Binnenkort ‘extra’ betalen wanneer het regent?

15/11/2017 , ellen.vanassche@voka.be

De laatste tijd krijgen we onheilspellende berichten te horen over rioleringen die het hemelwater niet kunnen verwerken met overstromingen tot gevolg. Er gaan stemmen op om een ‘vermijdbare hemelwaterheffing’ of ‘infiltratiebonus’ in te voeren. De idee is dat er betaald zou moeten worden voor niet-afgekoppelde verharde oppervlaktes waarvan het hemelwater rechtstreeks in de riolering geloosd wordt. Voka is geen voorstander. Zeker omdat dit voor bedrijfspanden tot onredelijke kosten kan leiden.

  • Technisch en economisch is het vaak onhaalbaar hemelwater te hergebruiken of te laten infiltreren.
  • Bedrijven betalen al gemeentelijk saneringscomponent.
  • Er moet garantie komen dat die middelen gebruikt worden voor investeringen in rioleringsinfrastructuur.

De heffing zou maatregelen zoals de infiltratie van hemelwater op het eigen terrein, de opvang en gebruik van hemelwater regentaxen het plaatsen van buffervoorzieningen moeten stimuleren. Immers, bij regenweer komt een groot deel van het hemelwater dat op onze verharde oppervlaktes zoals parkings, opritten, daken, terrassen, … valt rechtsreeks in de riolering terecht. Bij hevige buien kunnen deze rioleringen de hoeveelheid gevallen hemelwater niet slikken met alle gevolgen van dien.

Indien u dus het hemelwater dat op uw terrein valt niet of slechts beperkt loost op de riolering kan een extra heffing of bijdrage vermeden of verminderd worden. Dit concept wordt toegepast in Duitsland, waar sommige deelstaten al enkele jaren een hemelwaterheffing toepassen. Niet enkel particulieren en bedrijven maar ook overheden betalen voor het hemelwater dat van hun terrein afvloeit in de openbare riolering.

Voka stelt zich echter grote vragen bij de mate waarin die heffing in de praktijk ook effectief vermijdbaar zal zijn. Er mag immers niet vergeten worden dat bedrijven vandaag al investeren en in de toekomst zullen blijven investeren in hemelwaterafvoer. Zo geldt vandaag bijvoorbeeld de hemelwaterverordening. Deze legt verplichtingen inzake het plaatsen van een hemelwaterput, infiltratie-en buffervoorzieningen op bij de aanleg van nieuwe bedrijfspanden of bij grondige verbouwingen met verhardingen groter dan 40 vierkante meter. Voor bestaande bedrijfspanden dienen inspanningen geleverd te worden op het moment dat er een gescheiden rioolstelsel in de openbare wegenis wordt aangelegd. Daarnaast wordt bij heel wat bedrijven, naar aanleiding van een (her)vergunningsprocedure, het opstellen van een hemelwaterstudie door een deskundige als voorwaarde opgelegd. Tijdens zo’n studie wordt de hemelwaterhuishouding en hemelwaterafvoer van een bedrijf in kaart gebracht. De technische haalbaarheid van hergebruik, infiltratie of buffering wordt bekeken alsook de financiële haalbaarheid hiervan.

“Voka stelt zich echter grote vragen bij de mate waarin die heffing in de praktijk ook effectief vermijdbaar zal zijn.”

Voka vreest dat in vele bestaande situaties het omwille van zowel economische als technische redenen niet kostenefficiënt zal zijn om hemelwater te hergebruiken of infiltreren. Een extra kost zal in deze gevallen dus niet vermeden kunnen worden. We denken bijvoorbeeld aan bedrijventerreinen met grote verharde oppervlaktes waar een gigantische buffercapaciteit zou moeten voorzien worden om het hemelwater te hergebruiken. Indien dit gecombineerd is met een laag waterverbruik heeft het dan ook weinig zin om alle hemelwater op te vangen. Infiltratie is bovendien ook niet altijd aanwezen omwille van bodemdoorlatendheid, aanwezigheid van gebouwen of een hogere grondwaterstand waarbij er moet gedraineerd worden.

Daarenboven betaalt een bedrijf al via de gemeentelijke saneringscomponent voor de afvoer van zijn afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater) via de riolering. Deze gemeentelijke component, is, afhankelijk van het type verbruiker en de gemeente, gebaseerd op het drinkwatergebruik of de geloosde hoeveelheid afvalwater. Voor het bedrijfsleven is er in eerste instantie meer themelwaterheffingransparantie nodig over welke kosten momenteel aangerekend worden via de gemeentelijke saneringscomponent. Vermoedelijk wordt een groot deel van de kosten van de afvoer van hemelwater reeds aangerekend via de waterfactuur en dus betaald door de gebruikers van de rioleringsinfrastructuur.

Daarnaast is er ook meer duidelijkheid nodig over hoe de middelen vandaag besteed worden. In het verleden werd een deel van de inkomsten uit de gemeentelijke saneringscomponent door rioolbeheerders als dividenden naar de gemeenten uitgekeerd. Om deze praktijken stop te zetten werd een omzendbrief uitgestuurd om te duiden waarvoor de middelen uit de gemeentelijke saneringscomponent mogen aangewend worden. Tot op vandaag kan echter nog altijd niet met zekerheid gesteld worden of deze omzendbrief correct wordt nageleefd. Een rapport van de VMM stelt dat via achtergestelde leningen en gebruiksvergoedingen nog steeds middelen uit de gemeentelijke saneringscomponent doorgestort worden naar de gemeentevennoten, zonder de garantie dat deze bedragen door de gemeentevennoten opnieuw in het rioolbeheer geïnvesteerd worden. Daarbovenop blijkt dat in 2015 minder geld is uitgegeven aan de aanleg en het onderhoud van rioleringen dan er middelen werden ontvangen. Anderzijds wordt gesteld dat er in de toekomst meer middelen nodig zullen zijn om de nodige vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen op vlak van riolering uit te voeren. Voor Voka is het dan ook cruciaal dat er garanties komen dat de inkomsten efficiënt en op een correcte wijze aangewend worden voor de rioleringsinfrastructuur.

Voka is dan ook geen voorstander om op dit ogenblik een hemelwaterheffing in te stellen. Zeker omdat dit voor een aantal bestaande bedrijfspanden- en constructies zal leiden tot onredelijke kosten omdat het technisch en/of economisch onhaalbaar is om hemelwater te hergebruiken of te laten infiltreren. Voka vindt dan ook dat er prioritair moet ingezet worden op meer transparantie, een verhoogde efficiëntie en garanties dat de middelen effectief aangewend worden voor investeringen in de rioleringsinfrastructuur.

Ellen Vanassche - Adviseur Milieu & Klimaat - ellen.vanassche@voka.be - 0479 26 96 72