Skip to main content
  • Nieuws
  • Concurrentieprobleem voor onze bedrijven blijft zeer reëel

Concurrentieprobleem voor onze bedrijven blijft zeer reëel

  • 12/10/2022

De Belgische bedrijven worden geconfronteerd met een ongeziene loonkostenstijging, wat voor veel van hen een probleem wordt. De tijdelijke korting van één miljard op de werkgeversbijdragen blijft heel beperkt in vergelijking met de recurrente extra loonfactuur van 32 miljard. Het concurrentieprobleem voor onze bedrijven blijft zeer reëel.

Volgens de recentste vooruitzichten stijgen de gemiddelde bruto-uurlonen in België in 2022-2024 met 21%. Voor alle Belgische bedrijven samen komt dat neer op een extra jaarlijkse loonfactuur van zo’n 32 miljard euro. Dat wordt voor veel bedrijven een probleem.

Volgens een recente enquête van de Nationale Bank bij 4.500 bedrijven kunnen die gemiddeld ongeveer de helft van de stijgende kosten doorrekenen in hun verkoopprijzen. De rest van de kostenstijging moeten ze dus opvangen in hun marges.

De nieuwste vooruitzichten van het Planbureau geven dan ook aan dat de gemiddelde winstmarge in 2023 terugvalt naar het gemiddelde van de voorbije 25 jaar. In 2024 zakt die allicht duidelijk onder dat gemiddelde. 

Zeer moeilijke winter voor bedrijven

De bedrijven kijken aan tegen een explosie van kosten, van grondstoffen over energie tot lonen. Tot voor kort leek de inschatting bij de beleidsmakers te zijn dat de bedrijven dat makkelijk aankonden. De jongste weken groeit stilaan het besef dat bedrijven voor een erg moeilijke periode staan. Een groot deel van de vaste energiecontracten loopt deze winter af en begin volgend jaar komt voor veel bedrijven het grootste deel van de loonindexering door. En dat op het moment dat grote delen van de wereldeconomie, inclusief België, in recessie zullen zitten.

Ook de gouverneur van de Nationale Bank stelde zijn analyse bij en wees de voorbije weken op de dramatische vooruitzichten voor onze concurrentiepositie. De impact op de bedrijven, en dus op onze economie, dreigt aanzienlijk te worden. Opnieuw volgens de enquête denkt één op acht van de middelgrote tot grote ondernemingen eraan om activiteiten weg te halen uit België. Één op vijf van hen overweegt minder te investeren in België. Op die manier dreigt deze crisis onze economie met belangrijke structurele schade op te zadelen.

Heel beperkte steun

Nadat de Vlaamse regering al steun aankondigde voor bedrijven die sterk geraakt zijn door de energiecrisis, werkte de federale regering de voorbije dagen aan maatregelen om de loonkostenschok te verzachten. Daarbij botste de regering meteen op haar budgettaire limieten. Het te grote begrotingstekort laat geen ruimte voor ernstige maatregelen.

De regering kondigde een éénmalige vrijstelling van de werkgeversbijdragen voor 1 miljard aan. Op een recurrente extra loonfactuur van 32 miljard blijft dat uiteraard heel beperkt. Deze maatregel is beter dan niets, maar dit zal het probleem van onze afbrokkelende loonhandicap niet oplossen. Daarvoor heeft de regering trouwens ook de middelen niet. 

Uiteindelijk toch indexsprong 

De Belgische economie heeft dit patroon al meermaals doorlopen in het verleden: door een externe inflatoire schok bouwen we via de automatische loonindexering een loonhandicap op die vervolgens geleidelijk voor oplopende economische schade zorgt. Wanneer die schade te hoog oploopt, en vooral wanneer een aantal grote bedrijven vertrekt, grijpen de beleidsmakers uiteindelijk toch in met een indexsprong en/of doorgedreven loonmatiging om de loonhandicap terug onder controle te krijgen.

Ook deze keer is de kans zeer reëel dat de beleidsmakers eerst zullen wachten tot de economische schade oploopt, wat trouwens ook koopkrachtverlies op langere termijn impliceert, voor ze echt zullen ingrijpen. 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

IMU - vzw - Bank van Breda
IMU - vzw - Mediafin TTL