Skip to main content
  • Nieuws
  • Duitse en Nederlandse lessen voor België

Duitse en Nederlandse lessen voor België

  • 21/12/2021

De grote aandacht voor de klimaattransitie in de nieuwe Duitse en Nederlandse beleidsplannen is een trend die ook België niet zal ontlopen. Andere Duitse en Nederlandse plannen, onder meer op het vlak van arbeidsmarkt en overheidsfinanciën, houden minder lessen voor België, gezien de amper te vergelijken uitgangsposities. 

De voorbije weken werden zowel in Duitsland als in Nederland nieuwe regeringen gevormd, met uiteraard nieuwe regeerakkoorden.

Gezien Duitsland en Nederland twee van de belangrijkste buitenlandse afzetmarkten zijn voor Belgische bedrijven, samen goed voor 30% van de Belgische export, houden die akkoorden ook implicaties in voor onze economie. 

Duitsland: verkeerslichtcoalitie

De nieuwe Duitse regering loopt over van ambitie, onder meer voor de duurzame en digitale transitie, maar blijft vaag over de concrete uitwerking daarvan. Daarnaast is vooral de financiering onduidelijk.

•    Duitsland wil een voorloper worden in de klimaat- en digitale transitie, onder meer door naar 80% energie uit hernieuwbare bronnen te gaan tegen 2030 (van 20% vandaag) en te gaan voor klimaatneutraliteit tegen 2045. 
•    Er komt een fonds van 60 miljard euro voor investeringen in de duurzame transitie. Dat komt overeen met 1,7% van het bbp, en wordt ingezet over meerdere jaren.
•    Het minimumloon wordt met 30% verhoogd naar 12 euro per uur.
•    Wat de financiering van de plannen betreft, komen er geen hogere belastingen en wordt de schuldenrem (die een max. tekort van 0,35% van het bbp toelaat) behouden. Dat impliceert dat er enig creatief boekhouden vereist zal zijn om middelen vrij te maken om de ambities waar te maken.

Ondanks de ambitieuze taal van de nieuwe ploeg zit er een inconsistentie in de plannen door de combinatie van grote ambities om de Duitse economie te transformeren en het vasthouden aan de budgettaire discipline.

Om de ambities echt waar te maken, zou de Duitse regering moeten gaan voor een (op z’n minst tijdelijk) soepeler budgettair beleid. Maar met een budgettaire hardliner van de FDP op Financiën wordt dat lastig. 

Nederland: Rutte IV

Ook de ‘nieuwe’ Nederlandse regering zet in op de klimaattransitie, en wil daarvoor ook extra middelen vrijmaken.

•    De klimaatdoelstelling wordt bijgesteld tot een na te streven daling van de CO2-uitstoot met 60% tegen 2030.
•    Er komt een klimaat- en transitiefonds van 35 miljard euro voor de komende tien jaar. Dat komt overeen met 4% van het bbp (of 0,4% per jaar).
•    Er komt ook een transitiefonds voor de landbouw van 25 miljard voor de komende vijftien jaar. Dat komt overeen met bijna 3% van het bbp (of 0,2% per jaar).
•    Er komt een lastenverlaging van 3 miljard voor de middenklasse en een verhoging van de vennootschapsbelasting van 1 miljard (vooral voor brievenbusfirma’s). De resulterende belastingverlaging met 2 miljard komt overeen met 0,2% van het bbp.
•    Het minimumloon wordt verhoogd met 7,5% en er worden inspanningen aangekondigd om de doorgeslagen flexibilisering aan te pakken.   

Het blijft natuurlijk een moeilijk verhaal dat de Nederlandse regering met exact dezelfde coalitie voor grote verandering kan zorgen in het beleid. Toch wordt duidelijk gekozen voor een soepeler budgettair beleid en veel meer aandacht voor de duurzame transitie.

Hoe sterk deze coalitie nog aan elkaar hangt na de eerdere schandalen (in verband met de toeslagen) blijft de grote vraag. En opmerkelijk, anders dan bij eerdere regeerakkoorden werd dit akkoord niet doorgerekend door het Centraal Planbureau

Lessen voor het Belgische beleid?

Op economisch vlak zijn er duidelijke parallellen tussen de nieuwe plannen in Duitsland en Nederland:

•    Minder nadruk op budgettaire discipline
•    Veel aandacht voor de duurzame transitie, vooral via extra investeringen
•    Sociale accenten, vooral via hogere minimumlonen

In hoeverre daaruit lessen te halen zijn voor het Belgische beleid is minder éénduidig:

•    Klimaattransitie

Dat de duurzame transitie een alsmaar belangrijker element van ons beleid zal worden, is al langer duidelijk. En daarvoor zullen hoe dan ook belangrijke extra investeringen nodig zijn.

Vandaag ligt de focus in België daarbij vooral op de inzet van de Europese investeringsmiddelen en te weinig op de extra stappen die daar bovenop nog nodig zijn.

De aandacht voor concrete maatregelen bovenop de investeringen, zoals groene belastingen of rekeningrijden, blijft zowel in Duitsland als Nederland beperkt.

•    Budgettaire discipline

De nieuwe Nederlandse regering wil expliciet meer uitgeven, en zelfs de Duitse regering lijkt de budgettaire discipline enigszins in vraag te stellen. Maar dit kunnen uiteraard geen voorbeelden zijn voor Belgische beleidsmakers, gezien wij op dit vlak lichtjaren voor (achter) liggen.

Zo mikt de Nederlandse regering met het nieuwe beleid op een structureel begrotingstekort van 1,75% van het bbp. Duitsland wil vasthouden aan een structureel evenwicht.

Bij ongewijzigd beleid ligt België op koers voor een structureel tekort van bijna 5% van het bbp in 2025, wat onhoudbaar is. 

•    Sociale accenten

Ook op het vlak van de arbeidsmarkt zijn de uitgangspunten heel verschillend. Zo zijn zowel in Nederland als in Duitsland 62% van de laaggeschoolden aan het werk. In België is dat 46%, bij de laagste van Europa.

De effectieve minimumlonen (variërend per sector) liggen in België ook duidelijk hoger dan de officiële minimumlonen in Nederland en Duitsland.

En wat flexibiliteit op de arbeidsmarkt betreft, is Nederland inderdaad allicht te ver doorgeschoten aan de top van Europa, terwijl België helemaal achteraan hangt. Ook op dat vlak is de Nederlandse beleidskeuze weinig relevant voor België. 

Al bij al lijken de Nederlandse en Duitse regeerakkoorden vooral lessen vanuit België overgenomen te hebben: meer vage grote ambities (in plaats van uitgewerkte plannen), minder stabiele coalities (met belangrijke inherente tegenstellingen) en extra geld gebruiken om de tegenstellingen te overkomen (hoewel ze op dat vlak ver achterblijven op het Belgische voorbeeld). 

De Duitse en Nederlandse lessen voor België liggen eerder in oudere beleidskeuzes. Hoe kregen beide landen meer dan 80% van hun bevolking op actieve leeftijd aan het werk (nog altijd een verre droom in België)? Hoe hielden beide landen hun overheidsfinanciën op de rails met een geloofwaardige verwachte terugkeer naar begrotingsoverschotten bij ongewijzigd beleid?

Die oudere beleidskeuzes zorgden er voor dat zowel Duitsland als Nederland er vandaag structureel beter voor staan, waardoor ze extra beleidsuitgaven kunnen plannen zonder zich al te veel zorgen te maken over de budgettaire impact. Ter vergelijking: de overheidsschuld wordt voor 2021 geraamd op 71% van het bbp in Duitsland en op 58% in Nederland. In België is dat 113% van het bbp. Wat dat soort gezonde fundamenten betreft, ligt België heel ver achter.  
 
  

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

IMU Multiburo
Imu Salesforce