Skip to main content
Industrieterrein
  • 15/12/2017

De terugkeer van de maakindustrie

Wie de laatste weken de bedrijfspagina’s van de krant goed in de gaten hield, kon er niet naast kijken. Steeds meer bedrijven versterken hun productievestiging in België. Meer nog, sommige bedrijven, zoals Continental in Mechelen, halen productie uit Centraal-Europa terug naar België. Een hoopvolle trend die we verder moeten versterken.

Sinds de jaren 70 wordt de maakindustrie in het Westen geplaagd industrieterreindoor het uitvlaggen van productieketens naar goedkope loonlanden. Ganse sectoren zoals de confectie of consumenten-elektronica vertrokken naar goedkope loonlanden.  De maakindustrie leek maar één richting te kennen, en die was weg uit het Westen. Kort na de Grote Recessie in 2008 leek het tij vooreerst in de VS te keren. Het loonverschil tussen China en de VS was afgenomen, de VS beschikte over goedkopere energie en heel wat bedrijven waren niet altijd zo gelukkig met de kwaliteit van en de communicatie met hun Aziatische vestiging. Bovendien betekent produceren in het verre Azië dat de producten wekenlang onderweg zijn, wat niet bevorderlijk is om snel in te spelen op een snel wijzigende vraag van de klant.

Voorzichtig begonnen een aantal Amerikaanse bedrijven de omgekeerde stap te zetten en opnieuw in de VS te produceren. Naast bovenstaande redenen was er nog een belangrijkere factor waarom het Westen opnieuw interessanter werd om te produceren; automatisering. Robots en hoogtechnologische machines laten toe om complexe producten te maken met een beperkt aantal arbeidskrachten. Met andere woorden,  het grote loonverschil met Azië en Centraal-Europa gaat dankzij automatisering minder sterk doorwegen. Hierdoor wordt het opnieuw interessanter om dicht bij de klant, de toeleverancier en het kennis- en beslissingscentrum te opereren.  Lange tijd leek het enkel een trend in de VS te zijn, in Europa waren de voorbeelden eerder schaars. De laatste maanden lijkt er zich toch een duidelijker trend af te tekenen, zeker ook in België.

Bij die voorbeelden is er wel geen enkele arbeider meer rechtstreeks betrokken bij het productieproces zoals de reportage over Continental of speelgoedfabrikant Clicks Toys in deze krant beschreef. Het licht kan letterlijk ’s nachts uit. In het geval van Clicks Toys is het zelfs helemaal de omgekeerde wereld; de productie zit in België, de marketing en het ontwerp in Zuid-Korea.

ContinentalAls er geen enkele arbeider meer bij het productieproces betrokken is, wat zijn de voordelen dan voor ons land om dit soort activiteiten aan te trekken? Wel, er zijn er veel. Vooreerst betekent het niet dat een bedrijf dat met een volledig automatische productielijn werkt geen personeel meer nodig heeft. Er zijn altijd activiteiten die niet volledig kunnen geautomatiseerd worden, zoals het onderhoud, de installatie van nieuwe machines en onderdelen, het laden van vrachtwagens, bepaalde controles, een speciale versie van een product (bv aparte verpakking) die een machine niet aankan… Zo heeft Continental ondanks zijn volledig geautomatiseerde lijn 500 mensen in dienst. Doorgaans betaalt hoogproductieve maakindustrie hogere lonen dan de dienstenindustrie, zeker voor middengeschoolde arbeiders. Daarnaast is er ook de regel dat iedere job in de maakindustrie 2,5 jobs verderop creëert.

Ten tweede is de terugkeer en de versterking van onze maakindustrie bijzonder belangrijk voor een gezond herstel van de  handelsbalans (=verschil tussen export en import). Het is veel gemakkelijker om een grote hoeveelheid goederen te exporteren dan diensten (slechts een beperkt aantal diensten is gemakkelijk te exporteren). Een aanhoudend tekort op de handelsbalans of lopende rekening creëert grote economische risico’s, zoals Spanje of Griekenland aan den lijve hebben ondervonden. Na jaren van grote tekorten, lijkt België dankzij een industriële renaissance en lagere grondstofprijzen nu opnieuw af te stevenen op een duurzaam herstel van die balans.

Het is belangrijker dat we die positieve tendens verder versterken. Daarom moeten we de randvoorwaarden verbeteren. Een belangrijke troef om in België opnieuw maakindustrie aan te trekken, is de centrale ligging. Maar als centraal ‘centraal in de file’ betekent, verliest dat voordeel snel aan kracht. Dus het mobiliteitsvraagstuk in al zijn facetten is ook hier zowat het centrale thema. Ten tweede is de beschikbaarheid van geschikt personeel. Ondanks dat die processen automatisch draaien, hebben die bedrijven nog heel wat (geschoold) personeel nodig, personeel dat ook vaak in ploegendienst wil werken. Dus meer mensen in technische opleidingen is hier de sleutel. Bovendien moet het verschil tussen totale loonkost en nettoloon afnemen, om mensen te motiveren om bijvoorbeeld in ploegendienst te werken.

Het allerbelangrijkste is dat we het economisch ecosysteem voor maakindustrie in dit land levendig en krachtig houden. Dat systeem bestaat uit een lange ketting gaande van scholen, onderzoeksinstellingen, leveranciers (van bv machines), (zee)havens, opleidingscentra… die ervoor moeten zorgen dat de voordelen om in Vlaanderen te produceren opwegen tegen de nadelen. En finaal heb je natuurlijk ook een aantrekkelijke fiscaliteit nodig voor alle componenten van dat systeem.

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be

Contactpersoon

VZW - FIT - exportbeurs
ING
SD  Worx