Skip to main content
  • Nieuws
  • 4 implicaties als je koopkracht én concurrentiekracht slim wil aanpakken

4 implicaties als je koopkracht én concurrentiekracht slim wil aanpakken

  • 28/06/2022

Volgende week komt het finale rapport van de expertengroep ‘Koopkracht en concurrentievermogen’. Beide elementen in die naam zijn belangrijk. 

Bijna alle aandacht gaat naar de koopkracht, terwijl er opmerkelijk weinig stilgestaan wordt bij het concurrentievermogen van onze economie.

Premier De Croo schoof zelf koopkracht naar voor als de absolute prioriteit voor zijn regering, terwijl de PS al met een koopkrachtplan van 6,5 miljard uitpakte. Groen hield het op een plan van 3 miljard. Dat is bizar want we hebben in België (veel meer dan in andere landen) al een vrij spectaculair mechanisme om de koopkracht te vrijwaren.

Collectieve verarming

De echte implicaties van de huidige inflatiecrisis lijken nog altijd niet volledig doorgedrongen. Het uitgangspunt is nochtans vrij simpel: België is een afnemer van heel wat grondstoffen (incl. energie) en de prijzen van veel van die grondstoffen zijn het voorbije jaar fors gestegen. Duurdere grondstoffen betekenen sowieso een verarming voor onze economie waar we niet onderuit kunnen (tenzij we veel minder grondstoffen zouden gaan gebruiken): we moeten meer betalen aan onze buitenlandse grondstoffenleveranciers.

Het is een illusie dat we die extra factuur kunnen doen verdwijnen, de discussie moet eigenlijk vooral gaan over hoe we die factuur gaan verdelen onder gezinnen, bedrijven en overheid. Met ons huidige systeem leggen we die factuur bijna volledig bij de bedrijven via de automatische loonindexering. Dat dreigt op iets langere termijn problemen op te leveren. 

Koopkrachtondersteuning

De hoge inflatiecijfers zetten al maandenlang de spotlights op de koopkracht. Er zijn zowat dagelijkse doemverhalen over de koopkracht te lezen, en er werd zelfs al betoogd voor de koopkracht. De realiteit is evenwel dat de koopkracht in ons land vrij goed beschermd is tegen zo’n inflatieschok, en zeker veel beter beschermd dan in andere landen. Volgens de Nationale Bank stijgt de gemiddelde koopkracht van de Belgische gezinnen in 2019-2024 met 10%. In de eurozone is dat gemiddeld maar 3%.

Achter die gemiddelde cijfers schuilen uiteraard verschillen. Zo zijn de 20% laagste inkomens goed beschermd via het sociaal tarief en andere steunmaatregelen. Ook de 30% hoogste inkomens zien hun koopkracht goed beschermd via de indexering. Voor de 50% tusseninkomens is er wel een zeker koopkrachtverlies door de hoge inflatie, maar volgens de beschikbare simulaties blijft dat verlies vrij beperkt (en opnieuw veel beperkter dan in de rest van Europa). 

Factuur voor de bedrijven

Keerzijde van de bescherming van de koopkracht is dat de concurrentiepositie van onze bedrijven onder druk komt. De lonen stijgen hier immers veel sneller dan in de buurlanden. Volgens de Europese Commissie zal dat verschil in 2022-2023 oplopen tot 5%. Tegen de achtergrond van die loonhandicap zou het marktaandeel van Belgische exporteurs op de internationale markten de komende jaren met ruim 5% afnemen. Dat zal uiteraard een negatieve impact hebben op ons economisch potentieel. 

We hebben ook een mechanisme om het concurrentievermogen op peil te houden, namelijk de loonnorm. Bij een correcte toepassing zal die ervoor zorgen dat de loonhandicap de komende jaren geleidelijk terug weggewerkt wordt. Maar dat zal pas met vertraging gebeuren. Zoals het er nu naar uitziet, duurt het minstens zes jaar om de loonhandicap terug te dringen (met zes jaar aan economische schade). En dat mechanisme ligt vandaag al onder vuur van de vakbonden en bepaalde politieke partijen.

Beperkte koopkrachtmogelijkheden

Met een status quo wordt de koopkracht in deze crisis gemiddeld genomen goed beschermd en komt de concurrentiepositie onder druk. Extra beleidsinitiatieven zouden dan ook vooral moeten focussen op heel gerichte steun aan mensen die het echt nodig hebben en op maatregelen die het concurrentievermogen sneller herstellen.

Dat heeft een aantal implicaties:

1. Algemene koopkrachtsteun (zoals een BTW-verlaging) is niet aan de orde

Daar is voor grote delen van de bevolking geen nood aan, en er is ook geen budgettaire ruimte voor (we zitten al met een begrotingstekort van 26 miljard).

2. Tijdelijke en gerichte steun kan voor de bevolkingsgroepen die het echt nodig hebben

De doelstelling kan daarbij evenwel niet zijn dat niemand de inflatieschok mag voelen, of dat iedereen volledig gecompenseerd moet worden. De focus moet eerder zijn om mensen die in problemen dreigen te raken gericht te ondersteunen.

3. Correcte toepassing van de loonnorm is het minimum

In het huidige systeem wordt de inflatieschok grotendeels doorgeschoven naar de bedrijven. Dat zal resulteren in een belangrijke loonhandicap. Via de loonnorm zal die handicap over de komende zes jaar geleidelijk terug afgebouwd worden. Die zes jaar zullen een negatieve impact hebben, maar op z’n minst is er dan zicht op beterschap binnen een ‘redelijke’ termijn.

4. Geen ruimte voor nog hogere loonstijgingen

De vakbonden voeren ondertussen actie voor nog hogere loonstijgingen. Dat zou uiteraard het concurrentievermogen nog meer onder druk zetten. Ook de indexering vervroegen of uitbreiden zou in die richting gaan. De loonhandicap nog verder opdrijven, doet de economische schade nog verder oplopen

Schijnbare tegenstelling

De schijnbare tegenstelling tussen koopkracht en concurrentievermogen blijft enkel overeind bij een focus op heel erg korte termijn. Te sterke loonstijgingen ondermijnen onze concurrentiepositie, wat dan weer weegt op ons economisch potentieel en zo uiteindelijk ook tot uiting komt in minder koopkracht. De beste manier op die koopkracht duurzaam te verhogen, is dan ook door ons economisch potentieel te versterken.

In de huidige context kan dat vooral via een beter werkende arbeidsmarkt, een versnelde overstap naar hernieuwbare energie en meer aandacht voor energie-efficiëntie. Dat soort maatregelen zal op termijn een veel grotere impact hebben op onze koopkracht dan de kortetermijnideetjes die de voorbije weken gelanceerd werden. 


  
 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

IMU - vzw - De belegger