Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Wat het economische beleid kan doen tegen corona
  • 06/03/2020

COLUMN - Wat het economische beleid kan doen tegen corona

De voorbije dagen werden er allerlei ideeën gelanceerd over de mogelijke economische impact van het coronavirus. De OESO gaat voorlopig uit van een basisscenario waarbij de groei van de wereldeconomie met 0,5% afneemt. Bij een bredere verspreiding van het virus ziet de OESO dat oplopen tot 1,5%. Hoewel dat soort cijfers voor sommigen misschien nog lijkt mee te vallen, zijn dat zware klappen voor de wereldeconomie. Anderen mikken evenwel op nog verontrustendere scenario’s. Sommigen probeerden zelfs al opmerkelijke parallellen aan te tonen met de subprimecrisis van 2008 of met de olieschokken van de jaren 70. Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka, reageert op deze scenario’s.

Om heel eerlijk te zijn: economen hebben geen goeie modellen om het verdere verloop van dit soort situaties te voorspellen en er zijn ook geen echt duidelijke precedenten waarop ze kunnen terugvallen. Bovendien impliceert de grote onzekerheid over hoe het virus zich verder zal ontwikkelen en/of verspreiden dat heel wat scenario’s mogelijk blijven, zelfs de meest extreme. Zowel doen alsof er niets aan de hand is als meteen uitgaan van de doemscenario’s is geen zinvolle strategie. Beide gaan immers gepaard met belangrijke risico’s en kosten. 

Economen kunnen de economische impact van het virus allicht niet goed voorspellen, maar ze kunnen wel de beleidsrecepten aanreiken om om te gaan met deze situatie. Op z’n minst op dat vlak valt er wel een parallel te trekken met de crisis van 2008: weinig economen hadden die zien aankomen, maar velen kwamen wel met bruikbaar beleidsadvies om de crisis aan te pakken, met name de nood aan verregaande budgettaire en monetaire stimuli om een totale economische catastrofe te vermijden. Helaas waren er ook toen heel wat doemprofeten die elk ingrijpen nutteloos of zelfs gevaarlijk (hyperinflatie iemand?) vonden, wat de uiteindelijke beleidsreactie ondermijnde. Ook nu gingen al snel stemmen op dat overheden zich moeten concentreren op de gezondheidszorg, maar dat ze economisch weinig kunnen doen om de impact van het virus te beperken. Meer nog, volgens sommigen riskeren we zelfs een terugkeer van stagflatie, de combinatie van zwakke economische groei en oplopende inflatie, als overheden dat zouden proberen. Die conclusie steunt evenwel op een onvolledige analyse van de situatie. Overheden kunnen en moeten ingrijpen om ook de economische schade tegen te gaan.

Aanbod- en vraagschok        

Het stilleggen van een belangrijk deel van de Chinese industrie uit quarantaine-overwegingen creëert een aanbodschok voor de industrie op wereldniveau doordat globale productieketens die vaak starten vanuit China verstoord raken. Beleidsmakers kunnen inderdaad weinig doen om de productie die daardoor geraakt wordt aan te zwengelen. Daarvoor is het sowieso wachten tot de betrokken fabrieken terug opgestart worden. Zulke tijdelijke productieverstoringen leiden doorgaans tot een soort V-patroon in de economische activiteit: bij het stilleggen van de productie valt die activiteit uiteraard fors terug, maar die veert ook vrij snel terug op eens de fabrieken terug opstarten. Dat betekent evenwel niet dat overheden niets moeten doen en gewoon kunnen afwachten. Overheden moeten niet kost wat kost proberen bedrijven overeind te houden. Bedrijven die geen economisch zinvolle activiteit uitoefen of zich niet kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden moeten niet kunstmatig in leven gehouden worden. Anderzijds moet wel vermeden worden dat gezonde bedrijven in problemen raken door de tijdelijke corona-schok. Dat impliceert dat maatregelen rond technische werkloosheid, uitstel van betaling van BTW en bedrijfsvoorheffing, speciale waarborgregelingen en overbruggingskredieten om tijdelijke financieringsproblemen op te vangen op hun plaats zijn. 

Uit China komen ondertussen signalen dat fabrieken terug opgestart worden. Dat verloopt moeizaam en het duurt hoe dan ook nog enige tijd voor de schok doorheen de globale productieketen verwerkt is. Niettemin is de aanbodschok vooral een tijdelijk fenomeen. Het belangrijkste risico op iets langere termijn is dat de onzekerheid rond de uitbraak een veel grotere vraagschok creëert. Vandaag staat de luchtvaartsector al onder druk omdat mensen hun reisplannen uitstellen of schrappen. Erger wordt het als straks gezinnen en ondernemingen door de aanslepende onzekerheid hun bestedingen of investeringen gaan uitstellen. Op die manier zou een tijdelijke schok kunnen uitgroeien tot een veel diepere crisis die langer aansleept. De beleidsrecepten om zo’n vraagschok tegen te gaan zijn evenwel al gekend en met succes uitgetest: monetaire en budgettaire stimuli om de weggevallen vraag te compenseren. En er is ruimte om dat te doen. Tegen die achtergrond greep de Amerikaanse centrale bank al in met een verrassende renteverlaging. Die zal niets uithalen om de aanbodschok te temperen, maar moet wel helpen de vraagschok te counteren. Andere centrale banken zullen allicht volgen. In Europa heeft de ECB maar (beperkte) ruimte, maar zijn er budgettair iets meer mogelijkheden. Gemiddeld ligt het begrotingstekort in Europa vandaag rond 1% van het BBP, wat nog ruimte laat voor tijdelijke stimulusmaatregelen mochten die nodig blijken. Landen als Duitsland en Nederland zouden daarbij het voortouw moeten nemen. In België, Italië en Frankrijk is daarvoor minder marge, gezien die landen allicht dit jaar al zullen flirten met tekorten van 3% van het BBP.   

Economisch beleid

Voor de wereldeconomie vormt de corona-uitbraak een combinatie van een aanbod- en een vraagschok. Het economische beleid moet vooral focussen op het vermijden dat een tijdelijke aanbodschok uitgroeit tot een bredere crisis. Tijdelijke steunmaatregelen specifiek gericht op de bedrijven die direct getroffen zijn, vormen daarbij een eerste stap. Daarnaast valt er ook heel wat te zeggen voor bredere stimulusmaatregelen om de impact van de toegenomen onzekerheid op de vraag te counteren. Vandaag is al duidelijk dat de uitbraak voor belangrijke economische schade zal zorgen. Maar met gepast beleidsingrijpen kan nog altijd vermeden worden dat die tijdelijke schok een aanslepende economische crisis wordt.  

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

VZW - De Tijd - Herstart
VZW - BOL.COM
ING
SD  Worx