Skip to main content
Talent

Vormingspact & Vlaams OpleidingsVerlof

De Vlaamse Regering keurde een ontwerp goed dat het stelsel van Betaald Educatief Verlof grondig wijzigt.

Drie types van arbeidsmarktgerichte opleidingen

Het vernieuwde Vlaams OpleidingsVerlof (VOV) zal voortaan drie types van arbeidsmarktgerichte opleidingen omvatten:

  1. gericht op basiscompetentiesOpleidingen in een onderneming
  2. gericht op specifieke beroepen en technische competenties
  3. generiek overdraagbaar

Het onderscheid is enkel van belang voor de erkenningsprocedure, niet voor het aantal uren of de terugbetaling aan de werkgever. Die erkenningsprocedure zal overigens voor alle types van opleidingsverstrekker gelden, waardoor de lat gelijk wordt gelegd voor de diverse aanbieders. Daarnaast zal via periodieke evaluatie worden nagegaan of de criteria correct zijn toegepast en al dan niet bijsturing nodig hebben.

Alle opleidingen geven jaarlijks recht op maximaal 125 uur per voltijdse werknemer wat eenvoudiger is dan de huidige regeling die per type opleiding een ander urenmaximum voorschrijft (80, 100, 120 tot 180 uren). Het jaarlijks recht van 125 uren is een plafond, dat wil zeggen dat korter lopende opleidingen recht geven op minder uren. Met het jaarlijks recht is mede door de inbreng van Voka de idee van een urencontingent over meerdere jaren verworpen wegens te complex.

Daarnaast wordt ook de procesflow vereenvoudigd en gedigitaliseerd waardoor attesten automatisch worden doorgestuurd en de papieren rompslomp verdwijnt.

Situering van de hervorming

Met de zesde staatshervorming werd Vlaanderen van 1 juni 2014 deels bevoegd voor het Betaald Educatief Verlof (BEV). De federale overheid is nog steeds bevoegd voor alle aspecten die deel uitmaken van het arbeidsrecht: inplanning van het verlof, het behoud van het recht op loon alsook ontslagbescherming.

De bepalende factor in het beleidsdebat was de audit uitgevoerd door het Rekenhof over de erkenning van de opleidingen. Deze toonde enkele grote tekortkomingen aan van het stelsel van Betaald Educatief Verlof (BEV). De voornaamste conclusies waren gebrek aan duidelijke finaliteit, gebrek aan een eenvormig beoordelingskader voor de opleidingen, geen of te weinig motivering bij de erkenning of afwijzing van opleidingen en gebrek aan één omvattende registratie of databank. Met het oog op een verbeterde werking formuleerde het Rekenhof volgende aanbevelingen:

  • Duidelijke erkenningscriteria
  • Eén registratie 
  • De vereiste dat de steun additioneel moet zijn met toezichthoudende instantie

De geplande hervorming kreeg uiteindelijk vorm via het Vormingspact van 11 juli 2017, een tripartite Vesoc-akkoord. Dit akkoord bepaalt dat er voortaan drie opleidingsmaatregelen zullen zijn:

  1. Het Vlaams OpleidingsVerlof (het hervormd Betaald Educatief Verlof): Dit geeft de werknemer recht op betaald verlof voor het volgen van een opleiding. De werkgever kan dan later een terugbetaling aanvragen en ontvangen via een forfait van de uitbetaalde uren.
  2. De opleidingscheques: Een financiële voucher voor de werknemer, die het inschrijvingsgeld en/of cursus (deels) terugbetaald. 
  3. Het opleidingskrediet: De Vlaamse aanmoedigingspremies indien een werknemer tijdskrediet opneemt voor het volgen van een opleiding.

Stand van zaken regelgeving

De principes en krachtlijnen van het Vormingspact zijn (deels) vertaald naar regelgeving. Tot hiertoe zijn er twee delen van regelgeving voorlopig beslist:

  1. Ontwerp van decreet houdende het Vlaams OpleidingsVerlof en houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.
  2. Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering betreffende Vlaams OpleidingsVerlof.

Het ontwerp van decreet werd principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 juni en nadien voorgelegd voor advies aan de SERV en Raad van State. Momenteel is het ontwerp van decreet in parlementaire behandeling met oog op de definitieve goedkeuring.

Het ontwerp van Besluit werd principieel voor de eerste keer goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 juli en wordt nu voorgelegd aan de SERV ter advisering. De definitieve goedkeuring staat dit najaar gepland.

Belangrijkste wijzigingen 

De hervorming omvat 5 krachtlijnen:

  1. Een arbeidsmarktgerichte en toekomstgerichte focus
  2. Eén generiek kwaliteitskader
  3. Eén erkende opleidingsdatabank
  4. Een uniforme monitoring en evaluatie
  5. Transparantie en digitalisering

     

Het toepassingsgebied wordt vastgelegd voor alle werknemers in de private sector, die werken in een onderneming gevestigd in Vlaanderen. Voor werknemers die in andere gewesten werkzaam zijn, geldt de respectievelijke Brusselse of Waalse regelgeving.

Elke voltijdse werknemer heeft jaarlijks recht op 125 uur. Zowel het aantal uren als de periode worden vastgelegd per besluit en zijn gemakkelijk aanpasbaar indien nodig. Dit is een verschil ten aanzien van vroeger waar er 4 urengrenzen werden gehanteerd.

Ook deeltijdse werknemers komen in aanmerking indien ze minstens halftijds werken. Het maximaal aantal uren waarop ze recht hebben, verloopt à rato van de effectieve tewerkstellingsbreuk. Voor deeltijdse werknemers met een vast uurrooster geldt het principe dat er enkel verlof kan worden opgenomen voor contacturen die tijdens de werkuren plaatsvinden. Dit is een vereenvoudiging ten aanzien van de huidige regeling.

De definitie van opleiding wordt verstrengd. Zo moet het gaan om opleidingen die competenties aanleren die overdraagbCompetenties opleidingaar zijn. Bedrijfsspecifieke opleidingen zijn uitgesloten en behoren tot de verantwoordelijkheid van de werkgever. Ook opleidingen die te ver staan van de arbeidsmarkt of behoren tot de recreatieve sfeer worden voortaan geweerd. Hierdoor komt er meer focus en gerichtheid in de opleidingen. 

Het leren moet plaatsvinden in een georganiseerde en gestructureerde leeromgeving. Leren op de werkvloer of werkplekleren is toegestaan bij een andere werkgever. Aanvankelijk was dit niet toegestaan maar mede door inbreng van Voka is toch mogelijk mits de opleiding gebeurt met een externe erkende lesgever die toekijkt op het opleidingsplan. Tot slot dient de opleiding te eindigen in een certificaat.

Enkel arbeidsmarktgerichte en loopbaangerichte opleidingen komen in aanmerking. Er zijn drie types van arbeidsmarktgerichte opleidingen:

  1. De opleidingen zoals vermeld in het decreet. Dit zijn de opleidingen van het Vlaams volwassenenonderwijs, het Vlaams hoger onderwijs, de trajecten richting de centrale examencommissie, de Erkennen van Competenties(EVC)-trajecten, de ondernemerschapsopleidingen van de Syntra vzw en de opleidingen van de representatieve werknemersorganisaties.
  2. Sectorale opleidingen zoals goedgekeurd door het Paritair Comité.
  3. Opleidingen zoals goedgekeurd door de Vlaamse erkenningscommissie.

Alle arbeidsmarktgerichte opleidingen dienen aan minimale voorwaarden te voldoen:

  1. Ze leiden tot het verwerven van ten minste één van de volgende groepen van competenties (via een beoordelingssysteem):
    1. Basiscompetenties
    2. Beroepsspecifieke competenties
    3. Algemene arbeidsmarktcompetenties
  2. Minimaal 32 contacturen of minstens 3 studiepunten in het volwassenenonderwijs.
  3. De opleiding wordt gegeven door een dienstverlener die erkend is als opleidingsverstrekker.
  4. De opleidingen worden geregistreerd in 1 opleidingsdatabank.

Naast arbeidsmarktgerichte opleidingen kunnen ook loopbaangerichte opleidingen recht geven op Vlaams OpleidingsVerlof. Dit zijn opleidingen die aansluiten op een Persoonlijk OntwikkelPlan na het volgen van loopbaanbegeleiding. Hiermee wil de wetgever expliciet de mogelijkheid voorzien dat bij uitzondering specifieke opleidingen toch recht geven op Vlaams OpleidingsVerlof. In tegenstelling tot de arbeidsmarktgerichte opleidingen dienen deze opleidingen niet geregistreerd te zijn één databank. Ze moeten wel voldoen aan de overige voorwaarden zoals hierboven geschetst.

TrainingNaast de opleidingen vermeld in het decreet zijn er twee instanties die beslissen over wel of geen erkenning: enerzijds de paritaire comités en anderzijds de Vlaamse opleidingscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners. De opleidingsverstrekkers vermeld in het decreet beslissen zelf over de erkenning maar moeten wel voldoen aan de hierboven geschetste voorwaarden. Uit de jaarlijkse evaluatie zal blijken of dit correct wordt toegepast. Die jaarlijkse evaluatie en toetsing is nieuw en moet garantie bieden dat de in het decreet vermelde opleidingen (zoals deze van de vakbondsorganisaties) ook nauwgezet de criteria toepassen en zich in lijn plaatsen met het beleid.

Alle aanvragen voor erkenning worden voortaan ingediend bij het Departement Werk en Sociale Economie. Het Departement beslist welke instantie bevoegd is voor de goedkeuring (paritair comité of erkenningscommissie). Het zal ook de al dan niet toekenning van de erkenning communiceren aan de opleidingsverstrekker.

Er komt eveneens een beroeps- en evaluatiecommissie (zonder sociale partners) die klachten of beroep tegen negatieve beslissingen behandelt.

Jaarlijks wordt een evaluatierapport opgemaakt dat zal nagaan of de opleidingen blijven voldoen aan de criteria en zal er eveneens worden voorzien in een globale beleidsmonitoring. Het rapport wordt gemaakt door het Departement en overgemaakt aan de sociale partners en de Vlaamse Regering. Om de drie jaar wordt het jaarlijks evaluatierapport aangevuld met bijkomend onderzoek naar het gebruik van het Vlaams OpleidingsVerlof, het profiel van de werknemers en de noodzaak om de erkenningscriteria bij te sturen. Ook de meerwaarde van de opleidingen voor de arbeidsmarkt wordt dan onderzocht, alsook het gebruik van werkplekleren. Deze rapporten kunnen een basis zijn voor beleidsbijsturing.

De werkgevers kunnen een terugbetaling krijgen volgens een forfait van €21,3. Dit bedrag is vastgelegd per besluit en staat los van de federale bepaling van het referteloon. Dat referteloon wordt periodiek geïndexeerd in tegenstelling tot het Vlaams forfait dat enkel maar kan verhogen na aanpassing van het besluit.

Er komt een digitaal platform voor werknemer en werkgever waar men de uren en de status van het dossier kan opvolgen. De werkgevers kunnen eveneens digitaal het dossier indienen met oog op terugbetaling volgens het forfait. Ook de opleidingsverstrekkers moeten de nodige gegevens zoals aanwezigheidsattest e.d. bezorgen via dit platform. Ook de terugbetaling zal deels worden geautomatiseerd via check van DMFA.

De werknemer dient de opleidingen nauwgezet te volgen (aanwezigheidsattest). Indien hij/zij dit niet doet, kan de werknemer gesanctioneerd worden met een reductie van 25% opleidingsuren. Ook wordt er voorzien in een arsenaal aan administratieve geldboetes. De sancties zijn strenger dan voorheen en moeten correcter gebruik in de hand werken.

De maatregel sociale promotie wordt stop gezet.

Nog te beslissen

Opleidingscheques en vormingskrediet zullen later met aparte besluiten nComing Soon og worden vormgegeven en/of bijgestuurd.

Het beoordelingssysteem voor de arbeidsmarktgerichte opleidingen (basiscompetenties, beroepsspecifieke competenties of algemene arbeidsmarktcompetenties) worden later uitgewerkt per Ministerieel Besluit.

Er dienen met de gewesten nog samenwerkingsakkoorden te worden uitgewerkt (bv. wanneer een werknemer gedurende zijn opleiding verandert van werkplaats).

Nieuwe leervormen zoals het afstandsleren zijn nog niet opgenomen. Er is hiervoor in het kader van VIONA een beperkt onderzoek gevraagd naar het voorkomen van afstandsleren in het buitenland met oog op toelating (mits voorwaarden) binnen het Vlaams OpleidingsVerlof.

Inwerkingtreding

Voor de opleidingen die starten in september 2018 verandert er niets. De verwerking van de terugbetalingsaanvragen voor het schooljaar '18-'19 zal zoals vandaag gebeuren op basis van de huidige regelgeving.

De inwerkingtreding van de hervormde regelgeving staat gepland op 1 september 2019. Er wordt voorzien in uitzonderingen voor meerjarige opleidingen die reeds gestart zijn vòòr 2019.

Sonja Teughels - Senior Adviseur Arbeidsmarkt - sonja.teughels@voka.be - 0472 34 26 60

 

ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
DeTijd