Skip to main content
Bart Van Craeynest
  • 14/12/2018

COLUMN - Aanhoudende middelmaat

We zijn deze week vertrokken met een ‘nieuwe’ regering, maar niemand weet voorlopig echt goed hoe dat zal lopen. En straks zijn er verkiezingen en dus opnieuw een nieuwe regering, en ook dan weet niemand wat dat zal geven. De economisch-financiële uitdagingen voor ons land blijven ondertussen ongewijzigd, ongeacht welke regering ermee geconfronteerd wordt. Hoe een land of economie ervoor staat, wordt het best weergegeven via brede competitiviteitsindices die rekening houden met een lange lijst aan indicatoren.

Bart Van Craeynest
Bart Van Craeynest, Hoofdeconoom Voka ©Dann

De twee bekendste zijn de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum (WEF) en de World Competitiveness Ranking van de Zwitserse business school IMD. Beide geven een inschatting van de algemene toestand van een land met aandacht voor economische situatie, arbeidsmarkt, onderwijs, regelgeving, capaciteit tot innoveren, ... Het WEF evalueert landen op basis van 98 indicatoren, het IMD hanteert 258 indicatoren.

In 2018 haalde België in beide rangschikkingen respectievelijk een 21e en een 26e plaats. Dat is de middelmaat onder de rijke landen, en staat onder meer in schril contrast met onze toppositie in internationale rangschikkingen volgens belastingdruk. De Belgische belastingbetaler betaalt topprijzen, maar krijgt er over het algemeen middelmatige kwaliteit voor terug. Bovendien blijven we al jarenlang hangen in die middelmaat. Zo haalden we in 2006 op beide ranglijsten al een 20e en een 26e plaats. Een korte bloemlezing uit het WEF-rapport van 2018 zet een reeks Belgische pijnpunten in de verf. Op 140 landen haalt België voor de kwaliteit van het wegennet een 52e, voor attitudes rond ondernemerschap een 85e, voor langetermijnvisie van de overheid een 89e, voor de last van regulering een 92e, voor de procedures voor aanwerving en ontslag een 115e en voor de belasting op arbeid, de klassieker, een 138e plaats.

Met de gekende uitdagingen, zoals de veroudering van de bevolking, de technologische revolutie en de klimaatverandering, die onze welvaartsstaat en economie meer en meer onder druk zetten, is die middelmaat een ‘luxe’ die we ons niet langer kunnen veroorloven. Het Belgische beleid moet er op gericht zijn om aansluiting te vinden met de toplanden. Dat zal diepgaande hervormingen vereisen. De inspanningen van Michel I waren op dat vlak niet meer dan een begin. Het echte werk moet nog komen, en dat is ongeacht welke partijen vandaag en straks in de regering zitten.

Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka - bart.van.craeynest@voka.be

ING
SD Worx