Skip to main content
  • Nieuws
  • 3 pistes om de ontsporende loonkost aan te pakken

3 pistes om de ontsporende loonkost aan te pakken

  • 11/01/2022

In het verleden werden bij ontsporende loonkosten politieke beslissingen pas genomen na de aankondiging van grote bedrijfssluitingen. Nu kunnen we best al vroeger ingrijpen.

De inflatie liep de voorbije maanden spectaculair op. Volgens de jongste ramingen van het Planbureau klimt die inflatie tegen februari naar 6,8%, het hoogste niveau sinds 1984.

Die inflatieopstoot is vooral te wijten aan de sterke stijging van de energieprijzen. Vooral de gasprijzen springen daarbij in het oog. Door een combinatie van extra vraag, specifieke productieproblemen en (vooral Russische) geopolitieke maneuvers ‘ontploften’ de gasprijzen in de laatste weken van vorig jaar. Net voor kerst piekten de Europese gasprijzen naar 180 euro per MWh (van gemiddeld zo’n 20 euro in de tien jaar voor corona).

Ondertussen zakten die terug onder 100 euro per MWh, maar dat blijft hoog in historisch perspectief. De energieprijzen zullen niet blijven stijgen aan het recente spectaculaire tempo, waardoor de inflatie in de loop van 2022 terug zal afkoelen. Inflatie is immers een zaak van prijswijzigingen, niet van prijsniveaus. De inflatie koelt terug af, maar we blijven wel op de hogere gemiddelde prijsniveaus zitten.

Wie zal dat betalen?

Ons land is een invoerder van gas en olie. Daardoor impliceert de prijsstijging van de energieprijzen sowieso een extra factuur voor onze economie waar we niet onderuit kunnen (behalve door minder energie te verbruiken). Het debat moet dan ook vooral gaan over hoe we die extra factuur gaan opvangen.

In essentie moet die verdeeld worden over gezinnen, bedrijven en de overheid. Via ons systeem van automatische loonindexering wordt het grootste deel van die factuur bij de bedrijven gelegd. De lonen worden immers grotendeels aangepast voor de hogere inflatie. Volgens het Planbureau zal de gezondheidsindex, de basis voor de loonindexering, in 2021-2022 met 7% stijgen. Een loonstijging van die grootteorde komt overeen met een totale factuur van 10,5 miljard voor de Belgische private bedrijfssector

Cruciaal daarbij is dat veruit de meeste bedrijven dat soort extra kosten niet of slechts heel beperkt kunnen doorrekenen in hun verkoopprijzen. Veel bedrijven worden vandaag geconfronteerd met duurdere grondstoffen, hogere energieprijzen en stijgende loonkosten, en dat in een periode waarin de buffers na corona nog lang niet hersteld zijn. Dat zal bepaalde bedrijven in moeilijkheden brengen. Op die manier vertaalt de hogere energiefactuur zich op termijn in lagere investeringen en werkgelegenheid

Evenwichtiger verdelen

Het is niet de eerste keer dat we dit patroon meemaken. Ook bij eerdere externe prijsschokken, bijvoorbeeld met de olieprijsschokken van de jaren 70 of recenter met de sterke stijging van de olieprijs in de aanloop naar 2008, werd de factuur initieel via de indexering doorgeschoven naar de bedrijven.

Vervolgens moest in de jaren daarna ingegrepen worden met brute maatregelen om de kostencompetitiviteit van onze economie terug te herstellen. Vaak werden politieke beslissingen pas genomen na de aankondiging van grote bedrijfssluitingen.

Wachten tot de economische schade oploopt, is uiteraard geen goed beleid. Daarom kunnen we deze keer best al vroeger ingrijpen.

De opties zijn op dat vlak vrij beperkt:

1. Via de loonnorm

In de aangepaste loonnormwet zit een correctiemechanisme: als de lonen in ons land sneller gestegen zijn dan in de buurlanden, dan wordt dat gecompenseerd bij het volgende loonoverleg. Die correctie was ook voorzien in de oorspronkelijke wet, maar werd nooit toegepast. Het nieuwe mechanisme zou wel moeten werken.

Maar dan laat de correctie wel op zich wachten tot 2023-2024. Bovendien zal de syndicale druk om de wet aan te passen dan allicht nog toenemen. Het correctiemechanisme afzwakken net wanneer het nodig is, zou uiteraard geen goed idee zijn. 

2. Via een indexsprong

Een indexsprong, waarbij in principe éénmalig een indexering van 2% overgeslagen wordt, werd in het verleden al meermaals toegepast en lijkt ook nu de meest valabele piste.

Op die manier wordt de prijsschok beter verdeeld over bedrijven en werknemers. 

3. Via de fiscale behandeling van energie

De regering Di Rupo pakte ooit uit met een tijdelijke BTW-verlaging op elektriciteit, wat aanleiding gaf tot een lagere loonindexering (dan zonder die BTW-verlaging het geval geweest zou zijn). Zo krijg je een verdoken indexsprong, waarbij de overheid de factuur op zich neemt.

Dat is politiek allicht de makkelijkste piste, maar botst op budgettaire problemen (zeker gezien de huidige vrij dramatische budgettaire situatie) en is ook in het kader van de duurzaamheidsdoelstellingen geen goed signaal. 

Indexsprong beste instrument

Om te vermijden dat de hogere energieprijzen te veel bedrijven in moeilijkheden brengt, met dan de bijhorende economische schade, is het aangewezen om de externe prijsschok van de hogere energieprijzen beter te verdelen.

Makkelijke opties zijn er daarbij niet, gezien onze economie sowieso de extra energiefactuur moet opvangen, maar een indexsprong - waarbij er ruimte is voor sociale correcties - lijkt daarvoor het beste instrument. 

 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

Imu Salesforce
IMU Multiburo
ING
SD  Worx