Skip to main content

België is de Verenigde Staten niet

  • 06/10/2017

Twee Vlaamse economen maken wereldwijd faam met hun studie over groeiende winstmarges bij Amerikaanse bedrijven. Het zou een belangrijke verklaring zijn waarom de inkomensongelijkheid toeneemt en lonen stabiliseren. Toch moeten we oppassen om meteen ook dezelfde conclusies voor België te trekken.

Jan De Loecker (KU Leuven) en Jan Eeckhout (Barcelona GE en University College London) hebben een opzienbarend onderzoek gevoerd naar de winstmarges van Amerikaanse bedrijven. Ze zijn tot de jaren 50 teruggedoken om de winstmarge van Amerikaanse bedrijven op te meten. Die winstmarge (verkoopprijs minus kosten) fluctueert tussen de jaren ’50 tot 1990 tussen 20 en 30%. Vanaf de jaren ’90 klimt ze snel tot 50%. In het laatste decennium schiet ze omhoog tot een verbijsterende 67%.

De economen zoeken nog naar een bewijsbare verklaring voor die forse toename. Heeft het vooral met technologie te maken, waarbij de vaste investeringskost (bijvoorbeeld het schrijven van een computerprogramma) groot is maar de variabele kost (het verkopen van het programma) zeer klein? Of ligt het bij de zwakke Amerikaanse mededingingsautoriteiten die teveel monopolies of oligopolies toelaten? De vorsers willen dat verder uitzoeken.

Waar ze wel van overtuigd zijn, is dat die explosie van de winstmarge een nadelig effect heeft op de Amerikaanse arbeidsmarkt. De keerzijde van de stijgende winst is dat werknemers een steeds kleiner deel van de toegevoegde waarde in hun loonzakje krijgen. Bovendien gaan bedrijven die hoge marges opstrijken, minder investeren (want er zijn toch weinig concurrenten) en dus minder mensen aanwerven. De conclusies van de twee Vlaamse economen lijkt plausibel. Vooral de nieuwe technologiemonopolisten zoals Google of Facebook zorgen voor een enorme winstconcentratie, aangezien ze een quasi monopolie hebben, terwijl hun kostenstructuur laag is.

Toch moeten we met dit soort studies opletten. De voorbije jaren zijn studies die fenomenen in voornamelijk Angelsaksische landen aantonen, zomaar geëxtrapoleerd naar België. Denk vooral aan de vele studies over inkomensongelijkheid zoals die van Piketty of Wilkinson. Daaruit bleek telkens dat de inkomensongelijkheid in Angelsaksische landen toeneemt en dat dit heel wat nare gevolgen met zich meebrengt, zoals een dalende levensverwachting in achtergestelde staten tot extreem stemgedrag.

Die studies over voornamelijk Angelsaksische landen werden dan gebruikt om ook extra maatregelen in België te eisen, zoals extra belastingen op vermogens. Wat werd vergeten was dat België net geen stijging van de inkomensongelijkheid kent, dat we een egalitair land zijn en dat vermogen hier al stevig belast wordt.

Geen winstexplosie in België

Terug naar de studie van De Loecker en Eeckhout. Ze hebben de oefening nog niet voor Europa of België gemaakt (er zijn hier ook minder data). We proberen toch aan de hand van een eenvoudige grafiek (op basis van data van de NBB) een eerste rudimentair beeld te geven.

Grafiek

Uit bijgaande grafiek blijkt dat lonen, brutowinst en dividenden een vrij gelijkmatige tred houden. Alleen zijn de uitgekeerde dividenden conjunctuurgevoeliger. Maar van een significant sterkere stijging van de winst of het dividend is geen sprake. Hieruit kunnen we dan ook concluderen dat er in België geen significante toename is van de winstmarges, dus anders dan in de VS.

Aangezien er ook nog geen eenduidige verklaring is waarom die winstmarge in de VS zo sterk is toegenomen, is het ook gissen wat het verschil tussen de VS en België verklaart. Belangrijkste is wellicht dat er geen internetgiganten zijn met een Belgisch paspoort. Dus de marktconcentratie in die sector gaat voorbij aan de Belgische bedrijven.

Ten tweede is België een veel kleinere en open markt dan de VS. Als een Belgische retailketen bijvoorbeeld een quasi monopolie zou hebben, dan is de kans groot dat een speler van over de landsgrenzen de Belgische markt gaat betreden, zoals het geval was met Albert Heijn, Decathlon, Lidl… Om een Amerikaanse warenhuisketen op grote schaal te kunnen bekampen, moet je als buitenlandse speler al zeer groot zijn en over heel veel geld beschikken. Voor Europese warenhuisketens is een Walmart bijvoorbeeld een paar maten te groot.

Daarnaast is België een land met eerder traditionele industrieën zoals chemie, machinebouw, metaal, textiel, voeding, … Dat zijn allemaal sectoren waar veel concurrentie is en waar je alleen kan overleven door een zeer efficiënte volumespeler te zijn of door extra toegevoegde waarde te creëren. Maar in geen van die sectoren is het echt mogelijk om de winstmarges op lange termijn sterk te verhogen. België en zeker Vlaanderen is ook een kmo-land. En kmo’s zijn doorgaans actief op heel concurrentiële markten waar de winstmarges eerder stabiel zijn.

De studie van De Loecker en Eeckhout heeft veel verdienste en het debat rond nieuwe (technologie)monopolies en de rol van mededingingsautoriteiten moet gevoerd worden. Alleen moeten we wel oppassen dat we niet, zoals in veel van dat soort debatten, conclusies linea recta doortrekken naar België. Want dan zouden we opnieuw oplossingen willen creëren voor problemen die zich hier echt niet stellen. En dan zouden we wegkijken van problemen die zich hier wél stellen, zoals de hele discussie rond de taxshift.

Stijn Decock - Hoofdeconoom Voka - stijn.decock@voka.be - 0497 59 37 72

Contactpersoon

IMU - Sport Vlaanderen
VZW_IMU_GROUPS
IMU - Altez 0110
ING
SD  Worx