Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Duaal leren: leervorm van de toekomst of leren en werken 2.0?
Jonas De Raeve
  • 16/05/2017

Duaal leren: leervorm van de toekomst of leren en werken 2.0?

Er breekt een cruciale tijd aan voor de ontwikkeling van het duaal leren. Nu wordt dit tijdelijk uitgerold en ontwikkeld met proeftuinen en experimenten. Een definitief decreet is in de maak en dat moet op basis van de beperkte ervaring in de proeftuinen definitieve keuzes vastleggen. Naargelang de uitkomst kan dit duaal leren definitief lanceren dan wel afremmen in zijn potentiele groei.

Twee elementen zijn voor Voka cruciaal; de definitie van duaal leren moet ambitieus zijn en de doelgroep moet duidelijk worden afgebakend.

Laten we gaan voor een decreet dat de nodige vrijheid laat en dat duaal leren alle kansen biedt om dé leervorm van de toekomst te worden.

  • De definitie van duaal leren moet ambitieus zijn en de doelgroep moet duidelijk worden afgebakend.
  • Wij spreken van duaal leren als er effectief competenties worden verworven op de werkplek.
  • In Zwitserland en Oostenrijk is het doodnormaal dat een leerling kan doorstromen vanuit een duale studierichting naar een hogeschool of universiteit.

Wat is duaal leren?

Wij spreken van duaal leren als er effectief competenties worden verworven op de werkplek. Dit is duidelijk voor leerling, leerkracht en bedrijf, en het is ook anders dan in de huidige stages die enkel competenties toegepassen die in de klas zijn aangeleerd. Als alle competenties die kunnen aangeleerd worden op de werkplek, ook effectief daar aangeleerd worden, is het niet nodig om een minimum aantal uren op de werkplek vast te leggen in het decreet. Zo’n minimum (stel 14 uur) zal de toekomstmogelijkheden van duaal leren grondig beperken en doet de verschillen tussen studierichtingen volledig teniet. Laten we dit dus vastleggen per studierichting in de uitwerking van de standaardtrajecten, zoals dat nu ook gebeurt in de proefprojecten.

Sterke technische studierichtingen, maar ook ASO-studierichtingen, zullen nooit kunnen voldoen aan een te hoog decretaal vastgelegd minimum. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat net deze vernieuwende opleidingen, naast de traditionele beroepsopleidingen, buiten de scoop van het duaal leren vallen. Dat is voor ons niet aanvaardbaar. Hoewel de conceptnota stelt dat er gestreefd moet worden naar 60% op de werkplek, blijkt uit de proefprojecten heel duidelijk dat TSO-studierichtingen zoals Chemische Procestechnieken en Elektromechanische Technieken dit onmogelijk halen. De proeftuinen zijn net opgezet om, ook al is de looptijd ervan beperkt, er lessen uit te trekken. Laten we dat dan ook doen en de definitie voldoende ruim en ambitieus houden.

Voor wie is het duaal leren geschikt?

Duale leerlingen zijn aan de slag in het bedrijf. Het zijn dus arbeidsrijpe leerlingen. Leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn, blijven uiteraard niet in de kou staan. Voor hen moet er een uitgebreid aanbod zijn aan brugprojecten, voortrajecten en persoonlijke ontwikkelingstrajecten om hen de nodige competenties bij te brengen en hen, op hun tempo, voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Daarnaast moet er voor de leerlingen met de grootste zorgnoden een passend onderwijs-welzijnsaanbod zijn. De leerlingen in deze trajecten zetten stappen op een waardevolle manier maar zijn op dat ogenblik niet bezig met duaal leren en moeten dus ook niet opgenomen worden in het toekomstig decreet, daarvoor bestaan andere instrumenten. Voor leerlingen die geen werkplek vinden of die hun generieke competenties (attitude, stiptheid, …) moeten bijschaven, kan een aanloopfase worden voorzien in het decreet. Die moet dan wel beperkt zijn tot maximum 20 dagen. Als de aanloopfase te breed wordt geformuleerd, zullen veel leerlingen in een duale studierichting terechtkomen terwijl dat niet de meest geschikte leervorm blijkt. Deze negatieve en teleurstellende ervaring moeten we vermijden.

Voka wil een ambitieuze toekomt voor het duaal leren

Enkel met deze twee fundamentele elementen kan duaal leren een echte upgrade zijn en meer worden dan een pure verderzetting van het huidige leren en werken, wat in de huidige waterval laag werd ingeschat. Onderstaand schema toont aan hoe wij de toekomst zien. Het huidige DBSO en de leertijd horen vanzelfsprekend thuis in het nieuwe duaal leren, maar de focus moet ook verschuiven naar het voltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. Waartoe dient anders de hervorming van het duaal leren? Het decreet moet de nodige vrijheid hiervoor laten.

In landen als Zwitserland en Oostenrijk is het doodnormaal dat een leerling kan doorstromen vanuit een duale studierichting in het secundair onderwijs naar een hogeschool of universiteit en daar opnieuw in een duaal traject terechtkomt. Daar zitten we op dit moment nog lang niet. Laten we dus gaan voor een decreet dat de nodige vrijheid laat en duaal leren alle kansen biedt om dé leervorm van de toekomst te worden.

 

Schema Duaal Leren

 

ING
SD  Worx