COLUMN - 30-urenweek met loonbehoud is vandaag economische onzin

30/11/2018 , Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka

De vrouwenorganisatie Femma stapt in 2019 over op een 30-urige werkweek met loonbehoud. Dat vormde deze week voor de denktank Minerva de aanzet om te pleiten voor een bredere navolging van dit voorbeeld. Meer nog, Minerva pleit er voor om dit door de overheid te laten subsidiëren. En dat terwijl het voorstel van een kortere werkweek met loonbehoud in de huidige context economische onzin is. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Bart Van Craeynest
Bart Van Craeyest ©Dann

Voorstellen om de arbeidsduur collectief te verminderen, steken de jongste jaren meer en meer de kop op. De kern van dit soort voorstellen ligt telkens in het waanidee dat er op de arbeidsmarkt een vaste hoeveelheid werk is die verdeeld kan worden over iedereen die wil werken. Dat valse idee werd trouwens in een ver verleden al gebruikt om te pleiten tegen de toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt: die zouden immers gewoon de jobs van mannen innemen. 

Het idee van een vaste hoeveelheid werk is ondertussen al lang weerlegd. Toch beweren voorstanders van de 30-urenweek nog altijd dat op die manier meer mensen aan het werk gezet kunnen worden. Via de collectieve arbeidsduurvermindering zou de vaste hoeveelheid werk immers verdeeld worden over meer mensen. Dat zou in de praktijk nogal kunnen tegenvallen. 

27% opslag voor iedereen

De meeste voorstellen voor arbeidsduurvermindering worden gecombineerd met de voorwaarde van loonbehoud: de bedoeling is dat werknemers een dag per week minder moeten werken, maar wel hetzelfde loon krijgen. Concreet komt de overstap van een 38-urenweek naar een 30-urenweek met loonbehoud overeen met een collectieve loonsverhoging van 27%. 

Het is geen toeval dat weinig mensen daarvoor pleiten. Zo’n loonsverhoging zou een duidelijk negatieve impact hebben op de vraag naar arbeid bij de werkgevers. Heel wat jobs zouden immers te duur worden om nog te organiseren. De kortere werkweek zou uiteindelijk resulteren in een daling van de totale tewerkstelling, met de bijhorende belangrijke schade voor onze economie en welvaart.

Fouten uit het verleden

Ook het voorstel om die stap naar de 30-urenweek te vergemakkelijken door die vanuit de overheid te subsidiëren, gaat voorbij aan de economische realiteit en grijpt terug naar mislukte recepten uit het verleden. Vandaag worden inderdaad heel wat overheidsmiddelen gespendeerd aan lastenverlaging op arbeid. Die maatregelen vertrekken van de vaststelling dat er in België opmerkelijk weinig mensen werken, en dat de zware belastingdruk op arbeid daar een belangrijke oorzaak van is. De huidige lastenverlagingen zijn bedoeld om meer mensen aan het werk te krijgen, niet om mensen minder lang te laten

werken. Dat laatste hebben we ooit geprobeerd met de invoering van het brugpensioen in de jaren 70. In dat systeem werden ouderen betaald om vroeger te stoppen met werken zodat er meer jobs vrijkwamen voor jongeren. Ondertussen weten we al geruime tijd dat dat niet werkt, en proberen we vandaag nog altijd om dat systeem af te schaffen.  

Financiering via productiviteit

Voorstanders argumenteren dat zo’n collectieve arbeidsduurvermindering past in de historische trend naar minder werken, en dat de meerkost gecompenseerd zal worden door een toenemende productiviteit. 

Het klopt inderdaad dat er in alle industrielanden een historische trend is naar minder werken. In België werd begin jaren 70 nog gemiddeld 1.883 uur gewerkt per jaar. Dat is ondertussen teruggezakt tot 1.546 uur. Historisch werd de toenemende productiviteit gebruikt om hogere inkomens te financieren en om meer vrije tijd op te nemen. In landen als België, Nederland en de Scandinavische landen is het aantal gewerkte uren de jongste twintig jaar wel aan het stabiliseren. 

Het is heel goed mogelijk dat we op langere termijn op weg zijn naar een kortere werkweek, maar dat zal toch vooral afhangen van de verdere productiviteitsontwikkeling. De jongste jaren valt die vrij mager uit. Mogelijk brengt de technologische revolutie daar de komende decennia verandering in, maar dat blijft voorlopig afwachten. 

De kortere werkweek met loonbehoud doorduwen voor de vereiste productiviteitstoename die voor de financiering moet zorgen gerealiseerd is, zou ernstige negatieve gevolgen hebben voor onze economie en arbeidsmarkt.

Bart Van Craeynest - Hoofdeconoom Voka - bart.van.craeynest@voka.be