Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • De 8 belangrijkste verkeerde lessen uit de coronacrisis
Bart Van Craeynest
  • 03/07/2020

De 8 belangrijkste verkeerde lessen uit de coronacrisis

Stilaan wordt meer en meer geëvalueerd hoe we tot nog toe door de coronacrisis geraakt zijn. Daarbij wordt nogal gefocust op wie de ‘schuldigen/verantwoordelijken’ zouden zijn, maar veel belangrijker zijn de lessen die we kunnen trekken om hier sterker uit te komen. Dat begint met te vermijden dat we ons vastrijden in verkeerde conclusies


 

Met de verdere versoepeling van de corona-maatregelen zijn de meeste activiteiten ondertussen terug mogelijk. De economische activiteit trok de voorbije weken dan ook stevig aan. Tegelijkertijd is het ondertussen duidelijk dat het niet snel terug business as usual wordt en dat er belangrijke economische schade blijft hangen.

Maar welke lessen kunnen we hier nu uit trekken? De voorbije weken en maanden werden op dat vlak nogal wat ballonnetjes opgelaten. 

Dit zijn voor mij de acht belangrijkste verkeerde lessen uit de coronacrisis tot nog toe (in willekeurige volgorde): 

1.    ‘Corona betekent het einde van het economische model gebaseerd op groei’

Zonder economische groei wordt onze hele samenleving een ‘zero-sum game’: individuen of bevolkingsgroepen kunnen er dan enkel op vooruit gaan ten koste van anderen. Bovendien is onze huidige welvaartsstaat niet bestand tegen de impact van de vergrijzing zonder economische groei.

De huidige crisis vergroot het belang van groei zelfs nog om de opgelopen schade weg te werken. Een ernstig debat over de verdeling van de vruchten van die groei is zeker aan de orde, maar daarvoor moet die groei wel eerst gerealiseerd worden. 

2.    ‘We moeten veel meer investeren in onze overheid/sociale zekerheid/gezondheidszorg’

België behoort al decennialang tot de landen waar het meeste geld vloeit naar de overheid/sociale zekerheid/gezondheidszorg. Onze totale overheidsuitgaven bedroegen in 2019 52,3% van het bbp. Die zouden dit jaar naar 62,6% springen en na de crisis bij ongewijzigd beleid stabiliseren rond 55% van het bbp.

Dat we met zo’n groot overheidsbeslag toch op tekorten aan essentieel beschermingsmateriaal botsen, is onaanvaardbaar. Het debat moet dan ook niet zozeer focussen op meer geld, maar wel op de vraag of de huidige middelen correct ingezet worden

3.    ‘We moeten de koopkracht van de mensen ondersteunen’

Het blijft politiek aanlokkelijk om uit te pakken met ideetjes om de koopkracht van de mensen te ondersteunen, maar dat komt grotendeels neer op verspilling. De gemiddelde koopkracht van de Belgen is in deze crisis redelijk intact gebleven. Een beperkt deel van de gezinnen, veelal de meest kwetsbaren, zijn wel hard geraakt. Dat impliceert dat gerichte koopkrachtmaatregelen naar die beperkte groep nodig en zinvol zijn, maar koopkrachtcadeautjes voor iedereen zijn dat niet

4.    ‘We moeten ons meer richten op onszelf, dingen terug zelf produceren, lokaal kopen’

Volgens het Planbureau is 30% van onze welvaart en onze jobs direct en indirect gelinkt aan de buitenlandse handel. In essentie is de Belgische markt gewoon te klein om ons huidige welvaartsniveau enkel lokaal te realiseren. Dat betekent niet dat we moeten gaan voor ongebreidelde/ongecontroleerde globalisering zonder aandacht voor de verliezers daarvan, maar internationale handel is een cruciale pijler van onze welvaart. Economisch terugplooien op onszelf zou gepaard gaan met een enorme stap terug in welvaart.

5.    ‘Onze economie/bedrijven moet kleinschaliger’

Bedrijven met minder dan 50 werknemers zijn in België vandaag al goed voor 55% van de totale werkgelegenheid, wat bij de hoogste van Europa hoort. In Spanje, Portugal, Italië en Griekenland ligt het aandeel van kleine ondernemingen nog hoger, maar dat zijn niet meteen voorbeeldlanden op economisch vlak. Bovendien zijn multinationals met voorsprong de meest productieve ondernemingen in onze economie, en in die zin een cruciale motor van welvaartscreatie. Alles nog kleinschaliger komt ook neer op een duidelijke verlaging van onze welvaart.

6.    ‘Laat ons de jobs herverdelen via arbeidsduurverkorting en/of brugpensioen’

De jongste weken werden al herstructureringen en ontslagen aangekondigd en de komende maanden zitten er nog heel wat meer aan te komen. Dat leidde al tot voorstellen van arbeidsduurverkorting en brugpensioen om het aantal ontslagen te beperken. Dat is evenwel een schijnoplossing.

Voor deze crisis was een belangrijke hindernis voor onze economische groei dat bedrijven onvoldoende werknemers vonden. De ontslagen doorkruisen dat nu, maar toch zal de structurele krapte op de arbeidsmarkt allicht vrij snel terug de bovenhand nemen.

De focus moet liggen op de mensen die de komende maanden hun job verliezen zo snel mogelijk terug naar een nieuwe job te begeleiden, o.a. via gepaste opleiding, niet op met z’n allen minder gaan werken. 

7.    ‘Onze overheid gaat failliet’

De huidige economische klap wordt vooral opgevangen door de overheid. Daardoor klimt het begrotingstekort dit jaar naar 11% van het bbp, of zo’n 50 miljard, en de overheidsschuld naar 120%. Dat leidde al tot allerlei doemverhalen over onze failliete overheden.

Maar dat risico blijft vooralsnog beperkt. Een indicatie daarvan is dat de schatkist vandaag kan lenen aan historisch lage rentevoeten. Onze overheden staan na deze crisis zeker voor langdurige saneringsinspanningen om hun rekeningen terug op orde te krijgen en tegelijkertijd de vergrijzing op te vangen, maar ze zijn nog lang niet failliet. 

8.    ‘Laat de rijken, de bedrijven, … de crisis betalen’

Hogere belastingen zijn in bepaalde hoeken het makkelijke antwoord op de vraag hoe we na de crisis de overheidsfinanciën terug op orde krijgen. Het Planbureau verwacht dat de overheidsontvangsten de komende jaren stabiliseren net boven 50% van het bbp, wat bij de hoogste ter wereld hoort. De overheidsuitgaven zouden stabiliseren rond 55%.

Om dat gat dicht te rijden met extra belastingen, moet de belastingdruk naar het (met voorsprong) hoogste niveau ter wereld. Dat zou onvermijdelijk negatieve gevolgen hebben voor onze economie. Er valt veel te zeggen voor stevige hervormingen om ons belastingstelsel te verbeteren, maar een forse verhoging van de belastingdruk is geen goed idee.   

De eerste fase van deze crisis was ongezien, maar de beslissingen rond lockdown en steunmaatregelen lagen nog redelijk voor de hand. De volgende fase, die vooral moet gericht zijn het duurzaam sterker maken van onze economie na deze crisis, is minder evident. Maar als we daarbij vertrekken van de verkeerde lessen uit de crisis wordt dat sowieso een hopeloze opgave. 

Dit artikel verscheen ook in 'De Standaard'.

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

VZW - Digitaal Dossier - EdTech
ING
SD  Worx