Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Begrotingscontrole vertraagt hervorming vennootschapsbelasting
Karl Collaerts
  • 29/03/2017

Begrotingscontrole vertraagt hervorming vennootschapsbelasting

De federale regering besliste tijdens de jongste begrotingscontrole nog niet over de langverwachte hervorming van de vennootschapsbelasting. Wel verhoogde ze de verwachte opbrengst van deze belasting. Daarmee teert ze opnieuw in op de financiering van deze maatregel. Een budgettair neutrale operatie is dan ook niet meer wenselijk.

Voor 2017 gaat de regering uit van een verdere groei van de vennootschapsbelasting tot iets meer dan 15,5 miljard.

 

  • De opbrengst vennootschapsbelasting steeg door hogere winstgevendheid vennootschappen.
  • Opbrengst vennootschapsbelasting steeg ook door beleidsmaatregelen.
  • De globale belastingdruk verhoogde in plaats van constant te blijven.
  • Een verlaging van het effectieve tarief is nu aan de orde.

 

In het verleden legde het rapport van het ‘monitoringcomité’ – samengesteld uit leidende ambtenaren van de federale administraties – aanzienlijke onderschattingen bloot aan de inkomstenzijde. De jongste versie biedt op dat vlak beterschap. In vergelijking met de initiële begroting 2017 lag de federale belastingraming slechts 255 miljoen achter op schema: een afwijking van amper 0,2 procent van de totale fiscale ontvangsten op federaal niveau.

Achter dit globale cijfer schuilt weliswaar een genuanceerde werkelijkheid. Zo int de regering naar verwachting 700 miljoen euro minder roerende voorheffing, 135 miljoen euro minder accijnzen en 261 miljoen minder btw dan volgens de initiële ramingen. Maar ook dan ligt de verwachte opbrengst van deze taksen in 2017 nog steeds respectievelijk 9,5%, 2,3% en 5,5% hoger dan in 2016. De initieel te uitbundig ingeschatte stijging wordt slechts afgetopt.

Tegenover deze ‘tegenvallers’ rekent het monitoringcomité echter ook op enkele compenserende ‘meevallers’. Beter dan verwachte opbrengsten vorig jaar en gunstigere groeivooruitzichten dit jaar stuwen de bedrijfsvoorheffing 364 miljoen hoger. Echter, vooral de vennootschapsbelasting zit in de lift. In vergelijking met de ramingen bij de begrotingsopmaak rekent het monitoringcomité nu op 813 miljoen extra inkohieringen. Ten opzichte van de raming bij de begrotingsopmaak verwacht men ook 69 miljoen meer voorafbetalingen en 135 miljoen extra roerende voorheffing betaald door vennootschappen. Zo komt het monitoringcomité uit op ongeveer 1 miljard extra vennootschapsbelasting in 2017, vergeleken met de raming bij de initiële begroting 2017.

Het versterkt een tendens die al enkele jaren zichtbaar is: de opbrengst van de vennootschapsbelasting bedroeg ongeveer 9,2 miljard in 2010, 13,5 miljard in 2015 en – naar verwachting – 15,2 miljard in 2016. Voor 2017 gaat de regering uit van een verdere groei tot iets meer dan 15,5 miljard.

De stijging houdt uiteraard verband met de toename van de winstgevendheid van vennootschappen sinds de financiële crisis. Dat levert ook voor de schatkist meer op en dat is normaal. Maar de stijging doet vermoeden dat er meer aan de hand is. De opbrengst van de vennootschapsbelasting steeg namelijk ook door beleidsmaatregelen. Een indicatie daarvan vinden we terug in jaarverslagen van de Nationale Bank (NBB). Dit verslag bevat jaarlijks een tabel van de geraamde budgettaire impact van structurele maatregelen zoals belastingverhogingen of -verlagingen. De NBB baseert zich hiervoor op de begrotingsdocumenten. Lectuur van opeenvolgende jaarverslagen levert volgende jaarlijkse verwachte structurele meeropbrengst in de vennootschapsbelasting op.

Bron: opeenvolgende jaarverslagen NBB
Bron: opeenvolgende jaarverslagen NBB

 

De grafiek verduidelijkt dat opeenvolgende regeringen sinds 2010 de vennootschapsbelasting stelselmatig verhoogden. Gecumuleerd gaat het om een geraamde meeropbrengst van 2,7 miljard. De lastenverhogingen deden zich vooral voor in de jaren 2012-2013, de eerste jaren van de vorige legislatuur. Toen perkte de regering bijvoorbeeld de notionele interestaftrek (NID) in (maximaal 3%), alsook de overdracht naar een volgend fiscaal jaar van niet aangewende NID. Ze belastte bepaalde meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting en verhoogde de belasting op bedrijfswagens. Ook de huidige federale regering voerde al enkele lastenverhogingen door. Bijvoorbeeld via de beperking op het gebruik van de notionele interestaftrek door banken, via de nieuwe wetgeving rond de liquidatieheffing voor kmo’s en de onderwerping van sommige intercommunales aan de vennootschapsbelasting. Bij de begrotingsopmaak 2017 verhoogde ze ook de niet-aftrekbaarheid van tankkaarten.

Door de rentedalingen vermindert ook het fiscaal voordeel van de notionele interestaftrek snel. Deze fiscale aftrek op het gecorrigeerde eigen vermogen is immers gekoppeld aan de rente op 10-jarige staatsobligaties. In aanslagjaar 2010 (inkomsten 2009) bedroeg de referentierente nog 4,47%. Vanaf dan volgde een stelselmatige afname. Vorig jaar (aanslagjaar 2017, inkomsten 2016) bedroeg de referentierente nog amper 1,13%. Dit jaar (aanslagjaar 2018, inkomsten 2017) is ze (wellicht voor het laatst) fors gedaald tot 0,23%. De facto is de notionele interestaftrek dus uitgedoofd. Dat de opbrengst van de vennootschapsbelasting stijgt in een context van dalende referentierente, is niet onlogisch. Temeer omdat meer en meer ondernemingen hun ‘stroomafwaartse’ fiscale aftrekken (overgedragen verliezen, overgedragen DBI-aftrek) die ze opbouwden tijdens de crisisjaren, afbouwden. De regering besliste daarom bij de jongste begrotingscontrole de raming van de vennootschapsbelasting met 325 miljoen extra te verhogen.

Referentie notionele intrestaftrek

Het effectieve tarief dat ondernemingen in België afdroegen, steeg de jongste jaren dan ook. Het Duitse onderzoeksbureau ZEW berekent jaarlijks in opdracht van de Europese Commissie het gemiddelde effectieve tarief in de verschillende EU-lidstaten. Ze baseert zich daarbij op de bestaande regelgeving in elke land. Dit maakt een vergelijking mogelijk. Daaruit blijkt dat het effectieve tarief in België tussen 2009 en 2015 met 3,1 procentpunt steeg. Enkel in Frankrijk, niet meteen een referentieland qua economische dynamiek, steeg de gemiddelde belastingdruk in deze periode aan een vergelijkbaar ritme. In Oostenrijk, Nederland en Duitsland bleef het effectieve gemiddelde tarief tussen 2009 en 2015 vrij constant. In Denemarken, Zweden, Finland en het VK betalen ondernemingen nu gemiddeld minder winstbelasting. Merk op dat de gegevens voor 2016 en 2017 in deze vergelijkende statistieken nog niet vervat zijn.

 

Bron: Taxation Trends in the EU, eigen berekening
Bron: Taxation Trends in the EU, eigen berekening

 

De regering kondigde recent aan om de volgende maanden werk te maken van een verlaging van het nominaal tarief in de vennootschapsbelasting. Dat blijft een goed voornemen. In het recente verleden werden echter al belangrijke aftrekken ingeperkt. Denk aan de afschaffing van de Excess Profit Rulings, de dalende referentierente van de notionele interestaftrek, de verminderde fiscale aftrekbaarheid van tankkaarten en de inperking van de budgettaire kost van de octrooi-aftrek. De regering verhoogde ook al de roerende voorheffing van 27 naar 30%. Een belangrijk deel van het oorspronkelijke financieringsplan is dus al in uitvoering, terwijl het nominaal tarief tot op heden niet wijzigde. Daardoor verhoogde de globale belastingdruk in plaats van constant te blijven. In die context is een verlaging van het effectieve tarief nu aan de orde.

 

Karl Collaerts - fiscaliteit en begroting - karl.collearts@voka.be

 

Contactpersoon

Karl Collaerts

Senior Adviseur Fiscaliteit & Begroting

VZW - Actiris - Oktober2019
VZW - vGD
ING
SD Worx