Skip to main content

De Poolse loodgieter verdwijnt

  • 29/09/2017

Quizvraag. Welk land in Europa telt de laagste werkloosheidsgraad? Wellicht denkt u spontaan aan Denemarken, Duitsland of misschien Zwitserland. Drie keer fout. Het antwoord klinkt nogal verbazend, want het is Tsjechië, met een werkloosheidsgraad van 2,9%. Dit lage cijfer staat symbool voor de trend dat steeds minder Oost-Europeanen richting West-Europa zullen komen, en dat ook minder bedrijven van hier naar die landen kunnen vertrekken.

 

De Poolse loodgieter stond jarenlang symbool voor het schier eindeloze aanbod aan goedkoop en hardwerkende Oost-Europese arbeiders. Dat deden ze zowel in ons eigen land als in hun moederland.  Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 gingen veel staatsbedrijven in het Oostblok failliet, wat leidde tot een gigantisch aanbod aan werkloze geschoolde arbeiders. Die waren bereid om te werken aan een naar West-Europese normen zeer laag loon. Het toetreden van vijf Centraal-Europese landen tot de EU in 2004 maakte de arbeidsmigratie vanuit die landen extra gemakkelijk.

Grafiek werkloosheidcijfers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarnaast was er ook een omgekeerde beweging. Heel wat Westerse bedrijven trokken met arbeidsintensieve productie naar Centraal- en Oost-Europa. De lonen bedroegen er amper een vijfde van de lonen van hier. Bovendien waren er veel geschoolde arbeiders te vinden en was bouwgrond voor fabrieksterreinen goedkoop. Het hielp eveneens dat landen als Polen, Hongarije of Tsjechië op nog geen 1.000 km van hier liggen, wat het transport van goederen of management gemakkelijk maakte. Menig Vlaams bedrijf telt nu een vestiging in Centraal-Europa, of moet concurreren tegen een Oost-Europees zusterbedrijf.

Exemplarisch is de auto-industrie. Het aantal geproduceerde wagens in België is haast het spiegelbeeld vanTsjechië of Slovakije. Daar waar België eind jaren 90 bijna 1,2 miljoen wagen per jaar produceerde, is dat na de sluiting van Renault, Opel en Ford gezakt tot 400.000 wagens. Tsjechië produceerde daarentegen eind jaren 90 ongeveer 400.000 wagens per jaar en nu 1,2 miljoen auto’s. Exact het omgekeerde. En zoals we weten na de drama’s van de sluitingen van de fabrieken bij ons, creëert een autofabriek ook heel veel extra werkgelegenheid buiten de fabriekspoort.

Autografiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ongunstige demografie

De lage werkloosheid in Centraal-Europa kent een aantal oorzaken. Vooreerst is er de demografie. Centraal- en Oost-Europa staan er demografisch slechter voor dan West-Europa. Het aandeel jongeren in de bevolking is er lager en het geboortecijfer ligt evenmin onder dat van de West-Europese landen. 17% van de Belgische bevolking is bijvoorbeeld jonger dan 15 jaar. In Centraal-Europa is dat 15%, in Duitsland zelf slechts 13,1%. Dus zullen er in de toekomst ook minder mensen naar de arbeidsmarkt stromen. Bovendien staan Centraal-Europese landen zeer afkerig tegenover migratie (zie maar de heisa binnen de EU rond het opnemen van vluchtelingen), waardoor ook dat instroomkanaal niet werkt.

Ten tweede is er de succesvolle outsourcingsbeweging van de voorbije decennia die voor veel jobs en welvaart heeft gezorgd in Centraal-Europa. Die landen zijn nu zowat de productiehub voor de auto- en elektronicasector in Europa. Aangezien de lonen er nu veel sneller stijgen dan in West-Europa, spelen ook tweederonde-effecten op de arbeidsmarkt. De rijker wordende Centraal-Europeanen gaan ook een ander consumptiepatroon vertonen dat net zoals in West-Europa meer richting arbeidsintensieve diensten (bv. restaurantbezoek, vrijetijdsdiensten…) gaat. Die trend wordt geholpen doordat Centraal-Europa het voorbije decennia veel sterker gegroeid is dan West-Europa. De Grote Recessie was in Centraal-Europa slechts een kleine recessie, zeker in een land zoals Polen dat geen krediet- of bankencrisis kende. Evenmin moest er hard bespaard worden. Centraal-Europa heeft daarom op heel wat economische parameters Zuid-Europa ingehaald.

Tot slot is er ook de grote migratiegolf vanuit Centraal-Europa richting West-Europa het voorbije decennium. Miljoenen Polen en andere Oost-Europeanen trokken richting West-Europa en het VK in het bijzonder. Dat duwde het werkloosheidscijfer in het moederland eveneens naar beneden. Nu lijkt de trend te stoppen. Oost-Europeanen keren terug naar eigen land en beginnen met het in West-Europa verdiende geld een zaak in hun thuisland. Wat de lokale economie ook extra dynamiek geeft.

Het is nu zelfs zover gekomen dat Oost-Europa stilaan zelf op zoek moet naar migranten. Daarbij wordt vooral gekeken naar arbeidskrachten uit Oekraïne en Wit-Rusland. Outsourcen naar die landen is wel een extra risico omdat ze niet binnen de EU liggen en politiek onstabiel zijn of zelf oorlog aan het voeren zijn (zoals Oekraïne).

Levensstandaard stijgt snel

Voor Vlaanderen heeft die tendens twee belangrijke gevolgen. Vooreerst zal het in de toekomst moeilijk worden om goedkoop geschoolde arbeid nog uit Centraal-Europa te halen. Die mensen gaan steeds gemakkelijker een baan in eigen land vinden. De loonkloof blijft aanzienlijk (lonen zijn nog steeds minder dan de helft van hier) maar gecombineerd met een lager algemeen prijspeil in die landen, convergeert de levensstandaard steeds meer naar die van hier. Dat betekent dat naar arbeidsmigranten uit andere regio’s moet gekeken worden, maar het lijstje van landen met een groot arbeidsoverschot in Europa wordt snel kleiner.

Alleen Spanje en Portugal hebben nog een aanzienlijk overschot aan geschoolde en gemotiveerde arbeiders. Maar door de aantrekkende economie in die landen zal die groep ook snel kleiner worden. Daarnaast kent (Noord-)Afrika een zeer groot arbeidsoverschot. In een aantal van die landen, zoals Tunesië, is het scholingsniveau vrij hoog. Het nadeel is wel dat die landen politiek onstabiel zijn en dat het cultuurverschil veel groter is dan dat met Centraal-Europa.

Het twee belangrijke gevolg is dat outsourcing naar Centraal-Europa steeds minder interessant wordt. Het loonverschil neemt af en de arbeidsmarkt is er net zo krap als of nog krapper dan hier. Dus is productie hier houden en zoveel mogelijk automatiseren interessanter. Bovendien zouden het beleid (al dan niet dwingend) en de bedrijven nog meer moeten inzetten op het beschikbaar potentieel op de Belgische arbeidsmarkt: 50-plussers, allochtonen en werklozen in Zuid-België.

Tot slot wordt het risico groot dat er krapte gaat dreigen op diensten waarvan we gewoon waren dat Belgen die nog nauwelijks uitvoeren, maar wel Oost-Europeanen. Zoals poetshulp, vrachtwagenchauffeurs of loodgieters. De groeiende krapte in Centraal-Europa kan wel eens diepgaande gevolgen hebben voor zowel het Vlaamse bedrijfsleven als de Vlaming tout court.

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72

Contactpersoon

VZW_IMU_GROUPS
IMU - Sport Vlaanderen
IMU - Altez 0110
ING
SD  Worx