Skip to main content
Buurten in het slachthuis
  • 21/12/2018

Buurten in het slachthuis

Een klasje met Brusselse ketjes is aan het koken in een lokaal van de Foodmet, op het grote terrein van Abattoir in Anderlecht. Het is vrijdagvoormiddag, en dan is er Kookmet. Nu doen ze dat binnen, maar eens het de zon genoeg warmte geeft, koken ze op een mobile keuken, tussen de marktkramers die er die dag staan. Eva De Baerdemaeker leidt vzw Cultureghem die niet alleen de Kookmet, maar ook de Ketmet op de site organiseert. Met Joris Tiebout, CEO van Abattoir, vertelt ze over werken, leven én spelen op het grootste plein van het Brusselse Gewest.

"We hadden onlangs een investeringsbankier op bezoek, en uitgerekend dBuurten in het slachthuisie zei ons: 'Je moet zorgen dat er aan elk project een sociale dimensie zit'", zegt Joris Tiebout. "Dat is wat we hier proberen te doen, op onze site in het hartje van de stad."

En toch is Abattoir in eerste instantie een economisch project. "We investeren in gebouwen en uitrusting. En we verhuren die, onder meer aan de vleessector", zegt Tiebout. "Zelf verkopen we geen kilo vlees." Vrijdag, zaterdag en zondag wordt op het grote, deels overdekte terrein markt gehouden, met gemiddeld 100.000 bezoekers op drie dagen.

Masterplan

En er wordt geïnvesteerd. Enkele jaren geleden haalde Abattoir via een projectoproep centen binnen van het Brusselse Gewest en van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. "Dat geld hielp ons om de 'Foodmet' te bouwen, een moderne, afgesloten markthal. Zodat handelaars in vlees, charcuterie, vis, groenten en fruit hun waren in meer comfortabele en hygiënische omstandigheden konden aanbieden."

Maar Abattoir ging niet over één nacht ijs. "We hebben daar toch lang over nagedacht. We hebben een masterplan opgesteld, over hoe we met die plek voor de lange termijn zouden kunnen verdergaan. Hoe konden we al die activiteiten - slachten en versnijden, de markt, de 'boeremet', de 'Kelders van Cureghem', de evenementen,... - samen doen draaien? En hoe konden we ervoor zorgen dat er een link was met de buurt, zodat we niet op een eiland zouden zitten?"

Dat was het moment waarop Eva De Baerdemaeker in beeld kwam. Eva: "Ik hoorde van dat plan en ik vond het fantastisch. Maar ik miste nog iets: een duidelijke socio-culturele dimensie. En ik dacht na hoe Abattoir dat zou kunnen oplossen, hoe ze de mensen uit de buurt zouden kunnen betrekken bij de site. Ik heb dan mijn stoute schoenen aangetrokken, ik ben bij Joris gaan aankloppen, ik heb hem mijn ideeën verteld en ik heb gevraagd: mag ik dat alsjeblieft hier komen doen?"

Joris Tiebout: "We hadden eerder al wel een vzw-tje opgericht, Cultureghem, maar dat leidde eigenlijk nog maar een stil leven. Dan is Eva erbij gekomen - eerst op onze pay-roll, daarna in de vzw." Eva De Baerdemaeker: "Ik ben gestart als cultureel verantwoordelijke, en ik had een jaar de tijd om bij ondernemingen in de buurt en bij overheden te gaan aankloppen om fondsen te werven. Na een jaar was dat gelukt."

Kinderen

"Abattoir trekt drie dagen in de week een massa bezoekers. Maar op andere dagen lag het grote plein er verlaten bij. Dus dachten we: we zetten de poorten open voor de mensen uit de buurt, we zoeken naar goede ideeën waar de hele buurt van profiteert", vertelt Eva.

FoodmetElke woensdagnamiddag nemen gezinnen, jongeren en kinderen nu het hele plein over. dan wordt de marktruimte één overdekte speeltuin, de Ketmet. "We konden natuurlijk geen vaste speeltuigen plaatsen, want die zouden in de weg staan op marktdagen. Dus hebben we een hele reeks 'playboxen' ontwikkeld, gigantische mobiele speelkoffers die de plek transformeren tot een speeltuin. Van maart tot oktober rollen we ze elke woensdagnamiddag uit," zegt Eva De Baerdemaeker. Ze noemt er maar enkele: een boksbox, met een heuse boksbal erin; een box met enkele stepjes; een mecanobox met houten balken,... "We hebben er al eens een vliegtuig mee gebouwd waar de kinderen konden gaan inzitten. Op wielen: we konden het tuig rondrijden."

En op vrijdagochtend is er Kookmet. In de winter vindt die plaats in een lokaal in de Foodmet, in de zomer worden mobiele keukens tussen de markt gerold. Wij zien de schoolkinderen binnen aan het werk. Ze hebben er zichtbaar plezier in. Het is er één grote bedrijvigheid: ze roeren in potten, ze proeven. En ze zijn geen moment stil.

Eva: "Ze krijgen van ons eerst een lijstje met ingrediënten die goedkoop, gezond en seizoensgebonden zijn. En dan sturen we ze elk met twee euro de markt op. Ze komen terug met hun boodschappen, en dan beginnen we te koken. Tegen de middag krijg je de grootste en warmste gastentafel van Brussel. Iedereen wordt daar op uitgenodigd. En dan krijg je de interactie waar we naar streven: de gesprekken, ervaringen die worden gedeeld, de zorgen van elke dag, de dingen waar ze van wakker liggen. Kookmet is echt voor ons een middel om met mensen in gesprek te gaan."

Cultureghem werkt voor een groot stuk dankzij giften van ondernemingen in de buurt, en ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie steekt een handje toe. Verder komen er middelen uit teambuildinginitiatieven. Eva: "Een team uit een onderneming gaat dan bijvoorbeeld samen met een klasje uit de buurt koken. En soms gaat het klasje later op bezoek bij het bedrijf." 

Waarom ondersteunt Abattoir zo'n initiatief? Joris Tiebout: "Cultureghem gebruikt onze site als wij ze niet gebruiken. We doen dit uit 'gezond eigenbelang'. Dat is de term die ik altijd gebruik. Want wat willen we eigenlijk? We willen de 'buik van Brussel' blijven. En dus zijn we blij dat Cultureghem de band met de buurt legt."

ING
SD Worx