Droogte en lonen

23/06/2017 , Stijn Decock - hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Wat heeft de aanhoudende droogte met de concurrentiepositie van België te maken? Meer dan u denkt. Als de groenteprijzen door de droogte stijgen, klimmen de lonen. Bedrijven worden door de automatische loonindexering vanzelf met een hogere loonfactuur geconfronteerd, ook al hebben ze door de droogte al heel wat andere bijkomende kosten. Het is een van de absurde elementen in het Belgisch loonsysteem.

De voorbije weken viel er nauwelijks regen uit de lucht, maar het regende wel berichten over de problemen die boeren en ook steeds meer bedrijven ondervinden door de droogte. Vooral landbouwprovincie West-Vlaanderen is getroffen. Van sommige teelten dreigt de opbrengst half zo hoog te liggen als normaal. In het zog van de boeren wordt dan ook de West-Vlaamse groenteverwerkende sector getroffen. Maar ook de cementindustrie, de energiesector, de binnenscheepvaart… allemaal dreigen ze bij aanhoudende droogte in de problemen te komen.

Naast de directe kost worden onze bedrijven nog op een bijzondere manier getroffen door extreme weersomstandigheden, en dat op een manier die vrij uniek is in de wereld. Met name door de loonindexering. Landbouwproducten kennen een hoge aanbodelasticiteit. Een kleine hoeveelheid meer of minder oogst kan tot een forse schommeling in de prijzen leiden. Als de oogsten door de droogte tegenvallen, dan zullen de prijzen voor heel wat (verse) groenten stijgen.

Voeding is goed voor zo’n 15% van de gezondheidsindex. Als alle voedingsprijzen met 10% zouden verhogen, dan neemt de gezondheidsindex met 1,5% toe. Aangezien de lonen de index volgen (via diverse loonindexatiesystemen),nemen ook zij door die prijsstijging met 1,5% toe.

Die 15%, dat zijn alle voedingsmiddelen, uitgezonderd alcoholische dranken. Maar veel voedingsmiddelen worden niet in België geproduceerd of ze worden nog bewerkt, waardoor de prijzen die de boer krijgen voor sommige etenswaren maar een beperkte invloed hebben op de consumentenprijs. Maar groenten en aardappelen worden nog wel in belangrijke mate in België geteeld. En zij zijn goed voor 1,5% van de index. Stel dat door de droogte die producten gemiddeld 30% duurder worden, dan stijgt de gezondheidsindex met 0,5%.

En door de automatische koppeling stijgen de lonen vervolgens ook met 0,5%. Op een afgeronde jaarlijkse loonmassa van 150 miljard euro in de private sector in België, komt dat neer op een – volledig automatische – extra loonfactuur van 750 miljoen euro voor de bedrijven. Onderhandelen over die factuur is onmogelijk, aangezien ze bij wet verplicht moet worden betalen, ook al ondervindt het bedrijf zelf schade door de droogte.

Bedrijven in andere landen kennen dat probleem niet. Lonen zijn daar niet automatisch gekoppeld aan factoren waarop het bedrijf geen vat heeft. Loonstijgingen zijn het resultaat van een onderhandelingsproces waarvan inflatie een van de elementen is. De inflatie wordt dan naast elementen als de economische conjunctuur en de productiviteitsstijgingen gelegd. Lonen worden er nauwelijks beïnvloed door kortetermijnelementen zoals het weer.

Volgens klimatologen dreigen dergelijke extreme weersomstandigheden door de klimaatverandering nog toe te nemen. Warmere lucht kan met name meer waterdamp opnemen, waardoor het langer droog kan blijven, of in het omgekeerde geval ook heel snel hard en teveel kan regenen. Wat even nefast is voor de landbouw. Het resultaat is sowieso dat landbouwgrondstoffen in de toekomst een volatieler prijsverloop zullen kennen. Hierdoor worden de Belgische bedrijven nog meer geconfronteerd met indexstijgingen en dus loonstijgingen. Hierdoor zal elke misoogst leiden tot een verzwakking van onze concurrentiepositie.

Dit mechanisme botst ook op elke ecologisch en economisch logica. Die zegt dat als de erwtenoogst gehalveerd is en erwten daardoor zeer duur worden, we minder erwtjes en in plaats daarvan een groente moeten eten die minder last heeft van de droogte (zoals tomaten of wortelen). Maar ons indexmechanisme zegt dat we moeten blijven erwten eten en dat ons loon daar ook voor moet gecompenseerd worden. Het indexmechanisme stuurt ons dus niet naar alternatieven. Of als biefstukken door een misoogst van soja in Latijns-Amerika fors duurder worden, moeten we niet evenveel biefstuk blijven eten, maar wel alternatieven zoeken die veel minder of geen soja nodig hebben.

Het indexmechanisme moet dus hervormd worden, want anders dreigt iedere inspanning om de loonhandicap weg te werken door een of andere ‘act of God’ teniet gedaan te worden. En meestal treft zo’n ‘act of God’ (een oliecrisis is bv. ook zo’n externe factor) ook andere uitgavenposten van een bedrijf.

Idealiter schaffen we het indexmechanisme af en gaan we naar het onderhandeld systeem dat zowat alle andere Europese landen hanteren. Daarbij wordt veel meer rekening gehouden met de economische draagkracht van loonstijgingen. Als het Belgische systeem toch niet afgeschaft wordt, moet minstens de berekening van de index aangepast worden. Al te volatiele componenten zoals voeding gaan er dan beter uit. We werken dus beter met de kerninflatie (inflatie zonder alle grondstofgerelateerde producten). Of we nemen een echt langetermijngemiddelde (bv. een gemiddelde over 24 ipv de huidige 4 maanden) van heel volatiele componenten.

Hopelijk valt er de komende dagen wat regen uit de lucht. En er vallen best ook wat structurele beslissingen binnen de regering. Een hervorming van het indexmechanisme zou niet misstaan op een zonnige superministerraad. Hiermee zou de regering haar belofte waar maken om de index te hervormen.