Skip to main content
  • Nieuws
  • Is duurzaamheid een opportuniteit voor de bouwsector?

Is duurzaamheid een opportuniteit voor de bouwsector?

  • 12/10/2022

De bouwsector is de laatste jaren blootgesteld aan een golf van verandering. Niet alleen de COVID-crisis dwong de ondernemer om haar eigen activiteiten en manier van werken in vraag te stellen, ook de toenemende bevolkingsgroei ligt mee aan de basis van enkele belangrijke trends die de sectorevoluties bepalen.

Duurzaamheid, een breed begrip

Naast deze algemene tendensen, wint ook duurzaamheid steeds meer aan belang. De druk om duurzaam te ondernemen, komt vanuit verschillende kanten, waarbij institutionele organen het voortouw nemen (push effect - bv. EU of lokale regeringen die wetgeving uitrollen om van duurzaam ondernemen de standaard te maken, financiële instellingen die duurzaamheid laten meespelen bij financieringsbeslissingen, etc.). Daarnaast laat ook de consument haar keuzes vaker beïnvloeden door de mate waarin het eindproduct als duurzaam kan aanschouwd worden en hechten toekomstige medewerkers steeds meer belang aan de duurzaamheidsaspecten bij de keuze voor een nieuwe werkgever. Dit pull-effect biedt opportuniteiten voor ondernemingen om duurzaamheid te vertalen naar een onderscheidend vermogen binnen de markt waarin ze actief is.

De voordelen voor de onderneming zijn meervoudig:

  1. Verhoogde betrokkenheid bij werknemers
  2. Toekomstgericht businessmodel
  3. Sterkere reputatie

Push en pull effecten van duurzaamheid binnen de bouwsector

De eerder genoemde push en pull effecten krijgen vandaag ook steeds vaker een concrete vertaalslag binnen de bouwsector. Zo heeft de Vlaamse regering een strikt wetgevend kader bepaald dat dient toe te laten om tegen 2030 de CO2-uitstoot met 35% te verminderen ten opzichte van 2005 en om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn (zoals voorgeschreven in de EU Green Deal). De bouwsector is op globaal niveau verantwoordelijk voor 38% van de totale CO2-uitstoot en dient daarom een belangrijke bijdrage te leveren aan deze transitie.

Concreet betekent dit dat woningen in Vlaanderen tegen 205  dienen te voldoen aan energielabel A (EPC). Vandaag zijn 1 op 3 huizen meer dan 60 jaar oud, België beschikt hiermee over het oudste woningpark in Europa (gemiddelde verhouding EU: 1 op 4). Dit impliceert dat vandaag hooguit 4,6% de Vlaamse woningen een EPC-label A behalen. De Vlaamse wetgeving creëert zodoende druk om te renoveren, aangezien tussen 2021 en 2050 jaarlijks 100.000 woningen gerenoveerd dienen te worden, (ca. 11 Vlaamse woningen per uur) om deze doelstelling te realiseren. Deze wetgeving brengt uitdagingen, maar ook heel wat opportuniteiten voor de toekomst.

Vanaf 2025 worden ook veel nietbeursgenoteerde ondernemingen verplicht om te rapporteren rond duurzaamheid.

Ook Belgische kmo’s spelen in op deze trends en evoluties. Zo produceert een Belgische ondernemer kant-en-klare bouwschillen die toelaten om een woning op een paar uur energieneutraal te maken. Daarnaast ontwikkelen enkele Vlaamse ondernemers CO2-negatieve stenen met als grondstof een recyclageproduct van hoogovenslakken. Deze voorbeelden tonen aan dat ook private ondernemingen en kmo’s het verschil kunnen maken en duurzaamheid vertalen naar een unieke waardepropositie in de markt.

Ondernemingen moeten in de toekomst ook rapporteren omtrent duurzaamheid

Tot op vandaag dienen voornamelijk beursgenoteerde bedrijven te voldoen aan specifieke rapporteringsvereisten die volgen uit de EU-wetgeving. Beursgenoteerde bedrijven dienen nietfinanciële informatie, bv. omtrent diversiteit, het respecteren van de rechten van de mens, duurzaamheid, etc. op te nemen in het jaarverslag. Dit kan via allerhande raamwerken of standaarden en de resultaten dienen niet geaudit te worden. Met weinig vergelijkbare resultaten tot gevolg. Als antwoord hierop heeft de EU een nieuwe wetgeving (CSRD - Corporate Sustainability Reporting Directive) opgesteld, waarin ook private bedrijven (die minstens voldoen aan 2 van de 3 volgende criteria) met (a) een omzet boven 40M EUR, (b) balanstotaal boven 20M EUR en (c) meer dan 250 medewerkers verplicht worden om op een consistente manier niet-financiële informatie te rapporteren. Vanaf 2025 zullen deze niet-beursgenoteerde ondernemingen verplicht worden om het (digitale) jaarverslag uit te breiden met (geauditeerde) kwalitatieve en kwantitatieve informatie omtrent:

  1. Weerbaarheid van het bedrijfsmodel & strategie
  2. Duurzaamheidsdoelstellingen en vooruitgang
  3. De rol van de raad van bestuur en het management met betrekking tot duurzaamheidsfactoren
  4. Duurzaamheidsbeleid en beschrijving van het duediligence-proces
  5. Voornaamste risico's, incl. risicobeheer
  6. De methodologie om de gerapporteerde informatie te identificeren

Als gevolg kunnen zowel private als publieke bedrijven duurzaamheid niet meer links laten liggen en dient dit steeds vaker, al dan niet verplicht, verweven te worden in de bedrijfsstrategie. Dit biedt bedrijven de opportuniteit om vandaag reeds na te denken over de impact die ze maken op de maatschappij en hoe hun inspanningen inzake duurzaamheid kunnen bijdragen tot een competitief voordeel in de toekomst. Dit laat toe om zich maximaal voor te bereiden op de rapporteringsvereisten die in de komende jaren op ons afkomen.

Voor meer inlichtingen kan je contact opnemen met Barbara Coussée (manager Deloitte Private), bacoussee@deloitte.com.

Advertentie VanRoey- nov
MK - Advertentie Van Dessel

Artikel uit publicatie