Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Over winst, jobs en investeringen
  • 17/01/2020

COLUMN - Over winst, jobs en investeringen

In de kerstvakantie pakte de krant De Tijd uit met de opvallende kop ‘Bedrijven gebruiken indexsprong en taxshift om winst op te krikken’. De krant baseerde zich daarvoor op een studie van de Nationale Bank. Dat artikel werd vervolgens in bepaalde kringen vlot aangegrepen om de lastenverlagingen van de regering Michel in vraag te stellen. Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka, reageert in zijn wekelijkse column. 

Voor de duidelijkheid, de kop uit De Tijd was niet echt de conclusie van de analyse van de NBB. De studie ging over de Belgische exportprestaties, waarbij een van de vaststellingen was dat de Belgische exportbedrijven aan marktaandeel blijven verliezen. Als mogelijke verklaring verwijst de NBB naar een boek uit 2016 waarin aangegeven wordt dat bedrijven lastenverlagingen niet altijd volledig doorrekenen in hun exportprijzen, maar gedeeltelijk gebruiken om winstmarges op te krikken. Daarbij valt op dat de indexsprong in 2015 gebeurde en dat van de taxshift pas in 2016 de eerste fase doorgevoerd werd. Van een echte analyse van de impact van die maatregelen kan in een boek van 2016 dan ook nog geen sprake zijn.

Belgische bedrijven slaagden er de voorbije jaren inderdaad in om de winstmarge terug op te krikken. Maar dat was toch vooral een herstelbeweging na de terugval in 2008-2009. Vandaag ligt de gemiddelde winstmarge terug op het niveau van 2007. Bovendien ging dat winstherstel gepaard met een forse verhoging van de investeringsgraad. De hogere winstmarge leidde tot meer investeringen. De suggestie dat bedrijven de lastenverlagingen gewoon op zak staken zonder positieve impact op de economie, is dan ook wel heel kort door de bocht.

Dat wordt nog duidelijker geïllustreerd door de jobcreatie in de voorbije jaren. Sinds de start van de regering Michel kwamen er meer dan 300.000 jobs bij, hoofdzakelijk in de private sector en hoofdzakelijk voltijdse jobs. Die jobcreatie was bovendien duidelijk sterker in België (+6,7%) dan gemiddeld in Europa (+5,7%) en in de buurlanden (+4,3%). De vraag hoeveel van die jobs exact te danken zijn aan de lastenverlagingen is moeilijk te bepalen. Maar of die jobcreatie even krachtig zou zijn geweest zonder die maatregelen is hoogst twijfelachtig. De meeste analyses geven aan dat de maatregelen vooral belangrijk waren voor de exportbedrijven. Die gebruikten de lastenverlagingen wel degelijk om hun concurrentiepositie te versterken. Dat ze niettemin toch nog aan marktaandeel verloren, heeft allicht veel meer te maken met de samenstelling van onze export. Die is nog veel te weinig gericht op groeimarkten, zowel qua type producten als qua bestemmingen. Daarnaast is het moeilijk vast te stellen in welke mate de lastenverlagingen een rol speelden in de vestigingsbeslissingen van bedrijven. De beslissing van een bedrijf om al dan niet te vertrekken, hangt af van een hele reeks factoren, waarbij de lasten op arbeid zeker ook een rol spelen. Voor de werkgelegenheid hebben dat soort beslissingen uiteraard grote gevolgen (die trouwens enkel opvallen bij de aankondiging van een vertrek). 

Ook na de inspanningen van de regering Michel blijft België één van de ‘toplanden’ in Europa qua belastingdruk op arbeid en loonkost per uur. Naast andere factoren zoals de krapte, te strakke regulering en een weinig activerend uitkeringsbeleid verstoort dat de werking van onze arbeidsmarkt. Verdere ingrepen om tot een beter werkende arbeidsmarkt te komen, blijven dan ook meer dan nodig. Het terugdraaien van de competitiviteitsmaatregelen van de regering Michel zou net het tegenovergestelde bereiken. 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

ING
SD  Worx