impact op het bedrijf.” Dat blijkt niet altijd even evident. “Een familie is een beetje een staal van de wereldbevolking. Sommige mensen zullen altijd tevreden zijn en sommige altijd ontevreden. Daar moet je mee kunnen omgaan.”

Sarens vindt het dan ook belangrijk dat emoties niet primeren als er beslissingen genomen moeten worden. “Een zekere emotie is goed, omdat mensen beter hun best gaan doen als ze emotioneel betrokken zijn bij bepaalde dingen. Maar de emotionele kant mag nooit of te nimmer primeren op de economische realiteit.”

En daar is Luc Van Impe van zuivelfabriek Olympia het roerend mee eens. “Het bedrijf en de familie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar het bedrijf moet op de eerste plaats komen. Want als de toekomst van het bedrijf niet verzekerd is, komt ook de familie in de problemen.”

 

Professioneel leiden

Van Impe is dan ook van mening dat een familiebedrijf even professioneel moet geleid worden als eender welk ander bedrijf. Samen met zijn broer Marc heeft hij de dagelijkse leiding over Olympia, een zuivelfabriek die gelegen is in het landelijke Pajottenland. De geschiedenis van deze zuivelfabriek gaat terug tot in 1897, maar het bedrijf kwam pas na de Tweede Wereldoorlog in handen van de familie Van Impe. Grootvader Frans Van Impe kocht toen het bedrijf dat voordien nog de Waalse ‘société agricole’ was. Na enkele jaren moest vader Kamiel Van Impe gedwongen in het bedrijf stappen.

“Dik tegen zijn goesting in het begin”, vertelt Luc Van Impe. “Na een aantal jaar vond hij het echter wel leuk en kocht hij zelfs zijn broers en zussen uit. Mijn broer Marc en ik kregen gelukkig zelf de keuze of we in het bedrijf wilden stappen of niet. Wij kozen allebei voor het bedrijf, maar onze zus koos voor een totaal andere carrière.” Ondertussen denken ook Marc en Luc al aan opvolging bij de vierde generatie. “Ook dat hoort bij een familiebedrijf: er moet altijd gedacht worden aan opvolging.”

 

Snelle beslissers

Het geheime succes van een familiebedrijf is volgens Van Impe dat iedereen dicht bij elkaar staat, waardoor ze heel snel beslissingen kunnen nemen. “Mijn broer en ik houden alle dagen een snel overleg en één keer per maand komen we samen om nog een aantal knopen door te hakken en de strategie te bepalen. Dat is een groot verschil met multinationals, waar beslissingen vaak door veel mensen goedgekeurd moeten worden, zowel in binnen- als buitenland. Als klein familiebedrijf is het makkelijker om in te spelen op verandering.”

De zuivelfabriek zoals die er vandaag is, valt in geen enkel opzicht meer te vergelijken met het oorspronkelijke bedrijf. “We zijn niet alleen enorm gegroeid, maar we zijn ook sterk gemoderniseerd. Je moet weten dat vroeger de melk nog met kruiken opgehaald werd. Tegenwoordig heeft elke boer een koeltank staan. We exporteren nu 30% van onze producten en hebben klanten tot in Azië en de Verenigde Emiraten, en daar zijn al eens producten bij met minder koemelk, maar ook mixen met plantaardige eiwitten en vetten.”

 

“Mijn broer en ik houden alle dagen een snel overleg en één keer per maand komen we samen om nog een aantal knopen door te hakken en de strategie te bepalen. Dat is een groot verschil met multinationals, waar beslissingen vaak door veel mensen goedgekeurd moeten worden, zowel in binnen- als buitenland.” – Luc Van Impe (Olympia)

 

Kwaliteit leveren en vooruit denken vormt de rode draad doorheen de geschiedenis van Olympia. “In 2004 waren we de eerste die aan al onze leveranciers het IKM (integrale kwaliteit melk)-label vroegen. Sinds vorig jaar bieden we ook weidemelk aan, wat betekent dat koeien minstens 120 dagen per jaar 6 uur per dag buiten moeten grazen. Dat is niet alleen positief voor het welzijn van de dieren en het imago van Olympia, maar bovendien een vereiste van sommige klanten.”

 

1 op 1

Die kwaliteitsgarantie is één ding, maar ook de familiegeschiedenis vormt een voordeel voor de klanten. “We merken dat de Belgische klanten onze plaatselijke roots belangrijk vinden. Consumenten hechten tegenwoordig veel belang aan de oorsprong van producten. Daarnaast zorgt het familiale aspect van ons bedrijf voor een 1 op 1-omgang met de klant, ook dat wordt geapprecieerd.”

Dat blijkt uit het feit dat veel melkveehouders ervoor kiezen om met hen samen te werken, ondanks de coöperatieve mogelijkheden die er bestaan. “Bij een coöperatie zijn de melkveehouders zelf aandeelhouder, maar in de praktijk worden ze vaak een nummer. We zien dat ze toch graag met ons samenwerken omdat beide partijen dan ondernemers zijn en dezelfde waarden hebben.”

De uitdaging voor morgen ligt vooral in het opboksen tegen multinationals. “In de zuivelsector zijn er bijna geen middelgrote privéspelers meer, het zijn allemaal multinationals. Wij proberen ons dus op een niche te richten en op die manier toegevoegde waarde te creëren door klantgericht te werken en voldoende te diversifiëren.”

 

Eigen stempel

Bij The JAVA Coffee Company in Rotselaar is het bedrijf, net als bij Sarens, intussen toe aan de vierde generatie. In 1925 ging het nog om een bakfiets die koloniale waren leverde, intussen is JAVA Koffie uitgegroeid tot een klimaatneutrale koffiebranderij met naam en faam. “Niet dat het altijd van een leien dakje is verlopen, hoor”, vertelt Wim Claes. “Zo heeft mijn grootvader destijds de zaken moeten stopzetten omwille van de oorlog en zijn we nadien moeten heropstarten. Elke generatie past zich aan aan de omstandigheden en drukt duidelijk haar stempel.”

The JAVA Coffee CompanyBij zijn generatie was de grootste verandering het stopzetten van rechtstreekse leveringen aan de horeca. “Voordien hadden we veel horeca-klanten, waar heel wat van de omzet in het zwart gedraaid werd. Ik vond dat echter geen goede basis om op verder te werken en ben daar volledig van afgestapt. Iedere ondernemer moet zich houden aan de basisregels van de economie: er moet genoeg geld binnenkomen om de uitgaven te dekken.” Dat zorgde voor woelige tijden, aangezien dit niet alleen een impact had op de zaken, maar ook voor heel wat discussie zorgde binnen de verschillende generaties. “Door op zoek te gaan naar nieuw cliënteel en een nieuwe aanpak, waren we er na drie jaar weer bovenop.”

Onder het bewind van Wim Claes is de JAVA-groep uitgegroeid tot een welvarend 100% Belgisch familiebedrijf met destijds 330 mensen. Vorig jaar besloot de familie om terug te keren naar de core business. Na de verkoop van distributieplatform JAVA Foodservice ligt de focus weer helemaal op koffie. Het aantal werknemers is zo naar 34 teruggeschroefd.

 

Beslissingsrecht

Intussen is het dochter Kathleen die aan het hoofd staat van The JAVA Coffee Company. Vorig jaar nam ze de fakkel over van haar vader, waardoor het bedrijf voor het eerst in 82 jaar een vrouwelijke CEO heeft. Op dat moment zorgden ze ervoor dat alle aandelen in handen kwamen van Kathleen. “Dat hebben we zeer bewust gedaan, want op die manier geef je opportuniteiten aan de volgende generatie en kan die de zaak naar eigen hand zetten”, vertelt Wim Claes. “Je kan immers enkel ondernemen als je ook het beslissingsrecht hebt.”

Eenheid van leiding, daar ligt volgens hen de basis van het succes. “Het bedrijf op tijd overlaten, bestuurbaar houden en de leiding bij één persoon leggen, dat zorgt voor succes”, vertelt Kathleen Claes. “Anders zijn er na een tijd zoveel verschillende takken dat het moeilijk wordt om nog beslissingen te kunnen nemen.”

Het grote voordeel als familiebedrijf is volgens haar de betrokkenheid: “Iedereen werkt samen aan een gemeenschappelijk doel en dat geeft een geweldige drive. Zowel bij de medewerkers als bij de familie zelf, want er is heel weinig afstand tussen ons. We besteden dan ook veel tijd en aandacht aan het uitbouwen van een goede relatie met onze medewerkers.”

 

Denken op lange termijn

“Ook het feit dat je als familiebedrijf automatisch meer op lange termijn denkt, straalt af op de medewerkers”, gaat ze verder. “We bouwen op lange termijn een goede verstandhouding op met alle stakeholders en onze mensen merken dat ook. Daardoor maken ze zich ook minder zorgen over de stabiliteit van het bedrijf en hun eigen toekomst.”

Maar er schuilt ook gevaar in een familiebedrijf. “Als je denkt aan opvolging, zijn je kinderen een logische optie. Maar het is belangrijk dat ze zelf een keuze maken, want de tijd en de geest moeten rijp zijn voor zo’n stap.” Ook de scheiding tussen werk en privé moet goed bewaard worden. “We letten er echt op dat we op zondag niet over het bedrijf beginnen. Een gezond evenwicht bewaren tussen bedrijf en familie is een constante uitdaging”, besluit hij.

Contactpersoon

BVI
British School of Brussels
Made in Vlaams-Brabant
ING
Proximus
SD  Worx
Logo Premed
Logo Randstad