Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Alexis Bogaert, CEO van Uitgeverij Die Keure: “Opeens was alles mogelijk.”
Alexis Bogaert
  • 27/08/2020

Alexis Bogaert, CEO van Uitgeverij Die Keure: “Opeens was alles mogelijk.”

“Tijdens de coronacrisis heeft heel de educatieve uitgeefsector enorm snel moeten schakelen om op een week tijd ervoor te zorgen dat meer dan 700.000 leerlingen digitaal onderwijs konden krijgen. Dat is redelijk goed gelukt”, zegt Alexis Bogaert, gedelegeerd bestuurder van Die Keure, uitgever en ontwikkelaar van onder meer educatieve leerboeken en online tools en platformen. “Mocht de crisis een week geduurd hebben, zou iedereen gezegd hebben ‘fantastisch dat digitaal onderwijs’. Maar doordat het zo lang duurde hebben we ook te maken gekregen met de limieten van het systeem.”

Die Keure was al vrij snel op de trein van de digitalisering gesprongen. In 2007 al experimenteerden ze met educatieve digitale tools en spelletjes. “Maar vanaf 2013 hebben we radicaal gekozen om volwaardig in te zetten op het digitale. Dat was geen eenvoudige beslissing, want in die periode moest je vaak nog ellenlange discussies houden om mensen ervan te overtuigen dat in de toekomst het belang van digitalisering enorm zou toenemen. We hebben toen een aparte digitale divisie opgericht. Vandaag telt die 25 mensen die uitsluitend bezig zijn met webdevelopment, programmatie, 3D-games, … in een educatieve context.

Waar gelooft u het meest in: papieren handboeken of educatieve technologie?

“De twee versterken elkaar. Maar in feite zijn het niet meer dan gewoon twee verschillende media waarmee je de content kunt brengen. Onze USP is de intrinsieke kwaliteit van de content. Hoe leert de leerling het best en het snelst? Voor sommige zaken zal dat eerder digitaal zijn. Oefeningen als de tafels van vermenigvuldiging maak je het best op de computer. Voor andere zaken zal het leerboek dan weer meer gepast zijn: dan heb ik het over het basisleren. Dat heeft te maken met de manier waarop je kennis opneemt, waarmee je zelf het tempo zet, hoe je content kunt structureren, …”

Of het nu op papier is of digitaal, onze USP is de intrinsieke kwaliteit van de content.

Alexis Bogaert

“Maar het meest rendabele instrument in het onderwijs is nog steeds de competente en gemotiveerde leerkracht. In wezen maken wij tools waarmee de leerkracht aan de slag kan. Hij of zij is het best geplaatst om bij leerlingen de motivatie en wil boven te halen om te leren en vooruitgang te boeken. Een leerkracht of een ouder heeft op dat vlak veel meer effect dan een computer die ‘Goed zo’ zegt wanneer je een oefening goed hebt ingevuld. De leerkracht is ook nodig om leerlingen individueel op te volgen en te differentiëren in de leerstof zodat die de leerstof op een zo ‘rendabel’ mogelijke manier in zich kan opnemen. Dat hij niet afhaakt als het te moeilijk is, of zich verveelt als het te gemakkelijk is. Dat is uiteindelijk wat een goede pedagoog aangeleerd heeft gekregen. Jammer genoeg zijn deze mensen vaak overbevraagd en moeten ze zich ook met allerlei andere taken bezig houden dan enkel lesgeven. Daardoor hebben ze vaak niet de tijd om elke leerling van nabij individueel op te volgen.”

Is technologie dan niet het middel bij uitstek om te kunnen differentiëren?

“Ja en nee. Ja, want je kan daar heel makkelijk oefeningen aanbieden met verschillende moeilijkheidsgraden. Maar de AI die bepaalt welk oefeningen voor welk kind geschikt zijn, zijn vandaag vrij ruwe logaritmes, die vaak hun doel voorbij schieten. Je hebt nog altijd de leerkracht nodig die het best weet wat leerlingen nodig hebben.”

Stoute vraag: zijn invulboeken nog wel van deze tijd?
“Net zoals digitale tools hebben zij hun eigen meerwaarde. Het zijn in feite ‘leerwerkboeken’, waar je letterlijk ook je leerstof leert verwerken. Vaak wordt er smalend verwezen naar de kostprijs van dergelijke boeken. Maar de grote kost ligt niet zozeer in het papier, maar bij de mensen die de content ontwikkelen die uiteindelijk op papier of in een digitale tool terecht komen. Degelijk digitaal onderwijs met de nodige infrastructuur is op dat vlak een pak duurder.”

Wat verkopen jullie als uitgeverij het meest? Digitale of papieren producten?

“Dat is moeilijk te zeggen omdat wij als educatieve uitgever aan het onderwijs meestal pakketten aanbieden. Wij zijn bijvoorbeeld heel trots dat wij WOUW kunnen aanbieden, een nieuwe onderwijsmethode voor wereldoriëntatie dat het vroegere ‘Mundo’ vervangt, waarmee het afgelopen decennium toch zeker één op vier kinderen onderricht heeft gekregen. Met WOUW bieden wij een methode aan waarbij fysiek en digitaal volwaardig naast mekaar staan en elkaar versterken.”

“Als je kijkt naar andere educatieve uitgeverijen die minder gebonden zijn aan het leerplichtonderwijs, dan ligt de verhouding ongeveer op 40 procent digitaal en 60 procent papier. Maar digitaal groeit snel.”

Hoe hebben jullie de coronacrisis ervaren?
“Tijdens de coronacrisis heeft heel de educatieve uitgeefsector enorm snel moeten schakelen om op een week tijd ervoor te zorgen dat meer dan 700.000 leerlingen digitaal onderwijs konden krijgen. Ondersteunende administratieve platformen moesten plots leidende platformen worden. De bandbreedte werd verhoogd, meer opslagcapaciteit en helpdeskcapaciteit voorzien, de content werd opengesteld voor iedereen, … Waar voorheen maanden over vergaderd werd, moest nu én op zeer korte tijd klaar zijn én volwaardig functioneren. Op een week tijd was de basisarchitectuur operationeel.”

Denkt u dat digitaal afstandsonderwijs een blijver is?

“Mocht de crisis een week geduurd hebben, zou iedereen gezegd hebben ‘fantastisch dat digitaal onderwijs’. Maar doordat het zo lang duurde hebben we ook te maken gekregen met de limieten van het systeem. Laat ons zeggen dat het vooral ervoor gezorgd heeft dat we de leerachterstand hebben kunnen inperken. Ik ben ervan overtuigd dat je altijd een schoolinfrastructuur zult nodig hebben als je maximale kansen wil bieden aan iedereen. Op het Journaal zag je vaak een verslag van een moeder en haar vier kinderen met een grote Vlaamse tuin en zes schermen. Maar ik zou wel eens het verslag hebben willen zien gefilmd vanuit een klein Brussels appartementje met een budgetmeter en geen PC… Het voordeel van zo’n schoolinfrastructuur is dat kinderen ook van mekaar leren en dat ze dat kunnen doen in een gedisciplineerde omgeving die gericht is op leren en waar de leerkracht stuurt. Dat systeem is gebaseerd op eeuwen kennis, ervaring en traditie. Dat vervang je niet zomaar door een filmpje online te zetten en te zeggen ‘leer maar’.”
 

IMU - Toerisme Vlaams-Brabant
VZW - Staples - 409
VZW - IMU - FIT
ING
SD  Worx