Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Brexit: nu stevig handelsverdrag onderhandelen is cruciaal
  • 12/02/2020

Brexit: nu stevig handelsverdrag onderhandelen is cruciaal

Op 31 januari was het eindelijk zo ver: het Verenigd Koninkrijk is niet langer lid van de EU. Maar wie denkt dat hiermee het brexit-hoofdstuk definitief afgesloten kan worden, is eraan voor de moeite.

Waar de voorbije onderhandelingen de Britse terugtrekking uit de EU moest regelen, wacht er ons nu nog een tweede brexit-onderhandelingsfase. Die moet de toekomstige relatie tussen de EU en het VK vastleggen. 

Openingssalvo voor onderhandelingen

Zowel de EU als het VK hebben alvast beiden een openingssalvo gelost om deze onderhandelingen op te starten. Zo publiceerde de Europese Commissie begin vorige week een lijvig ontwerp onderhandelingsmandaat van een dertigtal pagina’s waarin de contouren worden geschetst van wat er mogelijk is voor deze toekomstige relatie. 

Dit mandaat wordt nu onder de loep genomen door de lidstaten, die hier finaal hun goedkeuring moeten aan geven alvorens de Europese Commissie, onder leiding van Michel Barnier, de onderhandelingen over de toekomstige relatie mogen aanvatten met de Britten.

Breed vrijhandelsverdrag

Dit mandaat pleit voor een ambitieus en breed vrijhandelsverdrag waarbij invoerheffingen en -quota vermeden worden. De EU koppelt hieraan wel de eis tot het juridisch verankeren van het gelijke speelveld, waarbij het VK Europese regels zou moeten blijven volgen op het vlak van onder andere staatssteun, mededinging, klimaat, milieu en sociale normen.

Aan de Britse zijde, geldt de speech van de Premier Boris Johnson in Greenwich als belangrijkste leidraad voor wat hun onderhandelingspositie zal zijn. Johnson liet hier toch vooral blijken dat het VK de ambitie wil temperen. Zo wordt aangegeven dat het VK tevreden zou zijn met een beperkt handelsverdrag naar het voorbeeld van CETA, het akkoord tussen de EU en Canada van enkele jaren geleden.

“Een mager handelsverdrag kan niet tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de vele Vlaamse bedrijven die handel drijven met het VK.”

Gilles Suply

Verzet tegen gelijk speelveld

Johnson wil daarnaast niet dat het VK Europese regels blijft volgen na de transitieperiode, waarmee hij zich scherp kant tegen de voorwaarde van een juridisch verankerd gelijk speelveld in het handelsverdrag die de Europese Commissie naar voren schuift.

Indien een akkoord naar het voorbeeld van CETA niet mogelijk zou zijn, stelde Johnson bovendien dat een ‘Australisch model’ dan maar nagestreefd moet worden, wat zoveel betekent als ‘geen akkoord’. De belangrijkste doelstelling voor Johnson lijkt dan ook vooral het VK koste wat het kost uit de EU te loodsen voor 2021.

Veel Vlaamse bedrijven

Voka blijft pleiten voor een zo breed en diep mogelijk samenwerkingsakkoord tussen de EU en het VK om de impact op de Vlaamse bedrijfswereld te beperken. Een mager handelsverdrag zal immers ruimschoots tekortschieten om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van de vele Vlaamse bedrijven die handel drijven met het VK. 

Zo moet het uiteindelijke akkoord ook omvattende hoofdstukken bevatten rond diensten, transport, arbeidsmobiliteit, intellectuele eigendom, energie, overheidsopdrachten en regelgevende samenwerking om er maar een paar te noemen. 

De facto harde brexit

Het zou overigens bijzonder onwenselijk zijn moesten deze zaken in aparte akkoorden onderhandeld worden na de transitieperiode. Dit zou immers betekenen dat onze bedrijven op al deze vlakken de facto geconfronteerd zouden worden met een harde brexit op 1 januari 2021.

Daarnaast moet er ook voldoende aandacht geschonken worden aan het gelijke speelveld. Zo heeft de EU nog nooit een handelsverdrag onderhandeld waarin alle invoertarieven en quota’s worden afgeschaft. 

Oneerlijke concurrentie

Gezien de geografische proximiteit van het VK, is het risico bovendien reëel dat de Vlaamse bedrijfswereld effectief wordt geconfronteerd met oneerlijke concurrentie van over het Kanaal na de brexit omdat de Britse regering bijvoorbeeld beslist heeft om regels omtrent staatssteun soepeler toe te passen.

Er ligt dan ook nog heel wat werk op de plank voor de EU en het VK de komende maanden. En de onderhandelingen kunnen op meer dan één punt stuklopen waardoor het risico op een harde brexit tegen het einde van dit jaar nog steeds niet definitief van tafel is. 

De Vlaamse bedrijfswereld kan ondertussen dan ook maar één ding doen, met name het heilige mantra van de Europese Commissie blijven toepassen: Hope for the best but prepare for the worst.
 

Contactpersoon

Gilles Suply

Adviseur Europese Zaken & Internationaal Ondernemen

ING
SD  Worx