Skip to main content
  • Nieuws
  • COLUMN - Frankrijk is niet het voorbeeld

COLUMN - Frankrijk is niet het voorbeeld

  • 23/11/2018

Begin deze week kwam de Franse president Emmanuel Macron op staatsbezoek naar ons land. Het vorige officiële staatsbezoek van een Franse president was geleden van 1971. Goede relaties met Frankrijk zijn uiteraard essentieel. Met 14,9% van de Belgische uitvoer blijft Frankrijk één van onze belangrijkste afzetmarkten, naast Duitsland waar 16,7% van onze uitvoer naartoe gaat. En met het aangekondigde vertrek van Merkel zal Macron allicht de komende jaren een nog prominentere rol gaan spelen in Europa. De banden aanhalen met onze zuiderburen kan dan ook zeker geen kwaad. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Bart Van Craeynest
Bart Van Craeynest ©Dann

Toch is het belangrijk om bij dat bezoek niet uit het oog te verliezen dat het Franse economische model niet echt een voorbeeld is van hoe het moet. Uit een vergelijking van de economische prestaties in onze buurlanden, komt het Franse model als minst performante naar voor. Sinds in Duitsland in 2004 de bekende Hartz-hervormingen beslist werden, groeide de economische activiteit per inwoner er gemiddeld met 1,4% per jaar. Dat is meer dan het dubbele groeitempo van de Franse economie (0,6%), wat resulteert in een gecumuleerd groeiverschil van 12% over de hele periode. Nederland (1,1%) en België (0,8%) hangen tussen beide in, waarbij Nederland eerder aanleunt bij Duitsland en België bij Frankrijk.

Dezelfde tendens komt ook terug in andere indicatoren zoals werkloosheid, overheidsschuld en de prestaties op internationale markten. Zo lag midden 2008 de werkloosheidsgraad zowel in Duitsland als in Frankrijk op 7,5%. Tien jaar later is de Duitse werkloosheidsgraad teruggevallen tot 3,4%, terwijl Frankrijk blijft kampen met een structureel hoge werkloosheidsgraad(9,3%). Hetzelfde beeld blijkt uit de ontwikkeling van de overheidsschuld. Die bedroeg in 2007 in beide landen 65% van het bbp. Vandaag is dat in Duitsland 60%, terwijl de Franse overheid flirt met 100%. En het meest opvallend zijn misschien wel nog de uiteenlopende prestaties op de internationale markten. Sinds de invoering van de euro verloor Frankrijk de voeling met de wereldmarkt, terwijl Duitsland uitgroeide tot exportkampioen.

Die opmerkelijk grote verschillen in economische prestaties hebben op z’n minst gedeeltelijk te maken met beleidskeuzes. Het Franse model blijft er één van een uitgebreid sociaal vangnet gekoppeld aan hoge bescherming tegen ontslag en een relatief beperkt aantal bijdragenden. Amper 27% van de hele Franse bevolking werkt in de private sector. België scoort nog slechter. In Duitsland is dat 36%. Dat weerspiegelt zich ook in de totale belastingdruk. Frankrijk is op dat vlak Europees kampioen met 46% van het bbp, op de voet gevolgd door België met 44%. Met 39% ligt de Duitse belastingdruk gevoelig lager.

Goede relaties met Frankrijk zijn belangrijk, maar qua economisch model scoren het Nederlandse en het Duitse duidelijk beter. En vooralsnog ziet het er naar uit dat dat ook met de ingrepen van president Macron zo zal blijven. Het Belgische beleid lijkt voorlopig evenwel dichter aan te leunen bij het Franse dan bij het Nederlandse of Duitse. 

Bart Van Craeynest - hoofdeconoom Voka - bart.van.craeynest@voka.be
VZW_IMU_GROUPS
IMU - Altez 0110
IMU - Sport Vlaanderen
ING
SD  Worx