Skip to main content
Bart Van Craeynest
  • 12/12/2019

COLUMN - Jobs, jobs, jobs

Vanuit verschillende hoeken is al geruime tijd heel wat kritiek te horen op het beleid van de vorige federale regering. Die kritiek is in bepaalde gevallen terecht. Zo liet de regering Michel op het vlak van de overheidsfinanciën heel wat kansen liggen, zeker gezien de relatief gunstige economische en politieke omstandigheden. Op andere vlakken is de kritiek veel minder terecht. Dat geldt zeker voor de resultaten op het vlak van de arbeidsmarkt. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Volgens de recentste cijfers van de Nationale Bank kwamen er sinds midden 2014 netto 317.000 jobs bij, waarvan 70% in de privésector. Dat komt overeen met een stijging met 6,5%, duidelijk sterker dan gemiddeld in de EU (5,6%) en de buurlanden (4,4%). Cijfers van de RSZ geven aan dat het voor 55% van die extra jobs ging om voltijdse jobs, met nog eens 33% deeltijdse jobs met een arbeidsduur van minstens 66%. Sinds eind 2017 klom het aandeel van voltijdse jobs in de totale jobcreatie zelfs naar meer dan 80%. Het aandeel van de seizoens- en interimarbeid nam ondertussen fors af. 

Recepten voor meer jobs

Er is zeker discussie mogelijk over hoeveel van die nieuwe jobs een rechtstreeks gevolg zijn van het beleid van de regering Michel, maar het beeld dat sommigen ophangen van een arbeidsmarkt die relatief weinig jobs creëert en dan nog vooral precaire en tijdelijke jobs, klopt alvast niet. Dat soort onterechte kritiek wordt vooral problematisch bij het gebruik als argument voor de volgende regering om het over een andere boeg te gooien. Er is niet één mirakelmiddel om structureel meer jobs te creëren, maar de recepten zijn wel gekend:

  • werken financieel interessanter maken dan niet werken
  • meer investeren in opleiding
  • meer en vooral snellere begeleiding van niet-actieven
  • meer flexibiliteit onder meer qua arbeidsduur
  • meer mogelijkheden om uitkering en loon te combineren
  • uitkeringen beter richten op activering
  • minder vervroegde uittredingsmogelijkheden
  • minder regulering bij aanwerving en ontslag
  • meer kinderopvang
  • … 

Daarbij moeten de verschillende beleidsniveaus elkaar versterken, niet tegenwerken. Om de werking van onze arbeidsmarkt te verbeteren moet de volgende federale regering eigenlijk net verder gaan op de weg van de vorige. Dat lag totnogtoe niet op de federale onderhandelingstafel. Integendeel, striktere regulering voor atypische arbeidsvormen, hogere minimumlonen en vroeger pensioen kwamen al op tafel, maar zullen zeker niet helpen om meer jobs te creëren. 
 

ING
SD  Worx