Brussels mobiliteitsbudget moet federaal sporen

28/06/2017 , Jan Van Doren - directeur Voka Metropolitan

Grote Brusselse bedrijven dienen opnieuw een bedrijfsvervoerplan op te stellen voor de komende drie jaar. Nieuw is de verplichting om werknemers met een bedrijfswagen een mobiliteitspakket aan te bieden, waarbij de werknemer de keuze heeft de wagen te ruilen voor openbaar vervoer of fiets. Voka dringt erop aan dat deze regeling wordt afgestemd op de federale voorschriften. Een verplichting die meerkosten voor de werkgever impliceert, moet worden vermeden.

Voka dringt er op aan dat het Brusselse mobiliteitsbudget spoort met de federale plannen.

  • Bedrijven in Brussel met meer dan 100 werknemers moeten voortaan i.p.v. een bedrijfswagen een mobiliteitspakket aanbieden.
  • De bedrijven krijgen nog tot 31 januari 2018 de tijd om hun bedrijfsvervoerplan in te dienen.
  • De Brusselse regeling loopt vooruit op een nog te beslissen federale regeling rond het mobiliteitsbudget.

Het Brusselse gewest kent reeds sinds 2011 een stelsel van verplichte bedrijfsvervoerplannen. Begin juni keurde de Brusselse regering een besluit goed dat een nieuwe cyclus van bedrijfsvervoerplannen regelt over de periode 2018-2020. De verplichting geldt voor bedrijven die op eenzelfde Brusselse site meer dan honderd werknemers effectief tewerkstellen. Met site wordt bedoeld: een gebouw en zijn aanhorigheden of een zone waar meerdere gebouwen staan. De werknemers moeten in principe minstens de helft van hun werkdagen op de site aanvangen/beëindigen, ook al voeren zij dienstverplaatsingen uit. De betrokken bedrijven krijgen nog tot 31 januari 2018 de tijd om hun bedrijfsvervoerplan in te dienen.

Voor bedrijven die aan minstens tien werknemers op de Brusselse site een bedrijfswagen ter beschikking stellen, geldt een nieuwe verplichting: zij dienen aan die werknemers een ‘mobiliteitspakket’ aan te bieden, in combinatie met of ter vervanging van de bedrijfswagen. Het mobiliteitspakket moet de werknemer de mogelijkheid bieden om te opteren voor openbaar vervoer, een fietsdeelsysteem, of een individuele fiets. Ondernemingen die deze werknemers geen mobiliteitspakket aanbieden, moeten werknemers die er om vragen naast hun bedrijfswagen toch een abonnement op een fietsdeelsysteem of een abonnement op het openbaar vervoer aanbieden.

Met deze verplichting loopt het Brusselse gewest vooruit op een nog te beslissen federale regeling rond het mobiliteitsbudget. Voka dringt er op aan dat bij de toepassing van het Brusselse besluit de formule van een mobiliteitspakket die aan bedrijven wordt opgelegd, spoort met de federale regeling. Het kan niet dat bedrijven in Brussel verplicht zouden worden tot een bepaald mobiliteitspakket, als dat betekent dat ze hierdoor geen uniform renumeratiebeleid kunnen voeren voor hun vestigingen in verschillende gewesten. Indien ze wensen in te spelen op het verwachte federale mobiliteitsbudget – eens goedgekeurd – dan lopen ze het risico voor de vestiging in Brussel daar bovenop nog een afwijkend pakket te moeten aanbieden.

Daarnaast moet vermeden worden dat bedrijven verplicht worden om bovenop een bedrijfswagen een abonnement op openbaar vervoer of fietsdeelsysteem aan te bieden. Dit zou namelijk een meerkost meebrengen voor bedrijven. Bovendien is er geen enkele garantie op een (structureel) verminderd autogebruik, want de werknemer zou – op eenvoudige aanvraag - het abonnement kunnen krijgen bovenop de bedrijfswagen.

Voka steunt het concept van een mobiliteitsbudget, dat werknemers keuze geeft tussen een bedrijfswagen en andere modi, of een combinatie. We vragen hiervoor een passend (para)fiscaal kader van de federale overheid dat een bijkomende incentive vormt voor bedrijven om hiermee aan de slag te gaan. De Brusselse verplichte maatregel doorkruist echter deze aanpak van sensibilisering en aanmoediging, waar de onderneming kan kiezen voor de meest passende aanpak.