Cash4Car of mobiliteitsvergoeding in 15 vragen & antwoorden

28/05/2018 , Goedele Sannen - logistiek en mobiliteit

Op 7 mei 2018 is de wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding in het Staatsblad verschenen. Via het systeem van de mobiliteitsvergoeding, ook wel cash for car genoemd, kunnen werknemers met een bedrijfswagen die ze ook privé mogen gebruiken, de auto inleveren in ruil voor een extra bedrag in cash. Uiteraard enkel wanneer de werkgever hen daartoe de mogelijkheid biedt. 

Hier vindt u alle info over de nieuwe regeling aan de hand van enkele vaak gestelde vragen.

Ben ik als werkgever verplicht om het systeem van de mobiliteitsvergoeding in te voeren?

Neen.
Het initiatief voor het invoeren van het systeem van de mobiliteitsvergoeding gaat uit van de werkgever. De werkgever beslist of hij al dan niet de mogelijkheid zal bieden de bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding.

Geldt de mobiliteitsvergoeding onvoorwaardelijk voor alle werknemers?

Neen.

Wanneer de werkgever beslist om het systeem van de mobiliteitsvergoeding aan te bieden, dan kan hij zelf het toepassingsgebied vastleggen.

Wanneer de werkgever een onderscheid maakt tussen de werknemers die in aanmerking komen, moet dat onderscheid uiteraard geoorloofd zijn. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de instap in de mobiliteitsvergoeding enkel mogelijk te maken voor werknemers die slechts weinig of geen professionele verplaatsingen met hun bedrijfswagen doen.

De werkgever kan een instap bijvoorbeeld ook enkel mogelijk maken wanneer het leasingcontract van de huidige bedrijfswagen ten einde loopt.

Deze voorwaarden moet de werkgever bij de invoering van het systeem van de mobiliteitsvergoeding kenbaar maken aan alle werknemers.

Is een werknemer verplicht in het systeem te stappen?

Neen.

Wanneer de werknemer behoort tot de categorie van werknemers die kunnen instappen in het systeem, is de werknemer vrij om te beslissen om al dan niet in te gaan op dit aanbod.

Een werknemer kan m.a.w. nooit verplicht worden de bedrijfswagen in te leveren in ruil voor de mobiliteitsvergoeding.

Kan ik als werkgever onmiddellijk starten met de mobiliteitsvergoeding?

De werkgever kan de mobiliteitsvergoeding maar invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde van één of meerdere werknemers.

Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn, is deze minimumtermijn niet vereist. Wel dienen zij minstens 12 maanden een systeem van bedrijfswagens te hebben.

Mag ik de werknemer na inlevering van de bedrijfswagen zijn tankkaart laten behouden?

Neen.

De toekenning van de mobiliteitsvergoeding heeft tot gevolg dat het voordeel van de bedrijfswagen volledig verdwijnt en dit samen met alle andere voordelen die erop betrekking hebben.

Wanneer een bedrijfswagen bijvoorbeeld met tankkaart ter beschikking wordt gesteld, moet niet enkel de bedrijfswagen maar ook de tankkaart ingeleverd worden. Indien men zich hier niet aan houdt, verliest de mobiliteitsvergoeding de gunstige (para)fiscale behandeling en wordt ze beschouwd als loon.

Moet ik nog tussenkomen in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer, eens de bedrijfswagen werd ingeruild voor de mobiliteitsvergoeding?

Neen.

De toekenning van de mobiliteitsvergoeding heeft tot gevolg dat het voordeel van de bedrijfswagen volledig verdwijnt en dit samen met alle andere voordelen die erop betrekking hebben.

Wanneer een bedrijfswagen bijvoorbeeld met tankkaart ter beschikking wordt gesteld, moet niet enkel de bedrijfswagen maar ook de tankkaart ingeleverd worden. Indien men zich hier niet aan houdt, verliest de mobiliteitsvergoeding de gunstige (para)fiscale behandeling en wordt ze beschouwd als loon.

Is het recht op de mobiliteitsvergoeding van bepaalde duur?

Neen.

De mobiliteitsvergoeding blijft toegekend zolang de werknemer geen beschikking heeft over een bedrijfswagen die hij voor persoonlijke doeleinden mag gebruiken.

De toekenning van de mobiliteitsvergoeding eindigt uiterlijk de eerste dag van de maand waarin de werknemer:

  • een functie uitoefent waarvoor geen bedrijfswagen is voorzien in het loonsysteem van de werkgever;
  • of opnieuw beschikt over een bedrijfswagen, hetzij op eigen vraag, hetzij aangestuurd door de werkgever.

Wordt de mobiliteitsvergoeding doorbetaald bij langdurige afwezigheid?

De werknemer heeft inzake de mobiliteitsvergoeding enkel recht op de betaling ervan door de werkgever.

Voor het overige geniet de mobiliteitsvergoeding een behandeling gelijk aan die van het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen.

De werknemer heeft dus recht op de mobiliteitsvergoeding tijdens afwezigheidsperiodes gedekt door gewaarborgd loon. Ruimere rechten die zouden bestaan op sector- of ondernemingsvlak inzake behoud bedrijfswagen (bijvoorbeeld bij langdurige schorsing arbeidsovereenkomst) moeten ook doorgetrokken worden naar de mobiliteitsvergoeding.

Welk bedrag aan mobiliteitsvergoeding levert de inlevering van de bedrijfswagen op?

De mobiliteitsvergoeding is een geldbedrag dat overeenstemt met de waarde (op jaarbasis) van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen.

Basis

De waarde van het gebruiksvoordeel wordt vastgesteld op 20% van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen. Onder “cataloguswaarde” verstaan we de catalogusprijs van de wagen in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en accessoires en de werkelijk betaalde btw , maar zonder rekening te houden met kortingen.

Verhoging indien tankkaart

De waarde van het gebruiksvoordeel wordt verhoogd met 20% wanneer de werkgever de brandstofkosten voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen geheel of gedeeltelijk ten laste nam. Het gebruiksvoordeel wordt dan als volgt berekend: [cataloguswaarde x 6/7] x 24%

Vermindering indien eigen bijdrage

Wanneer de werknemer een eigen bijdrage moest betalen voor (het gebruik van) de bedrijfswagen, wordt daarmee rekening gehouden bij de waardebepaling van het gebruiksvoordeel van de wagen.

Meer bepaald wordt de eigen bijdrage die betaald werd gedurende de laatste maand vóór inlevering van de bedrijfswagen herrekend naar een bedrag op jaarbasis en als zodanig in mindering gebracht van de waarde van het gebruiksvoordeel (berekend volgens hogervermelde formule).

Moeten er RSZ-bijdragen betaald worden op de mobiliteitsvergoeding?

Het statuut van de mobiliteitsvergoeding is een weerspiegeling van het statuut dat de ingeleverde bedrijfswagen had op het vlak van sociale zekerheid.

De mobiliteitsvergoeding wordt uitdrukkelijk uitgesloten uit het RSZ-loonbegrip. Er zijn dus geen “gewone” socialezekerheidsbijdragen op verschuldigd. Noch door de werkgever, noch door de werknemer.

De werkgever is wel maandelijks (en dit voor de volledige duur van de toekenning van de mobiliteitsvergoeding) een solidariteitsbijdrage verschuldigd. Deze solidariteitsbijdrage is gelijk aan de CO2-solidariteitsbijdrage die verschuldigd was voor de bedrijfswagen voor de maand onmiddellijk voorafgaand aan de eerste toekenning van de mobiliteitsvergoeding.

Moet de werknemer belastingen betalen op de mobiliteitsvergoeding?

Ja.
Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding vormt een belastbaar voordeel, maar niet voor de volledige waarde ervan.Het wordt als volgt berekend: (Cataloguswaarde x 6/7 ) x 4%.

Het belastbaar voordeel kan nooit minder bedragen dan een ondergrens, gelijk aan de ondergrens die van toepassing is voor het belastbaar voordeel van alle aard verbonden aan een ter beschikking gestelde bedrijfswagen.

Voor inkomstenjaar 2018 betekent dit concreet dat het belastbaar voordeel verbonden aan de mobiliteitsvergoeding minimaal gelijk moet zijn aan 1.310 EUR op jaarbasis.

Kan ik de mobiliteitsvergoeding positief beïnvloeden door de werknemer bijvoorbeeld de laatste maand te laten rijden met een duurdere bedrijfswagen?

Neen.
Wanneer een werknemer in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de inlevering van de bedrijfswagen achtereenvolgens verschillende bedrijfswagens ter beschikking had, wordt de mobiliteitsvergoeding berekend in functie van de cataloguswaarde van de wagen waarover men in die periode het langst heeft beschikt. Ook de belastbare basis van de mobiliteitsvergoeding wordt daarop afgestemd.

Enkel in de zeer uitzonderlijke situatie dat de wagens gedurende een identieke periode ter beschikking stonden van de werknemer, bepaalt de werkgever welk voertuig in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de mobiliteitsvergoeding en het belastbaar luik ervan.

Kosten verbonden aan de bedrijfswagen zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Geldt dat ook voor de mobiliteitsvergoeding?

Ja.
De kostenaftrek situeert zich op verschillende niveaus.

Solidariteitsbijdrage

De werkgever is een maandelijkse solidariteitsbijdrage verschuldigd aan de RSZ. Deze is voor 100% aftrekbaar.

Kosten

De aftrekbaarheid van de bedrijfswagen in de vennootschapsbelasting is gedifferentieerd in functie van het brandstoftype en de CO2-uitstoot. Het varieert van 50% voor de meest vervuilende wagens tot 120% voor elektrische wagens zonder CO2-uitstoot.

Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding wordt standaard voor 75% aftrekbaar. De mobiliteitsvergoeding die het resultaat is van de inlevering van de meest vervuilende wagens, geniet meteen van dit aftrekpercentage.

Wanneer “schonere” wagens worden ingeruild, evolueert men geleidelijk richting de 75%-aftrekbaarheid.

Concreet:

Tot 31 december van het eerste kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de bedrijfswagen werd vervangen door de mobiliteitsvergoeding, is het tarief van de aftrekbaarheid gelijk aan:

  • 95% wanneer het aftrekpercentage verbonden aan de “overige autokosten” van de ingeleverde bedrijfswagen hoger is dan 95%. Dit betreft wagens met een uitstoot van max. 60 gr/km (diesel en benzine) en elektrische wagens zonder uitstoot.
  • 75% als het aftrekpercentage verbonden aan de “overige autokosten” van de ingeleverde bedrijfswagen kleiner of gelijk is aan 75%. Dit betreft wagens met een uitstoot vanaf 116 gr/km (diesel) en 126 gr/km (benzine).

Voor wagens die momenteel voor 80 (106 tot 115 gr/km (diesel) en 106 tot 125 gr/km (benzine) of 90% (61 tot 105 gr/km (diesel en benzine) aftrekbaar zijn en ingeleverd worden voor een mobiliteitsvergoeding, wordt dit aftrekpercentage behouden.

Met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de bedrijfswagen werd ingeruild tegen een mobiliteitsvergoeding, wordt het aftrekpercentage jaarlijks op 1 januari verlaagd met 10 procentpunten tot het minimum van 75% bereikt werd.

We illustreren deze evolutie aan de hand van enkele voorbeelden.

Voorbeeld 1

Stel dat een “schone” wagen (CO2-uitstoot van max. 60 gr/km) in de loop van 2018 wordt ingeleverd in ruil voor een mobiliteitsvergoeding. De werkgever kan tot en met 31/12/2019 95% van de mobiliteitsvergoeding in mindering brengen van de vennootschapsbelasting. Voor 2020 daalt dit percentage naar 85%. Vanaf 2021 wordt de algemene aftrek van 75% bereikt.

Voorbeeld 2

De werknemer levert in de loop van 2018 een dieselwagen in met een co2-uitstoot van 102 gr/km. De werkgever kan tot en met 31 december 2019 het huidige aftrekpercentage van 90% blijven toepassen in de vennootschapsbelasting. Voor 2020 daalt dit percentage naar 80%. Vanaf 2021 wordt de algemene aftrek van 75% bereikt.

Voorbeeld 3

De werknemer levert de wagen uit ons eerdere voorbeeld in (diesel – 108 gr/km) in de loop van 2018. Tot 31 december 2019 kan de werkgever het huidige aftrekpercentage van 80% blijven toepassen. Vanaf 2020 wordt de algemene aftrek van 75% bereikt.

Deze maatregel heeft vooral tot doel de meest vervuilende wagens als eerste te laten inleveren.

Verworpen uitgaven

Ook aan de mobiliteitsvergoeding zijn nog bijkomende verworpen uitgaven verbonden. Deze worden berekend in functie van het belastbaar voordeel verbonden aan de mobiliteitsvergoeding en bedragen:

  • 17% indien er geen werkgeverstussenkomst was in de brandstofkosten verbonden aan het privégebruik van de bedrijfswagen;
  • en 40% indien er wel een werkgeverstussenkomst was in de brandstofkosten.

Een werknemer heeft gelijktijdig de beschikking over meerdere wagens voor persoonlijk gebruik. Krijgt hij daardoor een hogere mobiliteitsvergoeding?

Wie meer dan één bedrijfswagen ter beschikking heeft, kan maar één wagen inruilen voor een mobiliteitsvergoeding. De inlevering van een extra wagen zal dus geen aanleiding geven tot een bijkomende vergoeding.

De werknemer kiest welke wagen hij inlevert in ruil voor de mobiliteitsvergoeding.Indien men vrijwillig meerdere wagens inlevert, mag men zelf kiezen welke wagen in aanmerking komt voor de bepaling van de hoogte van de mobiliteitsvergoeding.

De belastbare basis van de mobiliteitsvergoeding in hoofde van de werknemer en de aftrekbeperkingen in hoofde van de werkgever zullen verder bepaald worden in functie van de wagen die werd ingeleverd in ruil voor de mobiliteitsvergoeding.

SD WorxDeze FAQ werd samengesteld door SD Worx. Wilt u meer advies over het mobiliteitsbeleid in uw bedrijf, dan kan u terecht bij de consultants van SD Worx. Zij hebben heel wat expertise rond specifieke vervoersmiddelen, waaronder de (bedrijfs)wagen, de fiets en het openbaar vervoer. Aarzel niet om contact met hen op te nemen. Mail naar mobility@sdworx.com.