Skip to main content
  • Nieuws
  • De industrie zal het klimaatprobleem aanpakken

De industrie zal het klimaatprobleem aanpakken

  • 12/03/2020

EEN GEDROOMDE TOEKOMST
De economie van (over)morgen in 20 columns

Welk gelaat hebben onze economie & arbeidsmarkt in 2040? 
Die vraag beantwoorden 20 prominente Oost-Vlaamse ondernemende mensen in 2020, elk vanuit hun eigen ervaring en expertise.

Een visionaire blik op overmorgen, ongecensureerd door Dirk De Nul, bestuurder Jan De Nul Group.

Vrij snel na het millenniumjaar 2000 brak de oorlog uit in Irak. De gevolgen zouden zich uitsmeren over de volgende twintig jaar. Het conflict bracht een nooit geziene vlucht uit Afrika op gang die tot op vandaag aanhoudt. De hele regio van het Midden-Oosten werd instabiel, onze projecten (en die van andere landen) in het gebied vielen stil.

Op het ogenblik dat een voorzichtige relance zich aandient, steekt het milieuthema in alle hevigheid de kop op. Ook de bouwsector komt sterk in het vizier. Onder druk van het CO²-thema laat de overheid in Nederland duizenden werven stilleggen en voert ze een maximumsnelheid in van 100 km/u op de snelwegen. De veestapel – veel belangrijker op vlak van uitstoot - wordt ongemoeid gelaten.

Duurzaamheid, klimaat en veiligheid zullen niet meer van de agenda verdwijnen. Canadese, Australische en andere internationale, publieke en private klanten bekijken kritisch het CO²-beleid en het veiligheidsbeleid van ons bedrijf. Jan De Nul Group blijft niet bij de pakken zitten en integreert ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen in zijn investeringsprogramma: schepen worden voorzien van de nieuwste types motoren met uitlaatgasbehandelingssystemen, de energie-efficiëntie van onze infrastructuur wordt onder de loep genomen, de vloot van 600 bedrijfswagens wordt versneld geëlektrificeerd. Als het haalbaar is rijden er in 2030 enkel nog elektrische auto’s bij Jan De Nul Group. Als aannemingsbedrijf zijn wij afhankelijk van de mate waarin leveranciers zoals machineconstructeurs zelf duurzaam aan de slag gaan. Amerikaanse producenten van bouwmachines konden, door een laksere milieuwetgeving, op die manier langer doorgaan met het maken van traditionele, meer vervuilende kranen en bulldozers.
 

Gelieve op de werf te komen

Dirk De NulEr is veel werk in de bouw en er komt nog meer werk op ons af dan wij aankunnen. Dat is, vreemd genoeg, goed en slecht nieuws. Het grote knelpunt is bekend: mensen. Niet alleen voor traditionele knelpuntberoepen als ijzervlechters en bekisters maar zelfs voor metsers geldt de vaststelling: we vinden ze niet meer in België. Bovendien zijn werknemers veel minder honkvast dan vroeger, het probleem van talentschaarste is dus dubbel. Wij leveren steeds grotere inspanningen om arbeid te begeleiden of te herzien. In een verwoede poging om goede medewerkers aan ons te binden, doen wij creatieve en aantrekkelijke voorstellen, meer dan ooit tevoren. Dat zal in de toekomst nog meer inzet vergen.

Jobs in de bouw zijn door de jaren heen veranderd. Vroeger was het materieel groter, de lasten zwaarder. Ooit zag ik aan de Dender mannen schepen lossen door balen van honderd kilogram te tillen. Er was nauwelijks veiligheidskledij. Toch ligt de lat voor bouwvakkers vandaag hoger. Het bouwmetier werd veel technischer; zowel op als naast de werven zijn mensen nodig die technisch in staat zijn mee te denken. En, niet onbelangrijk: de klant werd steeds veeleisender en verwacht niets minder dan een perfecte afwerking bij de ingebruikname.

Aannemingsopdrachten worden alsmaar complexer en daardoor ook onze eigen organisatie. Vijftien ‘Scholen van morgen’, de autosnelweg A11, de Beatrixsluis in Nederland zijn projecten die wij hebben kunnen realiseren, telkens met de verplichting om gedurende 30 jaar in het onderhoud te voorzien. Om te kunnen voldoen aan de contractvoorwaarden, hebben wij nieuwe mobiele onderhoudsploegen opgezet, speciale software aangekocht en een aangepaste flexibele arbeidsplanning uitgewerkt. Voor een klein bouwbedrijf is een dergelijke administratieve en technische opvolging zeer moeilijk.
 

Terugkeer van gezond verstand

Ik ben ervan overtuigd dat de industrie de problemen zal helpen oplossen rond klimaat en milieu. De industrie zal evolueren, maar: zal de overheid mee evolueren? De besluitvorming in Europa gaat tergend traag. Dossiers in België maken geen voortgang omdat men wacht op een beslissing in Europa. Maar ook in België werkt het overheidsapparaat onvoldoende performant. Met als gevolg dat wij er niet in slagen om grote investeringen binnen de voorziene budgetten te realiseren, wat wel kan in Nederland en Duitsland. Door een slankere, efficiëntere overheid zouden wij niet alleen het financiële plaatje van ons land op orde krijgen. Misschien zetten juristen en economisten ook de stap van de administratie naar onze bedrijven? Ik pleit ook voor een terugkeer van het ‘gezond verstand’. Weg met overregulering en de stroom aan studies die doelloos eindigen in een lade. 

Dirk De Nul in 2040

In deze job zijn er maar twee opties: doorgaan of stoppen. Tussenin bestaat niet. In een bedrijf rondlopen als bezigheidstherapie interesseert me niet. De gezondheid zal ons wel dicteren wat kan en niet kan. Momenteel doe ik gewoon verder, met de goesting en de ogen van iemand die in het bedrijf is opgegroeid en die het reilen en zeilen door en door kent.

“Als het haalbaar is, rijden er in 2030 enkel nog elektrische auto’s bij Jan De Nul Group”

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat