Bier met een geschiedenis in het hart van Leuven

29/05/2017 , Nele Hiele - medewerker communicatie

Wie aan de Leuvense Vaart passeert, ruikt onmiskenbaar de geur van mout. Niet verwonderlijk, aangezien één van de grootste brouwerijen ter wereld daar gevestigd is. Het statige gebouw van AB InBev trekt er de aandacht van menig voorbijganger. En jaarlijks brengen 15.000 mensen er een bezoek om een kijkje te nemen bij de bron van het wereldberoemde Stella Artois pilsbier.

AB InBevWat in 1366 begon als een kleine huisbrouwerij genaamd De Hoorn, groeide uit tot de grootste en bekendste brouwerij ter wereld. Toch is de brouwerij nooit de voeling met haar roots verloren. Zo is ‘de hoorn’ nog steeds vertegenwoordigd in het logo van Stella Artois en ligt de hoofdzetel van het bedrijf nog altijd in Leuven, op enkele honderden meters van de oorspronkelijke brouwerij. “We zijn ook niet van plan om hier te vertrekken”, vertelt Tom Robberechts, Brewery Visits Manager bij AB InBev. “Niet alleen hebben we dankzij onze geschiedenis een emotionele band met de stad, onze ligging zorgt ook voor heel wat werkgelegenheid in de regio. De stad Leuven is dus een troef voor ons en omgekeerd.”

“De komst van de universiteit in Leuven in 1425 heeft veel bijgedragen aan de groei van de brouwerij”, gaat Robberechts verder. “Niet alleen brengt een universiteit studenten – lees: bierliefhebbers – met zich mee, maar ook een schat aan kennis waardoor de technieken van bierbrouwen geëvolueerd zijn en de kwaliteit van het bier verbeterd is.”

In die tijd was er van Stella Artois echter nog geen sprake. “Pas in het begin van de 18e eeuw kocht meester-brouwer Sébastien Artois De Hoorn en doopte het om tot brasserie Artois. Het bier Stella Artois zag pas in 1926 het levenslicht. Dit werd op de markt gebracht als Kerstbier, vandaar de verwijzing naar de ster. In die tijd moest telkens de naam van het bier gevolgd worden door de naam van de brouwerij. Zo werd er ook Mars Artois en Bock Artois gebrouwen. Nu zou dat niet meer klinken hé”, glimlacht Robberechts.

Bierleiding

Hoewel het bier altijd zeer populair was in Leuven en omstreken, bleef het lange tijd een zeer lokaal product. “Pas na de Tweede Wereldoorlog vond de eerste internationalisering plaats”, legt Robberechts uit. “Het is ook pas toen dat onze volumes sterk stegen, dat we bijvoorbeeld prijslijsten ontwikkelden en dat het eerste promotiemateriaal zoals onze bierviltjes ontstond. Dankzij verschillende overnames en fusies verwierf de brouwerij stap voor stap een plaats op de wereldmarkt.”

Pas sinds begin jaren 90 is de brouwerij in de huidige gebouwen gevestigd. Hoewel er ooit een bierleiding heeft gelopen van de oude brouwerij, waar nu het hoofdkantoor staat, naar het gebouw waar de flesjes gevuld werden, is er nooit een bierleiding geweest die rechtstreeks naar de tap van Leuvense cafés liep. “Dat is één grote fabel, maar wel een goede marketingstunt”, lacht Robberechts.AB InBev

Momenteel heeft AB InBev vijf verschillende brouwerijen in België. “Elke brouwerij heeft haar eigen charme. Die van Leuven is de grootste en werkt volautomatisch. Onlangs investeerden we nog 55 miljoen euro om de brouwerij met één derde uit te breiden. Hier zijn nu vier brouwlijnen en zo steeg de brouwerijcapaciteit van 9 miljoen hectoliter naar 12 miljoen hectoliter bier. De brouwerijen van Hoegaarden en van Belle-Vue in Sint-Pieters-Leeuw zijn dan weer veel kleiner en ambachtelijker. Er heerst een totaal andere sfeer. Die verscheidenheid is volgens ons net een rijkdom.”

15.000 bezoekers

“Onze brouwerijen hebben vorig jaar 15.000 bezoekers getrokken en het aantal stijgt elk jaar”, aldus Robberechts. “Het gekke is dat we hier niet eens actief over moeten communiceren, de mensen komen vanzelf uit alle uithoeken van de wereld. We hebben bezoekers uit 54 verschillende landen, waarbij het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland het sterkst vertegenwoordigd zijn, na ons land uiteraard.”

“We hebben bezoekers uit 54 verschillende landen, waarbij het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland het sterkst vertegenwoordigd zijn, na ons land uiteraard.”

Een onverwacht succes, want oorspronkelijk konden particulieren de brouwerij niet eens bezoeken. “We zijn hier een aantal jaren geleden voorzichtig mee beginnen experimenteren in samenwerking met Toerisme Leuven, omdat we niet zeker wisten of er interesse zou zijn. De vraag is echter zo groot, dat we nu elk weekend meerdere rondleidingen organiseren voor particulieren. Maar ook voor scholen en bedrijven blijft de brouwerij een geliefde bestemming voor rondleidingen of events.”

Daarnaast ontvangt AB InBev regelmatig horeca-medewerkers om hen in te wijden in de geheimen van het bier. “Ze kunnen bij ons cursussen volgen om bier te leren tappen, maar ook om te leren welk bier met welke gerechten  gecombineerd kan worden”, vertelt Robberechts. “Het aantal horeca-bezoeken in ons land is trouwens aan een daling bezig, dus het is belangrijk dat de horeca-ondernemers zichzelf blijven heruitvinden. Onze real estate-dienst introduceert regelmatig nieuwe horecaconcepten in bestaande horeca-zaken zodat deze beter aansluiten bij de nieuwe consumentenbehoeften en  innovaties in de biersector. Tankbier is hier een mooi voorbeeld van. Het bier komt rechtstreeks van de brouwerij in een tankwagen die vervolgens op bestemming een tank via een gekoelde leiding vult met bier. Het tankconcept zorgt voor een korter bevoorradingsproces, een betere biersmaak en het bespaart de horeca uitbater veel gesleur met vaten.   Bovendien is zo’n tank ook gewoon een leuke eye catcher.”

Big maar niet bad

Robberechts is al 15 jaar verantwoordelijk voor de brouwerijbezoeken. “De beleving van een bezoek is de laatste jaren geëvolueerd. Ondanks het feit dat we nog steeds een combinatie bieden van een bezoek en een degustatie, merken we dat de focus is verschoven van kwantiteit naar kwaliteit. Vroeger werden er vooral veel pinten gedronken, terwijl de focus tegenwoordig eerder ligt op de beleving. We laten de bezoekers iets proeven, treden in interactie met hen en gebruiken het moment om ons verhaal te vertellen. Want in zo’n bezoek komen dingen ter sprake die je in geen enkele advertentie of reclame kan brengen.”

“Wat voor ons een afvalproduct is, is voor een andere speler een grondstof.”

“Neem nu het verhaal rond duurzaamheid. Steeds meer mensen vragen zich af hoe wij hier als groot bedrijf op inzetten. Tijdens een bezoek kunnen we dit gewoon laten zien.” En dat er veel te zien is, staat als een paal boven water. “99,9 procent van als ons afval wordt gerecycleerd”, vertelt Robberechts. “Opgewekte warmte wordt aan het einde van het brouwproces opgevangen en opnieuw gebruikt in het begin , glas wordt gerecycleerd en draf, het restafval van granen, wordt als veevoeder verkocht. Wat voor ons een afvalproduct is, is voor een andere speler een grondstof. Daarnaast is ook ons waterverbruik sterk teruggeschroefd. Vroeger hadden we 10 liter water nodig om 1 liter bier te brouwen, nu is dat nog maar 3,1 liter per liter bier.”

AB InBev wordt door veel mensen gezien als te groot en te industrieel, waardoor er geen voeling meer is met de ambachtelijke biercultuur. “Het is nochtans door deze enorme schaalvoordelen dat we op een duurzame manier bier kunnen brouwen”, aldus Robberechts. “’Big’ is niet per se ‘bad’, want door onze omvang kunnen we wereldwijd expertise uitwisselen om efficiënter te gaan werken. De kennis die we hier in Leuven in ons innovatiecentrum vergaren, wordt wereldwijd door verschillende brouwers toegepast. Dit past allemaal in onze strategie om te streven naar ‘a better world’, waarbij we werken aan een schonere, groeiende en gezondere wereld.”

Een schonere wereld wijst op de milieu-impact die zo klein mogelijk gehouden wordt, zowel binnen als buiten het bedrijf. Om de wereld te helpen groeien, helpt AB InBev bijvoorbeeld lokale boeren om de graankwaliteit en -opbrengst te verbeteren. En om een gezondere wereld te creëren, sporen ze onder andere verantwoorde alcoholconsumptie aan, zowel bij de consumenten als de medewerkers.

Passie voor bier

Doorheen het gesprek wordt gaandeweg duidelijk dat je niet bij AB InBev kan werken als je geen bierliefhebber bent. “Wij wijden al onze medewerkers in  de wereld van het bier in, zodat ze hier automatisch een liefde voor ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat onze medewerkers, of ze nu op de boekhouding werken of in de brouwerij zelf, een zekere kennis hebben van onze bieren. Pas dan kan je een echte ambassadeur zijn van het bedrijf.”

“We vinden het belangrijk dat onze medewerkers, of ze nu op de boekhouding werken of in de brouwerij zelf, een zekere kennis hebben van onze bieren. Pas dan kan je een echte ambassadeur zijn van het bedrijf.”

Voor Robberechts zelf is zijn passie zijn beroep geworden en omgekeerd. “Twee jaar geleden ben  ik een opleiding zythologie begonnen  en  heeft de biermicrobe me pas echt te pakken gekregen. Sindsdien brouw ik thuis zelf  bier en daardoor heb ik grote bewondering gekregen voor wat we hier doen, namelijk bier brouwen met altijd exact dezelfde smaak. Dat mag misschien eenvoudig lijken, maar dat is het absoluut niet. Elk element speelt een rol in het hele proces. Het water dat je gebruikt of een paar graden temperatuurverschil tijdens het proces kunnen bijvoorbeeld een hele andere smaak opleveren. Thuis staat mijn brouwketel gewoon in de keuken  en mijn gisttingsvaten in de living . En hoewel het brouwsel uiteindelijk wel bier wordt, komt het lang niet altijd in de buurt van een Stella Artois of een Leffe. Het is niet evident om de smaak en kwaliteit te garanderen. En toch slagen we daarin, elke dag opnieuw.”

Is er voor een bedrijf van deze omvang nog ruimte voor groei? “Het zit in ons DNA dat we nooit tevreden zijn met wat we hebben en altijd nog meer willen. Er is dus zeker nog ruimte voor groei, maar daarvoor moeten we voortdurend onze producten vernieuwen, zodat we iedereen kunnen blijven aanspreken. Dankzij de vele innovaties en de overnames die we deden, hebben we tegenwoordig voor elk type consument wel een ander merk. De grote diversiteit binnen ons bedrijf helpt ook om elkaar intern te inspireren en deze diversiteit ook extern uit te dragen.

 

Tekst: Nele Hiele - Foto's: Fotostudio Leemans