COLUMN - Een zwaar beroep voor iedereen?

09/11/2018 , Bart Van Craeynest - hoofdeconoom Voka

Na drie jaar overleg tussen de sociale partners zijn de gesprekken over de zware beroepen deze week definitief afgesprongen. Nu is het aan de regering om knopen door te hakken. Minister van Pensioenen Bacquelaine wil dat nog altijd in deze legislatuur doen, maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat dat in de aanloop naar de verkiezingen nog zal lukken. De kans is groter dat dit dossier doorgeschoven wordt naar de volgende regering. De aanslepende discussies rond de zware beroepen illustreren nog maar eens hoe de focus op de pensioenuitdaging en de eindeloopbaanproblematiek in ons land hopeloos scheef zit. Dat schrijf Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Bart Van Craeynest
Bart Van Craeynest ©Dann

Een van de kernproblemen van onze welvaartsstaat is dat er gewoon te weinig mensen aan het werk zijn. Dat zet de financiering van het hele systeem onder druk, en die druk zal de komende jaren alleen maar toenemen. Een deel van de oplossing is om meer mensen langer aan het werk te houden. In andere landen wordt overduidelijk bewezen dat dat mogelijk is. In België stoppen we vandaag nog altijd gemiddeld op 60,9 jaar met werken. In Nederland is dat 63,3 jaar, in Zwitserland is dat 65 jaar, in Zweden 65,6 jaar en in Japan zelfs 70 jaar. Voor alle duidelijkheid, Japan is niet het voorbeeld dat we moeten nastreven, maar het Zweedse voorbeeld zou wel moeten kunnen. Meer mensen aan het werk is met ruime voorsprong de beste manier om de financiering van onze welvaartsstaat op langere termijn te vrijwaren. 

De regering gaf aan het begin van de legislatuur een krachtig signaal met de verhoging van de officiële pensioenleeftijd naar 67 jaar (weliswaar pas tegen 2030). Sindsdien lag de focus evenwel op het debat rond de zware beroepen, die uitzonderingen zouden vormen en waarbij men dus vroeger op pensioen zou kunnen blijven gaan. In andere Europese landen die een regeling voor zware beroepen hanteren, varieert het aantal werkenden in zo’n zwaar beroep van 0,5% tot 4%. In het Belgische debat lijkt voor sommigen de doelstelling te zijn om zoveel mogelijk beroepen als zwaar te laten erkennen. Met de criteria die afgesproken zijn voor de publieke sector zou zowat de helft van de ambtenaren een zwaar beroep uitoefenen. Op die manier zou de verhoging van de pensioenleeftijd grotendeels teruggedraaid worden, en komt er van dat langer werken weinig in huis. 

In het pensioendebat zou meer tijd en energie gestopt moeten worden in hoe we effectief meer mensen langer aan het werk kunnen houden, en niet in hoe we zoveel mogelijk uitzonderingen kunnen bedenken om mensen toch nog vroeger op pensioen te sturen. Dat laatste brengt ons geen stap dichter bij een efficiëntere en duurzamere welvaartsstaat.  

Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka - bart.van.craeynest@voka.be