Skip to main content
500 miljoen extra voor innovatie
  • 06/03/2019

500 miljoen extra voor innovatie

Vlaanderen is in Europa uitgegroeid tot een van de innovatieleiders, maar moet de ambitie hebben om zich te meten met de absolute wereldtop zoals Silicon Valley. Het potentieel is er, maar er zijn meer en gerichtere investeringen nodig. Willen we voor goud gaan, dan moet de volgende Vlaamse regering minstens 500 miljoen euro extra pompen in onderzoek en ontwikkeling. Die oproep doet Vincent Thoen, senior adviseur innovatie, in de recentste Voka Paper ‘Vlaanderen: excellente innovatiehub’.

500 miljoen voor innovatieDe klimaatverandering aanpakken? Onderzoek en ontwikkeling (O&O) kan helpen om voor deze en andere nijpende uitdagingen, zoals de energietransitie of de vergrijzing, oplossingen te vinden. Maar dan moeten we wel een versnelling hoger schakelen, eerst en vooral door meer te investeren in innovatie, zo betoogt Vincent Thoen in de jongste Voka Paper ‘Vlaanderen: excellentie innovatiehub. De weg naar de top’. En dat deden we de voorbije jaren ook. De uitgaven, zowel door bedrijven als door de overheid, zijn sterk gestegen. In 2016 spendeerden we alles samen ruim 6,7 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling, goed voor 2,7% van het Vlaamse bbp en ver boven het Europese gemiddelde van 1,94%. 

Drie procent

We zitten dus heel dicht bij het halen van de Europese 3%-norm – die Vlaanderen zichzelf als ambitie had gesteld tegen 2020.  “Maar de Europese koplopers gaan vlot over die norm van 3%”, stelt Vincent Thoen vast. Een derde, dus 1%, van de totale investeringen moet de overheid financieren. Om die 1% te halen moet de volgende Vlaamse regering in de meerjarenbegroting 2020-2024 minstens 500 miljoen euro extra voorzien. Dat is een even grote inspanning als die van de voorbije regeerperiode. “Die bijkomende overheidsmiddelen kunnen trouwens een positief effect hebben op de bedrijfsinvesteringen, zodat ook de privésector haar bijdrage (2%) zal leveren”, meent Thoen.

Maar het is niet alleen zaak om meer te investeren. Het is ook cruciaal dat de extra fondsen veel gerichter worden aangewend. Er wordt veel geld gestopt in onderzoek op de lange termijn, en terecht. Alleen al in 2019 komt er 75 miljoen euro bij voor het fundamenteel onderzoek aan de universiteiten, bovenop de 835 miljoen euro uit 2018. Thoen: “Maar Vlaanderen heeft ook vooral nood aan onderzoek en ontwikkeling die ons op de kortere termijn kan helpen om problemen op te lossen. Denken maar aan de klimaatuitdaging, de energietransitie, het mobiliteitsvraagstuk of de vergrijzing.”

Meer kassa gevraagd

Het zijn ook net die middelen voor vraaggestuurd en toegepast onderzoek die de grootste kansen op economisch succes hebben. Want we scoren in Vlaanderen wel goed in kennis, maar minder in ‘kassa’. “Dat is jammer, want precies door die kennis te valoriseren genereren we nieuwe economische activiteiten die extra tewerkstelling en bijkomende toegevoegde waarde voor Vlaanderen creëren”, aldus Vincent Thoen. “Een deel van die innovatieopbrengsten kunnen op hun beurt weer in het innovatiesysteem geïnvesteerd worden, waardoor de groei een boost krijgt.”

De klemtoon in het beleid, maar vooral ook in de dagdagelijkse praktijk moet daarom verschuiven naar het realiseren van een vlottere samenwerking tussen de kennisinstellingen en de ondernemingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, naar de snellere doorstroming van kennis en talent vanuit de academische wereld naar de ondernemingswereld én naar het verhogen van de innovatiegraad bij een bredere en ruimere groep bedrijven in Vlaanderen. 

De O&O-activiteiten in het bedrijfsleven in Vlaanderen zitten momenteel immers geconcentreerd bij een eerder beperkte groep. Dat maakt ons kwetsbaar. De sectoren farma en chemie (41%), ICT (13%), elektronica (12%) en machinebouw (10%) staan samen in voor iets meer dan driekwart van de O&O-uitgaven van de ondernemingen in Vlaanderen. En de O&O-uitgaven zitten voornamelijk bij de grote ondernemingen (61%). “Meer, en vooral kleinere, ondernemingen uit meer diverse sectoren moeten overtuigd worden om mee te stappen in de kenniseconomie door zelf in te zitten op innovatie en aan het onderzoeken en ontwikkelen te slaan”, aldus Thoen. “Daarbij is het belangrijk dat de steun en instrumenten die de overheid ter beschikking stelt nog vlotter toegankelijk worden.”

Gevraagd: talent

Maar de grootste hindernis die O&O-intensieve en innovatieve ondernemingen in Vlaanderen nu kennen, is het aantrekken van de juiste talenten. Het gaat daarbij vooral om technische profielen, maar ook R&D-profielen. Heel wat ondernemers melden dat ze moeite hebben met het invullen van hun vacatures. Willen we tot de meest ondernemende kennisregio’s in de wereld behoren, dan dienen we, naast het ontwikkelen van ons eigen talent door scholing en opleiding, ook internationaal toptalent aan te trekken. Die buitenlandse STEM-profielen dienen daarbij niet ter vervanging van, maar bovenop de inspanningen voor meer uitstroom van Vlaamse STEM-afgestudeerden.

Lees alle voorstellen van Voka om meer te investeren in innovatie op www.durfkiezen.be.

ING
SD Worx