Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Hoger minimumloon verergert armoedeprobleem
Bart Van Craeynest
  • 22/02/2019

COLUMN - Hoger minimumloon verergert armoedeprobleem

In verschillende verkiezingsprogramma’s duikt de eis voor een minimumloon van 2.300 euro per maand op. Zo’n hoger minimumloon dreigt meer zwakke groepen de toegang tot de arbeidsmarkt te versperren, wat het armoedeprobleem verergert. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka. 

Bart Van Craeynest Hoofdeconoom VokaNadat het ABVV het voorstel eerder al lanceerde, hebben ondertussen de PS, de sp.a en de PVDA de eis voor een hoger minimumloon opgenomen in hun verkiezingsprogramma’s. Concreet vragen ze een minimumloon van 2.300 euro per maand, bijna de helft hoger dan het huidige niveau van 1.594 euro. Dit past in de campagne ‘Fight for 14’ (euro per uur, of 2.300 euro per maand), waarvoor de inspiratie gevonden werd bij de Amerikaanse campagne ‘Fight for 15’ (dollar per uur). 

De link met het Amerikaanse voorbeeld is ronduit bizar. De situaties op de Belgische en de Amerikaanse arbeidsmarkt zijn immers totaal niet vergelijkbaar. Volgens de OESO verdient amper 4% van de Belgische werknemers een ‘laag loon’, concreet minder dan 2/3e van het mediaanloon. Dat is het laagste percentage onder de industrielanden. In de VS is dat bijna 25%, het hoogste percentage onder de industrielanden. 

Daarnaast is het voorstel allicht ook geïnspireerd door de gele hesjes en het idee dat almaar meer werkenden het moeilijk hebben om rond te komen. Maar ook die ‘analyse’ is vrij wankel. Het Belgische minimumloon hoort vandaag al bij de hoogste van Europa. Enkel in Nederland (1.616), Ierland (1.656) en Luxemburg (2.071) ligt het minimumloon nog hoger. Een verhoging naar 2.300 zou België los op kop plaatsen in Europa. 

Belangrijker is evenwel dat België het eigenlijk relatief goed doet op het vlak van werkende armen. Eurostatcijfers tonen aan dat in België 3,8% van de werknemers onder de armoedegrens (60% van het mediaan inkomen) valt. Dat is bij de laagste van Europa. Enkel in Finland en Tsjechië ligt dat percentage nog lager. 

België heeft wel degelijk een armoedeprobleem. Een onaanvaardbaar hoge 20% van de Belgen loopt het risico op armoede of sociale uitsluiting. Maar het echte risico ligt niet bij de werkenden. Bij de niet-werkenden loopt het armoederisico op tot 33%. Een hoger minimumloon is op dat vlak geen oplossing. Integendeel, hogere minimumlonen vormen een drempel voor toetreding tot de arbeidsmarkt, vooral voor zwakkere groepen. Een potentiële werknemer moet immers op z’n minst de loonkost verbonden aan het minimumloon kunnen compenseren, anders wordt de betrokken positie niet gecreëerd. De voorstellen voor een fors hoger minimumloon dreigen vooral meer zwakke groepen de toegang tot de arbeidsmarkt te versperren, wat het armoedeprobleem nog verergert. 

Om de koopkracht van de laagste lonen op te krikken zonder de tewerkstellingskansen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te hypothekeren, moet eerder gekeken worden naar maatregelen die het nettoloon verhogen zonder het brutoloon op te drijven (zoals de door Voka voorgestelde Vlaamse jobstimulans).  

ING
SD Worx