Skip to main content

Beter een goede buur?

  • 31/05/2017

Energie maak je niet alleen. Het afstemmen van productie, transport en consumptie van elektriciteit, gas, olie, warmte… veronderstelt heel wat infrastructuur en complexe interactie tussen de betrokken actoren. Dat geldt op niveau van particulieren, bedrijven, producenten en netbeheerders, maar meer en meer ook tussen verschillende landen. Samenwerking op transnationale schaal is in veel gevallen een betere garantie op leveringszekerheid, betaalbaarheid en zelfs veiligheid. Binnen de EU worden op dit vlak al veel initiatieven genomen, met wisselend succes. Maar: beter een half ei, dan een lege dop.

De ‘Energy Union’ kan een wervend project worden voor de Europese Unie.

  • Internationale samenwerking zal de energietransitie meer slaagkansen geven.
  • Elke EU-lidstaat zal inspanningen moeten leveren om de Energy Union tot een succes te maken.
  • Kleinere lidstaten mogen echter niet het slachtoffer worden van transnationale doelstellingen.

De Europese Energie-Unie is een enorm ambitieus project. Ze kan sterke baten genereren, als de nationale belangen in een breder kader kunnen geplaatst worden. Automatisch wordt door samenwerking op vlak van energie een betere EU-integratie bewerkstelligd. Daarnaast worden voordelen inzake energie-onafhankelijkheid, bevoorradingszekerheid, integratie van nieuwe energiebronnen én… prijzen steeds opnieuw geciteerd.

Zo zouden volgens studies van de Europese Commissie alleen al de baten voor een versterkte samenwerking op vlak van hernieuwbare energie tegen 2030 kunnen oplopen tot 30 miljard €, per jaar! Bijkomende marktintegratie kan daar nog eens tot 40 miljard € aan toevoegen. Dat is een kleine 150€ per inwoner van de Europese Unie, elk jaar opnieuw. Als we dus kosten op onze energiefactuur willen besparen, lijkt het logisch om die verdere integratie na te streven.

Tussen droom en daad staan echter vaak praktische bezwaren. Dat is voor het energiebeleid niet anders. Elk land houdt graag vast aan zijn eigen bevoegdheid inzake energievoorziening, vanwege het sterk strategische belang ervan. Verdere integratie veronderstelt dan ook een groot vertrouwen in de eengemaakte markt om burgers van de nodige (betaalbare) energie te voorzien, op het moment dat daar vraag naar is. Men kan het niet riskeren dat de buurlanden de ‘kraan dichtdraaien’ tijdens een strenge winterochtend. Een performante transnationale marktwerking moet de overkoepelende structuur leveren voor een verdere integratie.

Een tweede hinderpaal is de verdere uitbouw van een geïnterconnecteerd Europees transmissienetwerk. Dit zal gepaard moeten gaan met de nodige investeringen. We mogen daarin echter niet overdrijven. Sowieso zal de intrede van meer intermittente hernieuwbare energie een versterking van de interconnectie voor veel lidstaten noodzakelijk maken. België kan op dat vlak reeds als een voorbeeld gelden, het behoort met de nieuwe projecten van Elia die in de steiger staan (Nemo, Alegro…), zeker tot betere leerlingen van de Europese klas. Zelf mikt de Commissie (in haar befaamde Winterpakket) op een interconnectiegraad van 15% voor elke lidstaat tegen 2030.

Bijkomende nationale investeringen voor interconnectie mogen echter niet louter dienen als manier voor naburige biedingzones om investeringen in de eigen transmissiecapaciteit uit te stellen, of te minimaliseren.

Kortom, werk aan de winkel. Het Europees project heeft het de laatste tijd niet gemakkelijk, maar met de ambitie om een Energy Union tot stand te brengen, kan ze een wervend project starten, met duidelijke baten voor burgers en bedrijven. Dan moeten er wel strikte garanties komen op het correct balanceren van economische/maatschappelijke baten en kosten tussen de lidstaten. Via de verschillende politieke fora die daarvoor gemachtigd zijn (Benelux, Pentalateraal Forum, NSCOGI…), moeten de nodige denkoefeningen plaats kunnen vinden voor samenwerking op kleinere schaal, als het op EU-vlak wat te traag vooruit gaat.

Nu al lezen we in de pers regelmatig commentaren van de ene lidstaat op de energiepolitiek van de andere. In plaats van dergelijk commentaar ‘over de haag’, zouden we beter tezamen bekijken op welke manier we elk een rol kunnen spelen in het versterken van de betrouwbaarheid, de betaalbaarheid en de verduurzaming van de nationale energiesystemen. België heeft in het verleden al vaak een voortrekkersrol in Europa opgenomen, waarom zouden we dat hier niet opnieuw kunnen doen, bv. in het kader van het Nationaal Klimaat- en Energieplan dat we binnenkort aan de Commissie moeten bezorgen?

Contactpersoon

Klaas Nijs

Senior adviseur energie en klimaat

IMU - Altez 0110
IMU - Sport Vlaanderen
VZW_IMU_GROUPS
ING
SD  Worx