Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Controle en opvolging als hoeksteen van het activeringsbeleid
Sonja Teughels
  • 29/03/2017

Controle en opvolging als hoeksteen van het activeringsbeleid

Sinds de zesde staatshervorming is het hele activeringsbeleid, met de uitvoering van de controle en de opvolging van werklozen, toevertrouwd aan de gewesten. In Vlaanderen werd dat dus de verantwoordelijkheid van de VDAB. Maar, ontnuchtering: de RVA – de federale instelling die nog steeds de uitkeringen beheert, maar niet langer toeziet op de beschikbaarheid van de werklozen – maakte enkele weken geleden de cijfers over 2016 bekend. En wat bleek? Vlaanderen, dat in zijn activeringsbeleid steevast de beste van de klas was, leek plots achterop te hinken tegenover Wallonië. Onze zuiderburen waren blijkbaar veel strenger. Wat is er aan de hand?

Een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd maakt het ingewikkelde, omslachtige en kostelijke activerings- en controlebeleid in één klap overbodig. Dat is dus voor Voka de vanzelfsprekende beleidskeuze.

 

  • Sinds de zesde staatshervorming moet de VDAB erop toekijken dat de werkzoekende ook zelf afdoende actief zoekt naar werk.
  • In 2016 zijn in Vlaanderen slechts 679 sancties gegeven omdat de werkzoekende zelf te weinig actief naar werk zocht.
  • In Wallonië werden bijna 20.000 sancties opgelegd om diezelfde redenen.

 

We beginnen bij het begin. De Belgische werkloosheidsverzekering is in vergelijking met vele landen rondom ons atypisch. De uitkeringen zijn hier onbeperkt in de tijd en lopen dus niet automatisch af na 2, 3 of 4 jaar. Om die reden moet er worden ingezet op de controle en opvolging van de werklozen. De dag dat dit niet meer adequaat gebeurt, kunnen de uitkeringen best beperkt worden in de tijd zoals in de meeste andere landen. Dat zal mensen sneller aanzetten tot werken en het bespaart meteen uitgaven die vandaag gaan naar de uitvoering van de opvolging en controle.

 

Het Belgische systeem is al een paar keer aangepast. Zo werd enkele jaren geleden een zekere degressiviteit ingevoerd nadat tegelijk de uitkeringen werden herzien en lichtjes verhoogd. Het moest op die wijze intensifiërend en stimulerend worden om terug te gaan werken. Van een echte drastische ingreep die de uitkeringen zou beperken was geen sprake, want daar was geen draagvlak voor, noch politiek, noch onder sociale partners. Het historisch compromis was en blijft dan maar: inzetten op een adequate opvolging en controle.

Omwille van de vergrijzing, de prangende financieringsnood van onze sociale zekerheid alsook onze knelpunteconomie met vele openstaande vacatures, moeten de diverse regeringen dus inzetten op een activeringsbeleid. Iedereen moet zoveel als mogelijk aan het werk. Er wordt van de werkloze verwacht dat hij beschikbaar is: ingaan op een aanbod dat hem wordt gegeven door de bemiddelingsdiensten (passieve beschikbaarheid) én zelf zoeken naar werk (actieve beschikbaarheid). Die beschikbaarheid is geen theoretische plicht maar moet daadwerkelijk opgevolgd en gecontroleerd worden. De reden is eenvoudig: mensen aanzetten om terug te gaan werken, hen daarin helpen waar nodig en sociale fraude bestraffen.

Doen we dat in Vlaanderen beter of slechter dan in Wallonië?

Eerst het goede nieuws. Daar waar VDAB opvolgt en overgaat tot verhoor en eventueel een sanctie, verloopt het proces efficiënter dan vroeger: meer ontvankelijke dossiers, dalende doorlooptijd, herbevestiging in geval van beroep op niveau van de arbeidsrechtbank. Tweede goed nieuws: na jaren van daling in het aantal dossiers is er sinds het laatste kwartaal van 2016 opnieuw een toename, wat erop duidt dat er strikter wordt toegezien op rechten en plichten.

Vervolgens het minder goede nieuws. Het gros van de sancties vroeger en nu gaat over afwezigheid of gebrek aan reactie op het VDAB-aanbod. Vroeger was dit het dominante beeld en dat was logisch: de VDAB maakte pas een dossier over aan de RVA met het oog op controle/sanctie op het moment dat ze vaststelde dat de werkzoekende niet reageerde en afwezig bleef. De controle op de actieve beschikbaarheid bleef een bevoegdheid van de RVA die alle werklozen met vaste regelmaat uitnodigde om vast te stellen wat men al dan niet ondernam.

Sinds de zesde staatshervorming moet de VDAB er ook op toekijken dat men niet louter ingaat op het aanbod, maar zelf ook afdoende actief zoekt naar werk. In 2016 zijn in Vlaanderen slechts 679 sancties gegeven omdat de werkzoekende zelf te weinig actief naar werk zocht. Dit is zeer weinig en vooral opmerkelijk omdat in Wallonië bijna 20.000 sancties werden opgelegd om diezelfde redenen. Ook al is de Waalse aanpak niet vergelijkbaar met de Vlaamse, toch roept het grote verschil tussen de cijfers vragen op naar effectiviteit van de Vlaamse aanpak en het suggereert dat in Vlaanderen de controle op actieve beschikbaarheid in de feiten onbestaand is. We hadden verwacht dat naast afwezigheid, er meer variatie zou zijn in de reden van sanctie: gebrek aan flexibiliteit in het zoekgedrag, te weinig bereidheid om het jobdoelwit te verbreden, wel aanwezigheid maar te lage motivatie of bereidheid om aan het werk te gaan enz.

Als de opvolging niet adequaat gebeurt, dan is dit een uitholling van het beleidsevenwicht dat controle en opvolging plaatst tegenover uitkeringen die onbeperkt zijn in de tijd. Het reduceert de controle louter tot een check of de werkloze meewerkt in geval hem een aanbod (bv. opleiding, stage, …) wordt voorgelegd. De beleidsvraag is of er niet wat meer verwacht mag worden van de werkloze zelf. Wanneer uitkeringen wel worden beperkt in de tijd, vervalt uiteraard de hele discussie.

 

Voka vraagt alvast het volgende:

  • Meer inzage in het interne controleproces van VDAB. Wie kreeg wat aangeboden, hoe wordt opvolging actieve beschikbaarheid nagegaan, in welke mate worden werkgevers betrokken bij sollicitatiefeedback, aantal verwittigingen, …?
  • Een plan van aanpak op twee fronten:
    • Enerzijds moet gegarandeerd worden dat de interne bemiddelingscultuur wordt aangevuld met een adequaat toezicht, een strikte opvolging en zo nodig sanctionering in geval van gebrekkige beschikbaarheid. Sanctie is daarbij geen doel op zich maar wel een middel om te komen tot snelle activering naar werk.
    • Een plan van aanpak hoe naast de passieve, ook de actieve beschikbaarheid wordt gecontroleerd. Niet uitvoeren is geen optie.
  • Er is nood aan een methode die aantoont in welke mate het Vlaamse activeringsbeleid bijdraagt tot snellere uitstroom naar werk. De uitstroom wordt uiteraard beïnvloed door conjunctuur en de vraag is in hoeverre de VDAB-aanpak deze uitstroom versnelt. Dit was immers het opzet van de inkanteling van de controle: sneller, beter en effectiever. De vacatures pieken als nooit tevoren en vele vacatures blijven open staan. De indruk leeft bij vele werkgevers dat er een tand kan worden bijgestoken in de activering en opvolging van werklozen.
  • Een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd maakt het ingewikkelde, omslachtige en kostelijke activerings- en controlebeleid in één klap overbodig. Dat is dus voor Voka de vanzelfsprekende beleidskeuze.

 

Sonja Teughels - senior adviseur arbeidsmarkt - sonja.teughels@voka.be

 

Contactpersoon

Sonja Teughels

Senior Adviseur Arbeidsmarkt

ING
SD Worx